Hoewel wij pas laat zondagavond, na een vermoeiende filedag in Duitsland, van onze skivakantie in Oostenrijk waren teruggekeerd, stond mijn eega maandagochtend alweer paraat om op de eerste dag van de koopjesperiode met onze drie kinderen de Leuvense winkels af te schuimen. De koopjesperiode, met haar kortingen van 20 tot (soms) 50 procent, is immers het aangewezen moment om de gaten in de garderobe op te vullen.

Ditmaal heb ik me niet laten meetronen, omdat ik geen nieuwe spullen nodig had. Ik heb er wel een principe van gemaakt al mijn belangrijke kledingaankopen -- kostuum, overjas -- uitsluitend tijdens de koopjes te doen. Het is een stuk goedkoper. En ik verzeker je dat niemand aan je outfit merkt of je je aankopen in november hebt gedaan tegen de volle prijs dan wel in januari met korting.

Dat de koopjesperiode al begint op 3 januari is meegenomen voor wie nog op zoek moet naar een laat nieuwjaarsgeschenk. Al moet ik zeggen dat Carolien, onze benjamin, niet echt opgezet was met de nieuwe winterjas die mama tevoorschijn haalde nadat zij maandagavond zo mooi haar nieuwjaarsbrief had voorgelezen. ,,Een soldeke is geen echt geschenk'', las ik in haar teleurgestelde blik.

Het is in elk geval gek dat de winteropruiming in de kledingwinkels start op een ogenblik dat de winter nog maar twee weken oud is en de eerste serieuze koudeprik nog moet komen. Je kan niet anders dan besluiten dat de koopjesperiode weinig met ,,opruiming'' te maken heeft. Nochtans heeft de Belgische wetgever het begrip ,,koopjesperiode'' of ,,solden'' -- onbekend in de meeste andere landen -- precies ingevoerd als een afwijking op het verbod voor handelaars om met verlies te verkopen. Maar maak je geen illusies: in de koopjesperiode wordt er weinig of niets met verlies verkocht. Het zijn integendeel hoogdagen voor de handelaars.

De koopjes zijn gewoon een vorm van promotie om extra klanten naar de winkels te lokken en de omzet te verhogen. Een tussen de handelaars overeengekomen en door de overheid bekrachtigde veralgemeende verkooppromotie. Zeg gerust kartelafspraken. Want vergeet niet dat er aan de koopjesperiode ook een keerzijde is: in de zes weken voorafgaand aan de koopjes, dus vanaf half november, mogen de handelaars geen prijskortingen aankondigen. In die periode wordt de prijsconcurrentie dus beperkt, de vrije markt aan banden gelegd. Aangezien we het hier echter over België hebben, zijn er altijd wel pientere en ondernemende handelaars die daar een mouw weten aan te passen, tot tevredenheid van de klanten.

Maar als een wetgeving zo pertinent wordt omzeild, waartoe dient ze dan? De koopjesperiode is inderdaad al jarenlang een bron van discussie. Opeenvolgende ministers van Economische Zaken en van Middenstand -- zopas nog sloot de nieuwe federale minister van Middenstand Jaak Gabriëls zich bij het rijtje aan -- kondigden aan de koopjesreglementering te willen afschaffen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want de middenstandsorganisatie NCMV heeft van de verdediging van de koopjeswet (en vooral de sperperiode) zowat haar bestaansreden gemaakt. Totnogtoe met succes.

En toegegeven, de wet heeft zo ook haar voordelen. Het is een ideaal instrument om het bestedingsgedrag van onze vrouwelijke medeburgers wat te kanaliseren. Ik bekijk het een beetje als een ventielzede : een gecontroleerde uitbarsting van koopwoede. Laten we toestaan dat onze echtgenotes een paar dagen per jaar op koopjesjacht gaan. Geef ze die uitlaatklep. Dan moeten wij tenminste niet heel het jaar door hun portemonnee in de gaten houden.