BRUSSEL -- 2000 wordt voor BXS, de beurs van Brussel, een sleuteljaar voor de uitbouw van een Europese dimensie. Dat zegt Olivier Lefebvre, de voorzitter van het directiecomité, in een gesprek met de pers. BXS gaat zelfverzekerd en met goede resultaten over 1999 het nieuwe jaar in.

Aan de hand van de slechte prestatie van de Belgische aandelen zou je gemakkelijk kunnen concluderen dat 1999 een slecht jaar was voor de beurs. Maar een pak andere cijfers weerleggen dat. ,,Voor de beurs als bedrijf was 1999 een zeer goed jaar'', aldus Lefebvre.

Zo bleef het verhandelde aandelenvolume met ruim 2.200 miljard frank op het peil van 1998. De beurskapitalisatie daalde wel met 11,5 %, maar daar zitten ook de dalende koersen voor iets tussen. Bovendien ligt die kapitalisatie -- zeg maar de marktwaarde van alle genoteerde bedrijven -- nog altijd 45 % hoger dan eind '97. En dankzij een productieve eerste jaarhelft werden liefst 38 nieuwe bedrijven geïntroduceerd, slechts 1 minder dan in het recordjaar '98.

Marktendirecteur Vincent Van Dessel wijt de slechte prestatie van de Bel-20 aan de rentegevoeligheid van die index, aan de heroriëntatie van grote beleggers op buitenlandse blue chips -- waarvan België er weinig heeft -- en aan het feit dat een correctie nodig was na het topjaar 1998.

De beursdirectie is ervan overtuigd dat de ,,verwaarlozing'' van kleine en middelgrote aandelen door grote beleggers slechts een tijdelijk fenomeen is. Op zeker ogenblik zal men weer hun waarde ontdekken en kan er een kapitaalstroom richting België op gang komen, aldus Lefebvre.

De beursdirecteur weerlegt met nuchtere cijfers ook de kritiek van Fortis-baas Maurice Lippens. Die omschreef BXS onlangs als een Mickey Mouse -beurs die buitenlandse beleggers nauwelijks weten liggen. Hij dreigde er zelfs mee zijn aandeel weg te halen.

Volgens Lefebvre is de handel in Fortis (B) nochtans even groot als de handel in het Nederlandse zusteraandeel Fortis (N). ,,Bovendien verloopt 85 % van de handel in Fortis (B) via BXS en slechts 14 % via Londen.''

BXS liet door het beurshuis Petercam ook een studie uitvoeren waaruit blijkt dat de koers-winstverhoudingen van de Bel-20-aandelen niet significant afwijken van hun Europese sectorgenoten. Dat bewijst dat BXS zijn rol als efficiënte thuismarkt voor Belgische aandelen waarmaakt, zegt Lefebvre.

Hij hamert erop dat die nationale dimensie moet bewaard blijven in het Europese project waar met zeven andere beurzen aan wordt gewerkt. De acht kozen na lang palaveren voor een ,,virtuele'' euro-beurs waarbij de bestaande handelssystemen aan elkaar worden gekoppeld in plaats van één nieuw platform in het leven te roepen. De deadline voor dat project blijft november 2000. Om ,,compatibel'' te zijn met de rest van Europa, moet BXS tegen dan ook de quinzaines op de termijnmarkt afschaffen.

De integratie van de nationale diensten voor clearing & settlement (de verrekening en verwerking van transacties) blijft voor de Europese partners uitdaging nummer één. Dit ligt vooral moeilijk in Londen, Milaan en Madrid, waar de clearing-huizen volledig onafhankelijk werken van de lokale beurzen.

De beurs van Frankfort koos voor het Luxemburgse Cedel als centrale tegenpartij voor grensoverschrijdende clearing & settlement, terwijl de andere beurzen in zee gingen met het Brusselse Euroclear. Maar als beide clearinghuizen een koppeling maken tussen hun systemen, is dat voor Lefebvre geen probleem.

De acht beurzen werken intussen aan een gemeenschappelijke data feed , waarbij er een eenvormig ,,scherm'' komt voor de euro-beurs. Over centen en procenten wordt nog druk onderhandeld. Zo is nog niet uitgemaakt of banken en beursvennootschappen een eenvormig tarief zullen moeten betalen om de beurs te gebruiken, of dat de kosten door elke beurs apart zullen worden aangerekend.