Uit tal van leidende (vertrouwens)indicatoren kunnen we afleiden dat een herleving van de wereldeconomie nakend is. De Amerikaanse neemt daarbij als vanouds de leiding. Daar kan zelfs de meest notoire zwartkijker niet naast kijken.

Over de drijvende krachten achter dit nog prille herstel kan er weinig discussie zijn. De monetaire en overheidsinstanties hebben immens veel liquiditeit in het systeem gepompt. Bush-getrouwen hadden daarmee slechts één doel voor ogen: een meer appetijtelijke economische omgeving creëren. Alleen op die manier kan George W. volgend jaar immers vlot aan een tweede ambtstermijn worden geholpen. De deflatiedreiging moest dus ten allen prijze worden afgewend.

Intussen ziet het er naar uit dat dit, althans voorlopig, ook nog zal gaan lukken. De sterk toegenomen geldvoorraad genereerde tijdens het tweede kwartaal, en in anticipatie op een economische herleving, een aangename nevenwerking op de beurzen. De waarderingsratio's, vooral dan in Europa, waren dan ook bijzonder aantrekkelijk geworden. Het extra liquiditeitenaanbod, gekoppeld aan een zichzelf versterkende koopjesjacht, deed de rest.

Dat die rally grotendeels op liquiditeit dreef, werd gestaafd door het feit dat initieel ook de obligatiemarkten bleven doorstijgen. Sinds het begin van deze zomer is de aandelenrally evenwel duidelijk gaan stokken, hoewel de kwartaalresultaten in de Verenigde Staten voor het eerst sinds lang bijzonder meevielen en het overgrote deel van de economische cijfers op herstelpotentieel blijft wijzen. De grootste boosdoener is ongetwijfeld de sterk oplopende Amerikaanse rente.

Voor deze wel erg agressieve wending, die wel eens meer met de gelijkaardige move uit het rampzalige obligatiejaar 1994 wordt vergeleken, kunnen tal van oorzaken worden aangehaald. Ten eerste hebben heel wat marktspelers zich gerealiseerd dat de deflatievrees wellicht overdreven was en dat een al dan niet tijdelijke economische herleving zeker tot de mogelijkheden behoort.

Ten tweede heeft het -- op zijn zachtst uitgedrukt genereuze -- Amerikaanse fiscaal beleid voor een flink begrotingsgat en een stijgend overheidstekort gezorgd. De overheid ziet zich dan ook verplicht bijkomend te ontlenen, wat bij extra aanbod van papier de prijs naar beneden haalt en dus de rente omhoog drijft.

Ten derde is de koopdruk op Amerikaans overheidspapier vanuit Japan sterk afgenomen. De steeds verder depreciërende dollar verplichtte de Japanners immers de dollar te ondersteunen teneinde hun thuismunt niet te fel te laten appreciëren. Deze dollarsteun gebeurde grotendeels via mega-aankopen van USD-obligaties. Nu de dollar weer wat aan de beterhand is, is die koopdruk weggevallen.

En ten vierde is er nog het kuddegedrag van de winstnemers. Er zat midden dit jaar een pak virtuele winst in obligatieposities. Verkoopsdynamiek en substantiële koersdaling gaan dan al makkelijk bijkomende technische verkoopdrift aanwakkeren.

De stijgende rente is meteen ook een van de hoofdoorzaken waarom de beurs, ondanks een schijnbaar niet aflatende stroom van goed nieuws, in een hardnekkige consolidatiefase is beland. Een stijgende rente maakt niet alleen de relatieve waardering van aandelen een stuk minder aantrekkelijk. Ze zorgt er tevens voor dat de angst dat de Amerikaanse consument het dan toch zou laten afweten, met de dag toeneemt. Bovendien vraagt een reëel aantrekkende economie heel wat liquiditeit, zodat het beschikbare geld niet langer enkel naar waardepapier vloeit. De kans bestaat dan ook dat het gemakkelijke geld dat in deze beursrally gemaakt is, dat m.a.w. de positieve krachten, voorlopig zijn uitgewerkt.

Dit wil echter niet zeggen dat deze cyclische beursherleving tegen de achtergrond van een cyclische aantrekkende economie reeds is afgelopen. De huidige patstelling is immers niets meer dan een logisch onderdeel van een normaal consolidatie- en verteringsproces. We verwachten dan ook dat het beursherstel zich zal doorzetten. Dat kan evenwel nog even op zich laten wachten. Bevestiging van een reëel verbeterende economie en vooral van stijgende omzetten en winsten bij de bedrijven zullen de kar moeten trekken.

De belangrijkste speler op het veld lijkt echter de Amerikaanse centrale bank te zijn. Hamvraag is: welke interventies bereiden Greenspan & Co momenteel voor om naast de korte- ook de langetermijnrente op een relatief laag peil te houden?

(Op zaterdag legt de redactie een actueel thema voor aan een ,,denktank'' van financieel-economische specialisten. Deze week antwoordt Marc Van den Eede, Chief Equity Strategist van Fortis Bank/Mees Pierson.