Waarom behoren Belgische werknemers tot de productiefste ter wereld? Omdat alle minder productieve Belgen geen werk meer hebben. Het klinkt als een flauwe grap, maar er schuilt helaas heel wat waarheid in. In 2002 lag de toegevoegde waarde per arbeidsuur in België liefst 22 % hoger dan in de VS. Als we echter naar de welvaart per hoofd van de bevolking kijken, scoort ons land een kwart slechter dan de VS. De oorzaak is voor de werkgevers zo klaar als een klontje: de hoge arbeidskosten maken dat alleen de werknemers met een hoge toegevoegde waarde aan het werk kunnen blijven.

In het jaarlijks onderzoek van het tijdschrift Forbes bekleedt België, niettegenstaande de recente fiscale hervorming, nog altijd een van de topposities inzake de belasting op arbeid. Het besluit is dus dat indien men meer werkgelegenheid wil creëren, in de eerste plaats de lasten op de arbeid naar beneden moeten.

Vandaar het voorstel van de formateur om de werkgeversbijdragen opnieuw te verlagen. Maar gezien de beperkte begrotingsruimte zal dit slechts gebeuren voor een aantal doelgroepen.

Nogal wat mensen stellen trouwens vragen bij de impact op de werkgelegenheid van lineaire maatregelen. Zo valt vanuit vakbondshoek te horen dat een gerichte lastenverlaging een groter effect genereert dan een lineaire verlaging. Het klopt inderdaad dat, indien men morgen de werkgeverslasten voor twintigers met bruine ogen naar nul terugbrengt, er volgend jaar vermoedelijk meer van dit soort mensen een job zullen gevonden hebben. Dat is natuurlijk goed nieuws voor de drukkingsgroepen of politici die deze mensen vertegenwoordigen.

De vraag is of men veel netto-tewerkstellingscreatie zal bereikt hebben. Bij selectieve maatregelen dreigen immers verdringingseffecten: werkzoekenden in het gunstregime zullen voorrang krijgen of de plaats innemen van mensen die niet aan de voorwaarden voldoen.

Met een arbeidsmarktwerking die al vrij stroef verloopt, riskeren selectieve maatregelen de wisselwerking tussen arbeidsvraag en -aanbod nog meer stokken in de wielen te steken. Om nog te zwijgen van de administratieve rompslomp die met de diverse banenplannen gepaard gaat. Bovendien worden distorsies gecreëerd op de arbeidsmarkt. Door bepaalde groepen goedkoper te maken, worden andere categorieën werknemers relatief duurder, wat dynamisch minder gunstige effecten kan genereren.

Het Federaal Planbureau berekende dat bij speciale maatregelen voor de lage lonen er voor elke drie bijkomende lage-loonjobs er een vernietiging is van één hoge-loonjob. Als België zich als een kenniseconomie wil profileren, zou men eerder moeten pleiten voor een selectieve lastenverlaging voor de hoge inkomens. De creatie van tien jobs in dit segment doet volgens het Planbureau immers maar één lage-loonjob verloren gaan.

Het beste is echter om gewoon de lasten voor iedereen te verlagen.

We zijn in de voorbije weken om de oren geslagen met het aantal jobs dat al dan niet te danken zou zijn aan de vorige lineaire lastenverlaging. Het is gekkenwerk om hier een precies cijfer op te plakken. De korte-termijnbewegingen van de werkgelegenheid zijn immers in hoge mate te toe te schrijven aan conjunctuurontwikkelingen, waar men in een klein open land als België in elk geval weinig greep op heeft.

Precies vanwege de moeilijkheid om het korte-termijneffect van een belangrijke structurele maatregel te kunnen inschatten, dreigt die minder populair te worden. Wie dagelijks op het strand naar de eb- en vloedbewegingen van de zee zit te staren, realiseert zich waarschijnlijk niet dat het zeepeil in de voorbije decennia is gestegen. Zo gaat het ook met een algemene lastenverlaging: het werkgelegenheidsniveau zal structureel stijgen, maar dit plaatje wordt vertroebeld door de conjunctuurgolven.

In die zin is het absurd om van de ondernemingen garanties te eisen inzake jobcreatie, wanneer tot een lineaire lastenverlaging wordt overgegaan. Geen enkele ondernemer kan immers met stellige zekerheid voorspellen hoe het conjunctuurplaatje er volgend jaar zal uitzien. Wat wel vaststaat is dat het relatief goedkoper maken van arbeid ten opzichte van kapitaal onze groei arbeidsintensiever zal maken.

Wie een lange-termijnhorizon heeft -- en van politici die staatsmanschap willen uitstralen, mag men dat toch verwachten -- moet eerder de voorkeur geven aan algemene dan wel selectieve lastenverlagingen. Of om het in het nu gebruikelijke ,,Wetstratees''te zeggen: ,,Dat is goed voor de mensen''.

  • Op zaterdag legt de redactie een actueel thema voor aan een ,,denktank'' van financieel-economische specialisten. Deze week antwoordt Peter Vanden Houtte, hoofeconoom van ING België.