Het ene jaar is het andere niet. Het ene jaar gaan de belastingen omlaag, het andere jaar gaan ze weer omhoog. Vorige zomer stond half Europa onder water, ditmaal puft datzelfde Europa onder een hittegolf. Precies een jaar geleden had ik het in deze rubriek over de regen. Want dat was toen een brandend actueel thema. Nu moet ik het wel over de zon hebben.

Het is tot dusver een bijzonder mooie augustusmaand geweest, met voor onze contreien ongewoon hoge temperaturen. Weerkundigen speuren koortsachtig naar een verklaring voor het fenomeen. Het is een gevolg van een opwarming van de planeet, zeggen de enen. Door uitzonderlijke moessonregens in Afrika is de evenaar naar het noorden opgeschoven, zeggen de anderen. Het is de wraak van de weergoden op Verhofstadt, luidt nog een uitleg. Omdat die fors hogere accijnzen heft op de stookolie nog voor de wet daarover in het Staatsblad is gepubliceerd. De hoge temperaturen steken stokken in de wielen van de premier. Want niemand bestelt stookolie als het zo warm is. De regering kan fluiten naar de extra belastinginkomsten die ze dacht binnen te rijven. Ze had beter een heffing op airco ingevoerd.

Interessante speculaties allemaal. Maar de echte verklaring is eenvoudiger: ik heb dat prachtige weer gewoon meegebracht van mijn vakantie in Zuid-Frankrijk. Bent u er niet blij mee? Ik geef toe, wij zijn het niet gewend. We spreken al van ,,hitte'' -- overmatige warmte -- als de thermometer meer dan 25 graden aanduidt. Heeft u liever een natte zomer? Ik vind tentjesweer -- met de regen die tegen het zeildoek tikt -- ook best leuk. Voor even. Niet voor godganse dagen.

Zo'n aangenaam weertje roept een vakantiesfeertje op. Het nodigt niet uit tot werken. Wel tot dolce far niente : je met een goed boek neervlijen onder een lommerrijke boom, een gekoelde drank binnen handbereik. Enkele politici lanceerden deze week het voorstel om het arbeidende deel van de bevolking extra verlofdagen toe te kennen. Een voorstel dat ik toejuich.

Maar het argument dat het te warm is om te werken, vind ik flauw. Te warm voor nieuwbakken ministers misschien. Maar niet voor doorgewinterde bouwvakkers. In de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur is het nagenoeg altijd dertig graden of meer. Toch staan uitgerekend daar de Petronas Towers, met hun 452 meter het hoogste gebouw ter wereld. En die zijn daar niet vanzelf gekomen.

Je hebt altijd mensen die zeuren. Zelfs bij dit mooie weer. Inderdaad, de bioscoopzalen zitten minder vol. De aardappeloogst dreigt te mislukken. De duiven moeten op hun wedstrijdvluchten extra drinkbussen meenemen. In de file staan onder een loden hitte is geen pretje. Op de trein zitten evenmin. De scheepvaart op de Rijn dreigt stil te vallen omdat het water in de rivier te laag staat. Maar dát was vorig jaar ook het geval. Toen stond het water te hoog.

Die enkele ongemakken wegen echter niet op tegen de vele weldaden die de warmte biedt. Het voor donderdag voorspelde temperatuurrecord bleef weliswaar uit.

Maar niet getreurd: de Kust kent een geslaagd seizoen, vakantie in eigen land wordt opnieuw concurrerend, de producenten en verkopers van ijsjes, frisdranken en andere dorstlessers doen gouden zaken, de fruitpluk kan twee weken vroeger beginnen en de millésime 2003 belooft voor de Hagelander uitzonderlijk te worden. Dat laatste is alvast een opsteker voor wijnbouwer Rik Daems, die vorige maand zijn ministerportefeuille moest inleveren.

Tel dat allemaal op, en het is zonneklaar dat zo'n hittegolf een goede zaak is voor de economie. De vooruitzichten zien er opeens een stuk rooskleuriger uit.

,,Het conjunctureel klimaat verbetert'', bazuinde de ECB deze week. Zo zie je maar, wat centrale bankiers en regeringen niet kunnen, vermag de zon wel: de economie ontdooien. Of heeft de ECB een fata morgana gezien?