BRUSSEL -- Jan Coene, een prominente schakel in het Vlaamse Vlerick-netwerk, verandert van baan. Hij ruilt de multinational Asea Brown Boveri (ABB), waar hij 13.000 mensen coördineerde, voor het Ieperse Picanol. Hij moet de internationaal gereputeerde producent van weefgetouwen door woelige tijden van consolidatie navigeren.

Hoewel Jan Coene al enkele jaren de stuwende kracht van het veelbesproken Alumni-netwerk van de Gentse managementschool is, kun je toch niet spreken van een Vlerick-transfer. ,,Ik heb er niet gestudeerd. En met het netwerk heb ik op zich niets te maken'', zegt Patrick Steverlynck, huidig ceo en hoofdaandeelhouder van het bedrijf. Coene heeft al twee jaar als onafhankelijk bestuurder een zitje in de raad van bestuur van de producent van Weefgetouwen. Vandaar.

Coene haalde de laatste tijd de kranten in verband met een ander zitje. In de raad van bestuur van een ander Iepers bedrijf: de twijfelachtige spraakmaker Lernout & Hauspie. Eind november nam hij ontslag wegens ,,te druk''. ,,Het gebeurde allemaal boven onze hoofden heen'', zegt hij nu. ,,Spijtig voor de streek'', springt Steverlynck hem bij.

In Ieper is het niet allemaal kommer en kwel. Met Picanol herbergt de stad een van die onwaarschijnlijke succesverhalen uit het zuiden van West-Vlaanderen. De computergestuurde weefgetouwen genereren een omzet van om en bij 11 miljard frank. Er werken zo'n 1.700 mensen. Meer dan 98 procent van de productie wordt geëxporteerd, de helft ervan naar het Verre Oosten.

Ervaring met internationale klanten heeft Coene genoeg. Hij stond aan het hoofd van ABB Services Worldwide, een afdeling van de Zweeds-Zwitserse multinational die meer dan 50 miljard frank genereert, over alle continenten. Coene wil klantgerichtheid, deugdelijk bestuur en ook oog winstgevende groei bij Picanol introduceren.

Vooral bij dat laatste wil het schoentje wel eens knellen. In 1999 werd er een verlies van liefst 693 miljoen frank geboekt, een gevolg van algemene zwakheid in de textielmarkt. ,,Vorig jaar waren er al terug zwarte cijfers'', zegt Steverlynck. Hij geeft een gezond bedrijf uit handen, zonder schulden.

,,We kunnen gemakkelijk geld lenen voor een overname. We zijn in onze sector nu wereldwijd met zes. Binnen dit en vijf jaar zijn we nog met drie. Wij willen erbij zijn.'' Sulzer, een Zwitserse concurrent, staat in de etalage. ,,We waren en we blijven geïnteresseerd.''

Ook de notering op de Brusselse beurs is een issue . Het aantal vrij verhandelbare aandelen is bijzonder laag. De koers vertoont daardoor onvoorspelbare bokkesprongen. ,,We bekijken wat we eraan zullen doen. Misschien halen we Picanol van de beurs.''