BRUSSEL -- De commissie Algemeen beleid, Begroting en Financiën van het Vlaams Parlement heeft gisteren het ontwerp van decreet goedgekeurd dat de registratierechten in Vlaanderen verlaagt en ze ook beperkt ,,meeneembaar'' maakt. Daarmee heeft het decreet de voorlaatste horde genomen. De laatste volgt volgende week woensdag, als het ontwerp besproken wordt in de plenaire vergadering.

Niets staat de goedkeuring en de publicatie van het decreet in het Staatsblad nu nog in de weg. De registratierechten zullen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari van dit jaar verlaagd worden van 12,5 tot 10 procent. Voor bescheiden woningen gaat het tarief van 6 naar 5 procent.

Daarnaast worden de al betaalde registratierechten beperkt (tot 12.500 euro) meeneembaar als iemand zijn hoofdverblijfplaats verkoopt en binnen twee jaar een nieuwe hoofdverblijfplaats koopt, of omgekeerd.

Het decreet werd nagenoeg onveranderd goedgekeurd, op enkele details na. Belangrijk is vooral dat een verwachte en hevig verhoopte aanpassing er uiteindelijk niet is gekomen.

Aanvankelijk voorzag het decreet in onbeperkte meeneembaarheid van de al betaalde registratierechten op een hoofdverblijfplaats. De meeneembaarheid werd ook opgevat als een individueel recht, los van de familiale staat (ongehuwd, samenwonend, getrouwd).

Maar tijdens de politieke besprekingen werd de limiet van 12.500 euro ingebouwd. De eerste interpretaties koppelden die limiet aan de transactie, wat praktische problemen gaf. Een gezamenlijke limiet (per gezin) koppelen aan een individueel recht (de meeneembaarheid op zich), leek vragen om problemen.

Einde vorig jaar leek het erop dat het plafond van 12.500 euro geïndividualiseerd zou worden (DS 22 december 2001), zodat per gezin in feite 25.000 euro zou kunnen worden meegenomen. De politici opteerden uiteindelijk toch -- om budgettaire redenen? -- voor een globale limiet, maar dan per woning (of per appartement).

Als een paar een woning aankoopt, vinden er juridisch eigenlijk twee transacties plaats. Man en vrouw kopen, als het niet anders bepaald wordt, elk de helft van de woning. Het decreet voorziet dus in een totale limiet van 12.500 euro die in de praktijk meestal uiteenvalt in twee limieten van 6.250 euro elk.

Als het fiscaal interessanter is om een andere dan een 50/50-verdeling toe te passen (een van beide partners heeft misschien al meeneembare registratierechten betaald, de andere nog niet) dan kan tot 100 procent van de meeneembaarheid naar die partner worden overgeheveld. Die wordt dan uiteraard ook alleen eigenaar van de woning.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig