De regio wordt steeds beter in het opruimen van hinderpalen die de creatie van banen tegenhouden. Beter dan algemeen wordt aangenomen, zegt Tony Barber

De elf landen van de eurozone lijken met bijna 11,9 miljoen werklozen weinig redenen te hebben om prat te gaan op hun werkgelegenheidsbeleid. Het aantal werklozen ligt in de eurozone niet alleen twee keer zo hoog als in de Verenigde Staten, maar elk land heeft tienduizenden, zo niet honderdduizenden vacatures die maar niet ingevuld lijken te raken.

,,Er is geen gebrek aan werk, het moet alleen op een andere manier worden verdeeld'', zet Jürgen Donges, voorzitter van de economische raad van de Duitse overheid. ,,We hebben gewoon nood aan meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt.''

Maar schijn kan bedriegen. Volgens verschillende economen uit de particuliere sector wordt de eurozone steeds beter in het opruimen van hinderpalen die de werkgelegenheid en de creatie van banen tegenhouden. Dat wordt over het algemeen onderschat, vooral door de VS en Groot-Brittannië.

Sinds 1997 heeft de eurozone 5,6 miljoen banen gecreëerd. Dat is meer dan de 5,1 miljoen die in een gelijkaardige periode van economische groei werden gecreëerd tussen 1987 en 1990.

Sommige analisten zeggen bovendien dat dat de ,,structurele werkloosheid'', dat is de werkloosheid veroorzaakt door andere factoren dan de normale hoogtes en laagtes in de economische cyclus, nu al aan het dalen is en de komende tien jaar zal blijven dalen.

,,De structurele werkloosheid lijkt de jongste jaren gestaag gedaald te zijn in de VS en Groot-Brittannië. Het is goed mogelijk dat hetzelfde nu aan het gebeuren is in continentaal Europa'', zegt Philippe Gudin, econoom bij Goldman Sachs.

Als dat klopt, dan kan dat belangrijke implicaties hebben voor de vooruitzichten voor de inflatie en voor het monetair beleid van de Europese Centrale Bank (ECB).

Volgens de traditionele theorie ontstaat er een tekort op de arbeidsmarkt wanneer de werkloosheid onder het structureel niveau daalt. Daardoor ontstaat er een druk die leidt tot een hogere inflatie. Maar sommige economen zeggen dat de toename van de productiviteit de krappe arbeidsmarkt kan compenseren.

Verschillende experts hebben de jongste jaren de structurele werkloosheid in de eurozone geschat op 8,5 á 9,5 procent van de beroepsbevolking. Omdat de huidige werkloosheidsgraad 9,2 procent bedraagt, kan de eurozone al een niveau hebben bereikt waarop de ECB zou moeten denken aan meer verhogingen van de rentevoeten om de inflatie tegen te gaan.

Maar als de structurele werkloosheid lager is dan algemeen gedacht, is het misschien minder nodig dat de ECB haar beleid verscherpt.

Er blijft duidelijk een structurele onbuigzaamheid bestaan in de Europese arbeidsmarkten.

Zelfs in Frankrijk, waar er in de particuliere sector meer dan 1 miljoen banen werden gecreëerd sinds de herfst van 1996, heeft 40 procent van de bedrijven moeite om geschikt en geschoold personeel te vinden. Dat zegt Jean-Claude Trichet, gouverneur van de Franse nationale bank.

Het tekort is vooral acuut in de sectoren van software en informatietechnologie in Europa. Volgens een recente schatting van de consultants IDC en Datamonitor zullen er in West-Europa tegen 2003 1,7 miljoen vacatures zijn voor geschoolde arbeidskrachten.

Maar dat is niet het volledige verhaal. Hoewel er verschillen bestaan van land tot land, heeft de eurozone veel vooruitgang geboekt in het stimuleren van deeltijds en tijdelijk werk, vooral in de dienstensector.

Volgens de ECB maakten tijdelijke werknemers vorig jaar 14,9 procent uit van de beroepsbevolking. In 1995 was dat nog 13,2 procent.

Deeltijdse arbeid steeg van 14,2 naar 16,7 procent van de beroepsbevolking en die toename vertegenwoordigde meer dan de helft van de netto jobcreatie tussen 1995 en 1999.

In Nederland heeft liefst 40 procent van alle werknemers en 70 procent van alle vrouwen een deeltijds contract. Niet te verwonderen dat de Nederlandse werkloosheidsgraad 3 procent bedraagt, een van de laagste ter wereld. Hoewel het Nederlandse geval uitzonderlijk is, doet de toename van deeltijds en tijdelijk werk in andere landen vermoeden dat de eurozone een manier gevonden heeft om de structurele werkloosheid te verlagen zonder volledig het Britse en Amerikaanse recept over te nemen. Dat omvat lagere belastingen, goedkopere arbeidskrachten en een afgeslankte welvaartsstaat.

,,We maken in het oude Europa misschien geen deregulering mee op zijn Amerikaans, maar de Europese markten hebben een alternatief gevonden'', schreven Christel Rendu en Giovanni Zanni in een recente studie. Beiden werken als economen bij Morgan Stanley Dean Witter.

Zij voorspellen dat tegen 2007 het aandeel van deeltijdse banen in de totale werkgelegenheid zal toenemen tot 25 procent en het aandeel van tijdelijke arbeid tot 17 procent. Dat zal een drastische daling teweegbrengen in de werkloosheidsgraad van de eurozone.

Andere veranderingen die wijzen op een lagere structurele werkloosheid, zijn onder meer de langere openingsuren van bedrijven, flexibele werktijden voor werknemers en loonmatiging, aldus Gudin.

De ECB blijft voorzichtig. Ze wijst erop dat er veel obstakels bestaan die mensen tegenhouden om te verhuizen van een regio met hoge werkloosheid naar plaatsen waar er banen zijn. Die obstakels zijn, onder meer, een tekort aan betaalbare huurwoningen, onaangepaste transportsystemen, taalkundige en culturele barrières wanneer werk wordt gezocht in een ander land, en de onmogelijkheid om pensioenrechten te transfereren.

Toch doet de vooruitgang die de eurozone boekt in de hervorming van jobcreatie en arbeidsmarkten vermoeden dat de eurozone langzaamaan haar reputatie kan kwijtraken van een zone met massale werkloosheid.

© The Financial Times

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig