ANTWERPEN -- Net op de valreep van 1999 verscheen in het Staatsblad een nieuwe regeling die de opzegtermijnen van arbeiders in ons land verdubbelt. Maar die maatregel laat een achterdeurtje (of liever een achterpoort) open waardoor de verlening in de praktijk niet zal gelden voor de meerderheid van de arbeiders. Dat blijkt uit een onderzoek van SD Worx, een van de grootste sociale secretariaten in ons land.

Belgie is een vele opzichten een uniek land. Het is bijvoorbeeld een van de weinige landen waar nog een onderscheid wordt gemaakt tussen het statuut van arbeiders en bedienden. De dagelijkse realiteit heeft die grens nochtans al een tijd bijna helemaal weggeveegd.

Een werkgever die aan de lopende band een hoogtechnologisch apparaat bedient, is ondanks zijn hoge scholing nog steeds een arbeider, terwijl zijn lager geschoolde collega die op een administratieve dienst eenvoudige formulieren controleert een bediende heet te zijn.

Tot daar nog aan toe. Maar dat onderscheid heeft wél grote gevolgen inzake sociale bescherming. Een bediende heeft bijvoorbeeld een riante opzegvergoeding en dito opzegtermijn die drie maanden bedraagt per begonnen schijf van vijf dienstjaren. Via de zogenaamde formule Claeys wordt dat zelfs ongeveer een maand opzegtermijn per jaar in dienst. Dat is een van de meest royale regelingen in Europa.

De ongeveer een miljoen arbeiders in ons land zijn daarentegen heel wat minder goed bedeeld. ,,Peanuts'', zegt Luc Windmolders van de juridische dienst van SD Worx. ,,De opzegtermijn voor arbeiders varieert van 28 dagen voor arbeiders die jonger zijn dan twintig jaar tot 56 dagen voor ouderen. Maar in sommige gevallen is de opzegperiode beperkt tot slechts enkele dagen.''

Onder druk van Europa en ook wel een beetje het Arbitragehof werd de wetgever aangemaand hier een mouw aan te passen, ,,want deze regeling toont aan dat niet alle Belgen gelijk zijn voor de wet'', zegt Koen Magerman, directeur van de juridische dienst van SD Worx. ,,Het Duitse Grondwettelijk Hof oordeelde een tijd geleden dat het onderscheid tussen arbeiders en bedienden wél ongrondwettelijk is en het verschil is daar ondertussen dan ook al weggewerkt.''

In ons land ligt de zaak delicater, omdat werkgevers en vakbonden een beetje bondgenoten zijn. Als een aanpassing van het verschil tussen beide beroepscategorieën betekent dat de regeling voor arbeiders wordt verhoogd tot op het prijzige niveau van de bedienden, dan lopen de werkgevers weg van de onderhandelingstafel. Als de vakbonden door nieuwe wetgeving hun macht verliezen in de talloze paritaire comités dan protesteren de syndicale vertegenwoordigers. ,,Er zijn meer dan 200 verschillende sectoren en subsectoren en die spelen allemaal schipper naast God'', zegt Koen Magerman.

Maar omdat Europa vroeg of laat België zal aanmanen het verschil tussen arbeiders en bedienden weg te nemen, werd eind 1998 in een interprofessioneel akkoord overeengekomen ,,iets te doen aan de situatie''.

Op 20 december 1999 verscheen daardoor in het Staatsblad de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) nummer 75. Die verdubbelt in een klap de opzegtermijn voor arbeiders. ,,Maar het is een zogenaamde suppletieve of aanvullende regeling'', zegt Koen Magerman. ,,Dat betekent dat die nieuwe cao enkel geldt in sectoren waar de partners zelf niets ondernomen hebben om de opzegtermijn voor arbeiders te verbeteren.''

De juridische dienst van SD Worx wilde wel eens weten hoe die 200 sectoren daarop gereageerd hebben en onderzocht meer dan 300 cao's. Hun verbazing was vrij groot toen bleek dat heel wat paritaire comités allerlei ,,trucjes'' gebruikten om de verdubbeling van de opzegtermijn te ontwijken.

SD Worx ontdekte bijvoorbeeld dat paritair comité 113.04 -- het comité van de pannenbakkers, jawel -- in zijn cao bepaalt dat een ontslagen arbeider een aanvullende werkloosheidsvergoeding krijgt van 191 frank per dag en dat gedurende maximaal 74 dagen. Vanwege die aanpassing geldt cao 75 of de verlenging van de opzegtermijn dus niet.

In paritair comité 112 of die van de garagebedrijven krijgt een ontslagen arbeider tussen de 200 en 300 frank aanvullende uitkering gedurende 200 tot 300 dagen, afhankelijk van de leeftijd.

,,Conclusie is dat de nieuwe regeling slechts in nauwelijks de helft van de sectoren kan worden toegepast en het zijn dan bovendien nog vaak die sectoren waar niet zo veel arbeiders werken, zoals bijvoorbeeld de banksector'', zegt Koen Magerman.

,,Die wirwar van verschillende cao's en aparte regelingen zorgt voor een kluwen waar een kat haar jongen niet meer in vindt. Is het trouwens wel rechtvaardig? Deze regeling is een schaamlapje waarmee België aan Europa wil tonen dat het toch iets doet aan het onderscheid tussen arbeiders en bedienden.''

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig