TONGEREN -- Hoewel Ambiorix genoemd is naar de dappere Galliër wiens standbeeld op de Tongerse Grote Markt prijkt, liggen de roots van de schoenenproducent niet in de oudste stad van België. Grondlegger Louis Steyns richtte in 1895 zijn schoenmakerij op in het enkele tientallen kilometers verderop gelegen Verviers. Omdat het jonge bedrijfje al snel geteisterd werd door arbeidsonrust, besloot Steyns na tien jaar te delokaliseren naar het toen in industrieel opzicht nog ongerepte Limburg.

Hij bouwde een fabriek aan de rand van de stad, die decennia later volledig ingesloten werd door nieuwe woonwijken. Moeilijkheden met het zware vrachtverkeer en milieuvergunningen deden Ambiorix twaalf jaar geleden verhuizen naar een modern pand op het bedrijventerrijn Overhaam. De band met Wallonië is overigens niet helemaal doorgesneden: heel wat personeelsleden hebben de schoenmakersschool in Luik gevolgd.

Een andere blijvende band met het verleden was de Franse taal, die tot voor kort door de familie Steyns in ere gehouden werd. Verkoopdirecteur Marc Blanchart herinnert zich nog dat de nazaten van oprichter Louis Steyns met het personeel plat Tongers spraken, maar onderling de taal van Voltaire bleven gebruiken. Blanchart werd geacht zijn sollicitatiegesprek in het Frans te voeren. Voor vaktermen worden in de fabriek nog altijd de Franse woorden boven de Nederlandse geprefereerd.

De familie Steyns ontwikkelde zich tot een geslacht van schoenproducenten pur sang. Zo was Ambiorix de eerste Belgische schoenfabriek die de revolutionaire machinerie van de Amerikaanse schoenenpionier Charles Goodyear Jr (zoon van de rubbermagnaat) gebruikte. Hoewel de Steynsen het bedrijf intussen verlaten hebben, plukt het bedrijf nog altijd de vruchten van hun toewijding. Door het enorme machinepark kan Ambiorix vrijwel elk type herenschoen vervaardigen. Alle machines zijn dankzij Steyns bovendien in tweevoud aanwezig, zodat er bij een eventueel defect gewoon doorgewerkt kan worden.

Ambiorix overleefde de kaalslag die de Belgische schoenindustrie na de Tweede Wereldoorlog trof. Terwijl de massaproductie uit Izegem, de Belgische schoenenstad bij uitstek, volledig werd weggevaagd, bleef Ambiorix rustig verder produceren. De nadruk op kwaliteit die de familie Steyns tot credo had uitgeroepen, bleek de redding voor het bedrijf.

Toen Ambiorix in 1999 door de laatste vertegenwoordiger uit de Steyns-dynastie werd verkocht, betekende dat het einde van een tijdperk, maar tegelijk de redding van het bedrijf. De nieuwe gedelegeerd bestuurder Silvain Gielen zorgde voor een ommekeer door exportmarkten aan te boren en meer aandacht aan marketing te besteden. Dit boekjaar hoopt Ambiorix voor het eerst sinds de overname winst te maken.