BRUSSEL -- Er zijn geen tekenen dat de vertraging van de Amerikaanse economie een beduidende en blijvende weerslag heeft op het eurogebied, schrijft de Europese Centrale Bank (ECB) in haar jongste maandrapport.

Het statistisch bureau van de EU, Eurostat, meldt dan weer dat de economie van het eurogebied vorig jaar met 3,4 procent groeide. Dat is iets meer dan de groei van de Europese Unie als geheel, die 3,3 procent bedroeg, maar minder dan die van de Belgische economie, die volgens de Nationale Bank 4 procent zou hebben bedragen.

Er zijn volgens de ECB weliswaar aanwijzingen dat de economische expansie in de eurozone tijdens de tweede helft van het jaar trager verliep dan tijdens het eerste semester, maar de algemene vooruitzichten voor dit en volgend jaar blijven gunstig. De economische activiteit wordt voornamelijk bepaald door binnenlandse factoren; veel minder door wat in de rest van de wereld gebeurt.

De lange-termijnrente blijft laag, het beschikbaar inkomen stijgt, de productiecapaciteit wordt in hoge mate benut, de werkgelegenheidsgroei gaat voort en de werkloosheid blijft afnemen, noteert de ECB. Dit alles moet volgens haar de particuliere investeringen en het verbruik ten goede komen. Het algemene vertrouwenspeil blijft hoog, en de jongste economische indicatoren laten vermoeden dat de economische groei vrij robuust blijft.

De centrale bank is ook van oordeel dat de inflatievooruitzichten op middellange termijn verbeteren. Ze leidt dat vooral af uit de vertragende groei van het geldvolume. In januari bedroeg die op jaarbasis nog slechts 4,7 procent, tegen 5,2 procent in december. Ook de kredietverlening geeft enige vertraging te zien. De ondernemingen blijven nog wel volop kredieten opnemen, maar bij de gezinnen zwakte de stijging van de vraag naar leningen tijdens het afgelopen jaar gestadig af.

De inflatie in het eurogebied, gemeten aan de geharmoniseerde index van de consumentenprijzen, vertraagde van 2,6 procent in december tot 2,4 procent in januari, wat voornamelijk met de minder hoge energieprijzen te maken had. Het inflatietempo zonder energie versnelde echter van 1,7 tot 1,9 procent. Vooral de prijzen van diensten en van niet-verwerkt voedsel gingen versneld stijgen. Dit had deels te maken met verhogingen van de indirecte belastingen, deels met de prijzen van vlees en de bezorgdheid over de daarmee verband houdende gezondheidsrisico's.

Bovendien werken de onrechtstreekse gevolgen van de recente periode van dure olie en van de depreciatie van de euro nog steeds door, zoals blijkt uit de voortgezette stijging van de prijzen van consumptiegoederen. Dit alles kan volgens de ECB beletten dat de inflatie in de eerstkomende maanden beneden de drempel van 2 procent zakt.

De centrale bank levert in haar maandbulletin eens te meer kritiek op het begrotingsbeleid van diverse Europese regeringen. Uit de herziene stabiliteitsprogramma's die in december zijn ingediend, blijkt volgens haar een gebrek aan ambitie om een verdere budgettaire sanering door te voeren. Nagenoeg de helft van de landen van het eurogebied zal dit jaar nog een overheidstekort van ten minste 1 procent van het bbp hebben.

De ECB verwelkomt de geplande of in uitvoering zijnde belastingverlagingen, maar stelt vast dat ze niet gepaard gaan met toereikende beperkingen op het vlak van de uitgaven.