De beleggers raken er steeds meer van overtuigd dat de Amerikaanse economie uit het dal aan het klimmen is. En dat is ook goed nieuws voor de Europese en de Aziatische beleggers, als ze tenminste hun geld in exportgerichte bedrijven stoppen.

In Azië liet vooral de Japanse beurs zich opmerken. Sinds hij op 28 april naar het laagste peil zakte in twintig jaar, schoot de Nikkei index al weer 14 procent omhoog. Ook buitenlandse beleggers lieten zich niet onbetuigd. Voor de zevende week op rij kochten zij meer Japanse aandelen dan zij er verkochten.

De Japanse centrale bank maakte gisteren bekend dat zij in mei voor 3,98 biljoen yen tussenbeide kwam om te vermijden dat de dollar nog verder zou klimmen tegenover de yen. Dat is een recordbedrag. Het waren logischerwijs weer de bedrijven die erg afhankelijk zijn van export naar de Verenigde Staten die hun koers konden verbeteren. Toyota klom 0,5 procent en Honda 0,2 procent hoger.

Ook in Europa deden vooral exporteurs het erg goed. Philips en Bayer bijvoorbeeld, die allebei zowat 30 procent van hun winst boeken op de Noord-Amerikaanse markt. Philips klom gisteren 9,6 procent, Bayer 8,4 procent.

De beter dan verwachte tewerkstellingscijfers voor de maand mei staken de beleggers een hart onder de riem. Bovendien liet de dollar zijn sterkste dagklim in twee maanden optekenen.

Canary Wharf, de eigenaar van het grootste kantorenpark in Groot-Brittannië, schoot net geen 50 procent omhoog na berichten over een mogelijke overname van het bedrijf. Corus, de nummer drie onder de Europese staalproducenten, klom in een week tijd 23 procent.

De telecomindex was de enige van de achttien sectorindexen die afgelopen week terrein moest prijsgeven. Analisten zeggen dat de winsten tijdens het eerste kwartaal nagenoeg uitsluitend een gevolg waren van kostenbeheersing en dat de vooruitzichten niet zo schitterend zijn. France Télécom moest 3,9 procent prijsgeven en zijn mobilofonie-eenheid Orange zakte zelfs 10 procent. MMO2, de nummer drie onder de gsm-operatoren, gleed 3,7 procent weg en Vodafone ging 3 procent omlaag.

AstraZeneca klom dan weer 4,8 procent en bracht zijn winst op weekbasis daarmee op 8,9 procent. GlaxoSmithKline boekte 0,6 procent winst en was op weekbasis goed voor een vooruitgang van 4,4 procent.

In eigen land deden Fortis en Dexia het goed met winst van respectievelijk 2,67 en 3,78 procent. KBC moest vrede nemen met net geen procent winst. Nog meer positieve cijfers bij de holdings Almanij die elk 0,90 en 1,76 procent hoger afsloten. In dezelfde sector werden Sofina en Ackermans respectievelijk 6,00 en 4,26 procent duurder.

Koramic onderscheidde zich vrijdag in positieve zin. De Kortrijkse producent van dakpannen en bakstenen koerste 's ochtends 7,7 procent hoger tot 17,50 euro. Het aandeel werd nadien geschorst, voor bekendraakte dat op de beursgenoteerde aandelen een ruilbod wordt gelanceerd.

In Amerika schoten de meeste beleggers wakker na een bod van Oracle op sectorgenoot PeopleSoft. Oracle is de grootste producent van software voor het beheer van databanken, en dat zo'n bedrijf een concurrent wil overnemen geeft blijk van vertrouwen in de toekomst, vinden de beleggers.

Maar specifiek voor Oracle vrezen zij dat het bod mogelijk niet hoog genoeg zal zijn, zodat de kostprijs ervan hoger zou kunnen oplopen dan de huidige 5,1 miljard dollar. Dat gevoel duwde de Nasdaq een half procent in het rood.

De Dow Jones van zijn kant hield stand dankzij het algemene gevoel dat de Amerikaanse economie nu echt op de goede weg is. Kort na de middag stond de oudste index in New York 0,8 procent hoger op 9.111 punten. De Standard & Poor's 500 klom sedert zijn dieptepunt van 11 maart al 24 procent en staat nu op het hoogste peil in elf maanden. Tijdens de jongste twee maanden bleef hij maar één week in het rood hangen.