BRUSSEL -- Enkele ,,grote namen'' in Wall Street zijn deze week uit hun schuilkelders gekomen. Volgens hen mogen (vooral Amerikaanse) aandelen opnieuw gekocht worden. Maar het is nog afwachten of ze veel volgelingen krijgen, want niet iedereen vindt hun adviezen even betrouwbaar.

Het leek wel afgesproken spel: de afgelopen dagen kwamen de ,,strategen'' van drie grote effectenhuizen in Wall Street naar buiten met het advies dat er opnieuw aandelen gekocht mogen worden. Gewoon omdat de beurs volgens hen ,,goedkoop genoeg'' geworden is. Merrill Lynch en Morgan Stanley gaven de eerste aanzet, maar het was topanaliste Abby Joseph Cohen van Goldman Sachs die veel kleine beleggers in de VS definitief overtuigde om weer in de markt te stappen.

Cohen heeft bij die beleggers dan ook de status van beursgodin. Tijdens de wilde jaren negentig stond ze symbool voor het ongelimiteerde geloof in de aandelenmarkt. Elke dip van Nasdaq en Dow Jones werd door Cohen bestempeld als een koopgelegenheid, en meestal kreeg ze nog gelijk ook. Bovendien adviseerde ze in maart vorig jaar, min of meer op het juiste moment dus, om aandelen de rug toe te keren. Logisch dus dat half Amerika aan haar lippen hangt en haar adviezen als absolute waarheid aanvaardt.

Maar, er is een maar. Het optimisme van Cohen wordt namelijk niet gedeeld door veel andere professionelen in Wall Street, die weliswaar minder op televisie verschijnen en de status van halfgod niet bezitten. Het zijn de analisten van de zogenaamde buy side , die werken in opdracht van beleggingsfondsen, verzekeraars en andere grote, institutionele beleggers. Hun belangrijkste taak is te verzekeren dat die beleggers een goed rendement halen op hun portefeuille.

Cohen & Co worden daarentegen tot de zogenaamde sell side gerekend. Hun taak bestaat er vooral in aandelen bij het grote publiek aan te prijzen. Zij werken in opdracht van beursmakelaars die er baat bij hebben zoveel mogelijk beursomzet te genereren, en die bovendien heel wat beursgenoteerde bedrijven als klant hebben.

In een stijgende markt, waarin iedereen geld verdient, valt het verschil tussen beide soorten analisten niet echt op. Maar wanneer het slechter gaat, worden de verschillen zichtbaar. Vooral in het afgelopen jaar groeide een diepe kloof tussen de ,,koop- en verkoopanalisten''. Die laatsten krijgen steeds meer het verwijt dat ze geen onafhankelijke adviezen kunnen geven.

Sommige waarnemers denken dan ook dat de grote Amerikaanse zakenbanken van de sell side deze week een -- min of meer gecoördineerd -- offensief hebben ingezet om de daling van de beurs een halt toe te roepen, door een beroep te doen op de ,,marketingkracht'' van hun bekende analisten.

Je moet dergelijke adviezen dus met het nodige wantrouwen bekijken. Al neemt het niet weg dat de invloed van Cohen & Co groot genoeg kan zijn om de markt écht in beweging te krijgen. De vraag is dan of het om een fundamentele ommekeer zal gaan, dan wel om een tijdelijke opstoot in een neerwaartse markt.

Hoe speel je daar als individuele belegger nu op in? Zoals gewoonlijk, door de ,,gulden middenweg'' te kiezen. Niet blindelings en voor 100 % opnieuw in de beurs stappen, maar beetje bij beetje wat spaargeld vrijmaken om selectief aandelen te kopen. Uiteindelijk zijn de analisten het er wel over eens dat de beurs ergens dit jaar terug de weg naar boven zal vinden. Alleen denken velen dat dat pas in de tweede jaarhelft zal gebeuren.

Ook in Europa tekende zich in de eerste helft van de week een opgemerkt herstel af van technologie- en telecomwaarden, waarna donderdag en vrijdag een terugval volgde na winstwaarschuwingen van de chipmakers Alcatel en Intel. Het geeft aan dat de markt met een dubbel gevoel zit.

Enerzijds ogen veel aandelen goedkoop, zoals een Nokia, dat het voorbije jaar zijn koers-winstverhouding zag afnemen van meer dan 100 tot minder dan 30. Anderzijds wordt de markt nog altijd overspoeld met slecht-nieuws-berichten die elke koersopstoot weer de kop induwen.

Maar misschien zal over enkele maanden blijken dat precies dat de beste aankoopmomenten waren.