BRUSSEL -- De Belgische economie staat voor een periode van gestage stevige economische groei, zegt het Federaal Planbureau in zijn Economische Vooruitzichten 2000-2005. In die periode zullen er jaarlijks ongeveer 33.000 arbeidsplaatsen per jaar bijkomen. En de overheid kan rekenen op een extra begrotingsmarge van 45 tot 70 miljard frank per jaar.

Het Federaal Planbureau verwacht dat de Belgische economie in de periode 2000-2005 jaarlijks met gemiddeld 2,7 procent groeit (wat meer in 2000, wat minder de volgende jaren). Daarmee zit de economie min of meer op haar gemiddelde groeipad. Ter vergelijking: in de periode 1995-1999 bedroeg de groei gemiddeld 2,4 procent.

De economische groei in ons land steunt op de gunstige internationale conjunctuur. Dankzij de loonmatiging, de verlaging van de sociale bijdragen én de zwakke euro kan de Belgische uitvoer daar volop van profiteren. Maar ook de binnenlandse vraag blijft stevig, verwacht het Planbureau: de gezinsbestedingen floreren door het hoge consumentenvertrouwen en de bedrijfsinvesteringen zullen blijven groeien. Een gevaar voor een opflakkering van de inflatie ziet het Planbureau niet: de inflatie zal rond de 1,5 procent schommelen.

Dankzij de behoorlijke economische groei, in combinatie met de volgehouden loonmatiging en een toename van de deeltijdse arbeid, zal de werkgelegenheid jaarlijks met ongeveer 33.000 banen groeien. Over de periode 1999-2005 gaat het in totaal om 221.000 banen. De nieuwe werkgelegenheid ontstaat nagenoeg uitsluitend in de dienstensector (229.000) en een beetje in de non-profitsector (9.000 banen). In de landbouw (-6.000 banen) en de industrie (-9.000 banen) blijft de werkgelegenheid afkalven.

Door de toename van de werkgelegenheid zal de werkloosheidsgraad dalen van 10,9 procent in 1999 tot 7,3 procent in 2005. Dat zal nog niet tot onoverkomelijke spanningen leiden op de arbeidsmarkt, verwacht het Planbureau, omdat er nog een arbeidsreserve is die kan worden aangesproken.

Goed nieuws heeft het Planbureau ook voor de overheidsfinanciën: in 2005 zal er een begrotingsoverschot zijn ten belope van 2,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De interestlasten op de overheidsschuld dalen van 7,1 procent van het bbp in 1999 tot 5,1 procent in 2005, en het primair saldo (zonder rentelasten) zwelt aan van 6,4 procent tot 7,5 procent van het bbp, omdat de overheidsuitgaven relatief wat zullen afnemen terwijl de ontvangsten stabiel blijven. Bij ongewijzigd begrotingsbeleid welteverstaan.

Het gevolg daarvan is dat er de komende jaren een begrotingsmarge ontstaat, bovenop de doelstellingen die België moet nakomen in het raam van het Europese stabiliteitspact. Het Planbureau heeft het in dat verband over een manoeuvreerruimte van 45 tot 70 miljard frank per jaar, of een bedrag van 266 miljard frank over de periode 2000-2005.

Dat geld kan worden gebruikt om de ontvangsten te verminderen (verlaging van de sociale lasten, belastingverlaging), om de overheidsuitgaven te verhogen of om de overheidsschuld te verminderen.

In dat laatste geval zal de overheidsschuld in nominale termen beginnen af te nemen en in verhouding van het bbp dalen van ongeveer 112 procent van het bbp in 2000 tot 87 procent in 2005.

  • Het volledige rapport ,,Economische Vooruitzichten 2000-2005'' kan worden geraadpleegd op de webstek van het Federaal Planbureau.
  • www.plan.be