Door de concurrentie uit Azië ziet textielproducent La Lainière de Roubaix zich gedwongen ermee op te houden. Een verslag van Robert Graham

Deze maand wordt opnieuw een trieste voetnoot geschreven in de industriële geschiedenis van Noord-Frankrijk: La Lainière de Roubaix zal voorgoed zijn deuren sluiten. La Lainière is jarenlang het vlaggenschip geweest van wat ooit de enorme wol- en garenindustrie in Frankrijk was. Vorige maand is de liquidatieprocedure voor het bedrijf begonnen. De sluiting van de fabriek betekent dat er weer een link met het gerenommeerde verleden van de streek verloren gaat. Dat verleden gaat terug tot de middeleeuwse wolhandel die in het Franse noorden voor een bloeiend handelsverkeer zorgde.

Tegen het midden van de maand januari zullen de laatste bestellingen afgewerkt zijn. De enorme fabriek, waar in de gloriedagen tot 7.000 arbeiders werkten, is nu al grotendeels gesloten. ,,We hebben heel hard geprobeerd efficiënt te werken en kosten te besparen, maar er waren nu eenmaal te veel factoren waar wij geen controle over hadden'', zegt de 42-jarige president-directeur Jacques Chapurlat.

In 1997 leidde hij een management buy-out (bedrijfsovername waarbij het management de eigen onderneming overneemt) in een poging met een schone lei het bedrijf opnieuw te starten. ,,We dachten dat we een goede kans hadden om te slagen, maar het bleek uiteindelijk een onmogelijke opdracht. En het heeft geen zin meer ermee door te gaan'', zegt hij in zijn halflege kantoor.

Hij houdt een paar stalen stof en breiwerk uit zijn fabriek in de handen en zegt een beetje verbitterd: ,,In India maken ze een afgewerkt product dat wellicht goedkoper is dan wat wij betalen voor onze grondstoffen... Hoe moeten we daartegen concurreren?''

La Lainière werd in 1911 opgericht door Jean Provost. Hij heeft er Europa's meest toonaangevende garenfabriek van gemaakt. Het bedrijf maakte deel uit van een zakenimperium dat ooit het blad Paris Match en de krant Le Figaro bezat. Op het einde van de jaren vijftig was La Lainière uitgegroeid tot zo'n typisch modelbedrijf dat uitgekozen werd om al eens een staatshoofd op bezoek te krijgen.

De Britse koningin Elizabeth kreeg er in 1957 een koninklijke rondleiding en de buurtbewoners praten nog altijd over het bezoek van Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov in 1960. Hij stond erop in een limousine de 700 meter lange overdekte gang door te rijden die de enorme bakstenen hangars vol weefgetouwen met mekaar verbindt.

Na de dood van de oprichter van het bedrijf in 1978 kwam het tot een bitse opvolgingsstrijd die uiteindelijk heeft geleid tot de opsplitsing van de groep-Provost. De opvolgingsstrijd viel ook samen met een periode van enorme veranderingen in de textielindustrie door de komst van synthetische vezels en nieuwe, goedkope fabrikanten. Om in die moeilijkere marktomstandigheden te kunnen overleven, moesten veel werknemers afvloeien en werd een heleboel overheidssteun in het bedrijf gepompt. Toch werd La Lainière er in 1996 door financiële moeilijkheden toe gedwongen een gerechtelijk akkoord aan te vragen.

Chapurlat is ingenieur van opleiding en is als jonge twintiger voor La Lainière komen werken. Samen met acht collega's besloot hij het bedrijf over te kopen. De overname was gebaseerd op een afslankingsoperatie die het zo al beperkte aantal werknemers halveerde tot 210. ,,We vonden dat we ons het best verregaand konden specialiseren in nicheproducten'', zegt Chapurlat. Producten zoals kooldraad, dat gebruikt wordt voor isolatie in de top van Ariane-raketten. Hij probeerde ook de traditionele verkoopkanalen voor breigoed te stimuleren, zoals de Britse warenhuisketen Marks & Spencer.

Het eerste jaar ging alles vrij goed. Maar in 1998 lieten de gevolgen van de crisis op de groeimarkten zich voelen en daarna is het bergaf blijven gaan. ,,De Aziatische landen begonnen hun producten op de Europese markt te dumpen omdat hun eigen markt ineengestort was. Daar kwam dan nog het verlies van de belangrijke nieuwe markt in Rusland bovenop. En de Turken, die het zwaarst getroffen waren door de ineenstorting van de Russische mark begonnen daarop jammer genoeg hun productieoverschot in Europa te dumpen.''

In 1998 verloor het bedrijf 10 miljoen Franse Frank (61,5 miljoen frank) op een totale verkoop van 120 miljoen FF (738 miljoen frank). Hoewel de verliezen van vorig jaar nog niet bekend zijn, bleef de verkoop dalen tot een waarde van 90 miljoen FF (53 miljoen frank). Want de belangrijkste kopers bestelden steeds meer bij goedkopere leveranciers. ,,Grootwarenhuisketens als Auchan en Carrefour denken niet in termen van loyaliteit. Ze hanteren bij hun aankopen maar een principe: prijs, prijs en nog eens prijs'', zegt Chapurlat.

De jongste twee jaar heeft de Franse textielindustrie met nog een extra moeilijkheid te kampen. De overheidssteun die de regering halverwege jaren negentig heeft toegekend om de enorme arbeidskosten te drukken, is door Brussel illegaal bevonden. Het geld moest dan ook teruggegeven worden. En in veel gevallen, met name voor La Lainière, heeft die terugstorting het verschil gemaakt tussen winst en verlies. Vooral omdat de overhead-kosten voor ongeschoolde werknemers in Frankrijk heel hoog zijn.

,,We hadden gehoopt dat we er weer bovenop zouden komen'', zegt Michel Deverese, een 57-jarige technicus die al 35 jaar voor La Lainière werkt. ,,Maar voor hulp hoeven we niet op de regering te rekenen en het bedrijf kan zijn producten niet met verlies verkopen. De sluiting was dus onafwendbaar.''

Het machinepark van de fabriek zal nu verkocht worden en zal volgens Chapurlat ergens in China, India, Pakistan of Turkije belanden. Met die opbrengsten en het geld van de verkoop van andere activa zal het bedrijf de ontslagpremies betalen van de 208 werknemers die elk gemiddeld 26 jaar voor La Lainière hebben gewerkt, sommigen van hen vanaf hun zestien jaar.

,,We werken weliswaar in een wereldmarkt, maar ik heb ondervonden dat niet iedereen met dezelfde wapens strijdt'', zegt Chapurlat.