Edmond Safra heeft een winstgevend imperium opgebouwd en een heleboel mensen bewonderden hem daarvoor. Maar hij leefde wel alsof hij elk moment een aanslag kon verwachten. Een verslag van William Hall .

Met de dood van Edmond Safra verliest de financiële wereld een van zijn intrigerendste, succesrijkste en meest teruggetrokken figuren. Het is al tien jaar geleden -- toen werd Alfred Herrhausen, de voorzitter van Deutsche Bank, met zijn auto werd opgeblazen -- dat een vooraanstaande bankier op zo'n gewelddadige en mysterieuze manier om het leven is gekomen.

De moord op Herrhausen is nooit opgelost, maar wordt toegeschreven aan de terroristische Rode Brigade. Herrhausen was een vooraanstaande politieke figuur, maar Safra was dat niet. En hij was ook geen symboolfiguur, in de zin dat hij geen voor de hand liggend doelwit was voor radicaal protest. Het is ook bijzonder merkwaardig dat Safra vermoord is in een van de veiligste steden ter wereld en dat Safra zich altijd hard heeft ingespannen om zijn persoonlijke veiligheid te verzekeren.

Volgens bankiers die hem kenden, is Safra er altijd als de dood voor geweest dat hij vermoord of ontvoerd zou worden. Als hij met zijn vrouw Lily, een rijke Braziliaanse erfgename, heen en weer pendelde tussen hun huizen in New York, Londen, Genève, Monaco en São Paulo, was hij constant omringd door een stel lijfwachten. Zijn eigendom in Monaco had hij blijkbaar gekocht van de familie Agnelli, en die had het op haar beurt gekocht van de Belgische koning Leopold. Het huis was uiterst streng beveiligd.

Safra hechtte legendarisch veel belang aan zijn veiligheid. Op een bepaald moment vloog een helikopter met daarin een stel rijke potentiële huizenkopers te dicht bij zijn huis op de Cap Ferrat, even buiten Monaco langs de Rivièra. Hij zou daarop de Franse minister van Binnenlandse Zaken hebben gebeld om te vragen wie aan boord zat en om te eisen dat zijn luchtruim niet meer zou worden geschonden.

Safra leefde in elk geval alsof hij vijanden had. Bryan Burrough is de auteur van Vendetta , een boek over Safra. Daarin schrijft hij dat Safra vaak de opmerking maakte: ,,Er zijn duizenden gieren die je altijd op willen eten. Als je niet sterk bent, vreten ze je op.'' Hij stond erom bekend dat hij zich altijd zorgen maakte en heel bijgelovig was.

Toch komt zijn moord er op een vreemd moment, want hij dacht eraan om na een halve eeuw de bankwereld vaarwel te zeggen.

Safra had al stappen gezet om zijn grootste twee banken, de Amerikaanse Republic New York Corporation en de Europese Safra Republic Holdings, te verkopen aan HSBC, Europa's grootste bank. Hij leed aan de ziekte van Parkinson. Aangezien hij geen kinderen had, kon hij de zaak niet aan een zoon overdragen, zoals zijn vader Jacob Safra dat bij hem had gedaan.

Safra heeft in zijn carrière drie banken groot gemaakt. Zijn deskundigheid wordt vergeleken met die van Amerikaanse bankiersdynastieën als de Morgans en de Rockefellers . Hij werd openlijk bewonderd door 's werelds meest vooraanstaande bankiers. Sir John Bond, de voorzitter van HSBC, prijst de kwaliteiten van Safra uitvoerig en zegt dat zijn banken ,,de geest en de integriteit van Edmond'' belichaamden. Volgens een andere bankier was Safra de enige Arabische jood die eerlijk zaken deed met elk van beide gemeenschappen zonder de andere voor het hoofd te stoten.

Toch hebben altijd al een hoop geruchten over hem de ronde gedaan. Zijn banken horen tot de grootste verhandelaars van bankpapier ter wereld. En dat is een sector waar makkelijk geld kan worden witgewassen. Ze zijn ook heel actief op de goudmarkt, ook al een sector waar anonimiteit geld waard is. De Amerikaanse overheid heeft Safra's banken altijd ,,schoon'' verklaard als ze de controlesystemen onderzocht waarmee ze witwaspraktijken proberen te voorkomen. En Safra zelf is vaak naar de rechter gestapt om zijn reputatie te beschermen.

Mede door zijn obsessie voor geheimhouding en de professionele afgunst van veel concurrenten, staat de naam Safra nog altijd als een huis. Zijn carrière leent zich anders wel tot intriges. Hij werd geboren in Syrië als telg van een sefardische joodse familie. Zijn familie bouwde tijdens het Ottomaanse rijk een bankimperium uit. De familie Safra financierde de karavaanhandel tussen Aleppo, Constantinopel en Alexandrië. Edmond Safra was niet de oudste zoon van Jacob Safra. Toch heeft hij de familiebank geërfd. Hij leerde het vak terwijl hij zijn vader volgde in de soeks van Beiroet.

Zijn vader gaf hem de raad zijn klanten altijd in de ogen te kijken, ,,want ogen zeggen meer dan balanstotalen''. Edmond Safra heeft die raad altijd opgevolgd terwijl hij plaatselijk zijn cliëntenbestand uitbouwde. Zijn eerste cliënten waren ook Arabische joden, die hun fortuin wilden beschermen, maar al gauw had Safra zoveel succes dat hij niet langer alleen de noden van rijke vluchtelingen uit het Nabije Oosten lenigde.

Hij stond bekend als een meedogenloze zakenman. Maar hij was ook een verlegen man die alle publiciteit schuwde, en een vrijgevige filantroop. In de hele wereld vind je joodse centra, ziekenhuizen en scholen die zijn opgericht ter ere van zijn vader, die hij aanbad. Aan de New Yorkse Yeshiva-universiteit heeft hij het Jacob E. Safra-instituut voor Sefardische Studie opgericht en hij bekostigt een leerstoel Sefardische Studie aan de universiteit van Harvard.

Toen hij in 1996 zijn bank in Monaco opende, kon hij de voormalige Britse premier Margaret Thatcher ertoe overhalen een lezing te houden voor zijn cliënten in de plaatselijke opera. Geen enkele bank kon tippen aan de overdadige receptie die hij elk jaar gaf tijdens de jaarlijkse bijeenkomsten van de Wereldbank in Washington. Die recepties hadden trouwens ook de strengste veiligheidsmaatregelen. Elke bankier die die naam waardig wou zijn, moest er opgemerkt worden. Nobelprijswinnaar en holocaustonderzoeker Elie Wiesel beschreef Safra ooit als ,,de broer die ik nooit gehad heb''.

Safra's beslissing om zijn bankimperium voor 10,3 miljard dollar (415 miljard frank) te verkopen aan HSBC Holdings werd door velen beschouwd als het einde van een tijdperk. Anderen beschouwden de stap dan weer als teken dat zijn professionele stijl niet langer paste in de sterke concurrentie van de huidige markten.

De banken van Safra's imperium zijn doorgaans heel sterk gekapitaliseerd en beschikken over extreem liquide balansen. Voor vele bankanalisten is het altijd een raadsel geweest hoe ze er steeds in geslaagd zijn om meer winst te genereren dan de gemiddelde bank. Andere bankiers zijn jarenlang jaloers geweest op het uitzonderlijk loyale cliëntenbestand dat Safra wist te behouden, hoewel hij ze voor hun spaartegoeden blijkbaar toch rentetarieven bood die lager lagen dan het gemiddelde.

Safra heeft zich door de jaren heen een reputatie opgebouwd als de bankier die alles wat hij aanraakte, in goud veranderde. Hij heeft niet een, maar drie succesvolle banken opgericht in verschillende hoeken van de wereld. Zijn eerste bank heeft hij opgericht in Brazilië. Hij was op 24-jarige leeftijd in São Paolo terechtgekomen en daar heeft hij de funderingen gelegd van wat later de in Genève gevestigde Trade Development Bank zou worden. In 1962 verkocht hij al zijn Braziliaanse operaties aan zijn broers. Vier jaar later opende Republic National Bank de deuren in New York. Robert Kennedy kwam het lintje doorknippen.

Republic veroorzaakte een schokgolf op de ingedommelde New Yorkse bankmarkt door cliënten gratis cadeautjes aan te bieden in ruil voor stortingen. Op een bepaald moment is Republic daardoor zelfs de grootste verdeler van kleurentelevisies in de VS geweest.

Safra vond zelf dat de verkoop van Trade Development Bank aan American Express in 1984 (voor 550 miljoen dollar of ruim 22 miljard frank) zijn grootste vergissing was geweest. De relaties zakten bijna meteen na de verkoop tot onder het vriespunt. Safra vond dat hij niet geconsulteerd werd over de zakelijke strategie van American Express. Toen hij alle banden compleet wou verbreken, beschuldigde American Express hem ervan dat hij zijn beste personeelsleden terug wou lokken om met hen een nieuw bankimperium uit te bouwen.

American Express werd er daarna van beschuldigd een hele reeks geruchten te hebben verspreid over Safra. Uiteindelijk werd Jim Robinson, de voorzitter van American Express, ertoe gedwongen een uiterst gênante publieke verontschuldiging uit te spreken en 5 miljoen dollar (ruim 200 miljoen frank) aan schadevergoeding weg te schenken aan liefdadigheidsacties van Safra. Robinson moest erkennen dat zijn bedrijf verantwoordelijk was voor een lastercampagne tegen Safra.

Meer dan vijftig jaar lang is Safra er blijkbaar in geslaagd de black holes van de bankwereld te vermijden, zoals bijvoorbeeld de schuldencrisis van de ontwikkelingslanden, onoordeelkundige leveraged buyouts (met vreemd kapitaal gefinancierde overnamepogingen) en gewaagde investeringen. Zulke operaties hebben de reputatie van veel concurrenten beklad. Maar de banken van Safra

hebben zich altijd rigoureus geconcentreerd op cliëntendeposito's en zich in veel mindere mate met leningen beziggehouden.

Leningen maken momenteel minder dan dertig procent uit van hun totale tegoeden. De rest van hun balans hebben ze in veilige obligaties geïnvesteerd. Safra's reputatie als voorzichtige bankier vindt zijn oorsprong in het motto van zijn vader ,,Als je de zeeën van het bankierswezen wilt bevaren, moet je je bank uitbouwen alsof ze een boot was, sterk genoeg om veilig elke storm te weerstaan.''

Die uitspraak stond geregeld op de kalenders die Safra zijn loyale cliënten bezorgde. Ook in de advertenties voor zijn Republic National Bank of New York -- ,,een uitzonderlijk stabiele particuliere bank op wereldniveau die in staat is de ergste stormen te weerstaan'' -- vind je datzelfde thema terug. De naar risicograad gewogen kapitaalratio's van Republic zijn twee keer zo hoog als door de regelgever geëist wordt.

Door al die factoren was het dan ook een verschrikkelijke verrassing toen Republic vorig jaar een van de grootste slachtoffers bleek te zijn van de Russische schuldencrisis. De bank was in Rusland kwetsbaarder dan haar omvang liet vermoeden, kwetsbaarder dan alle andere Amerikaanse financiële instellingen. Republic moest haar makelaarshuis sluiten nadat de bank een hoop geld had verloren aan hedge funds (fondsen met hoog risico). Vorige maand stemde Safra nog in met een verlaging met 450 miljoen dollar (ruim 18 miljard frank) van de prijs die hij zou krijgen voor zijn aandeel in Republic of New York. Die prijsverlaging is er gekomen toen bleek dat de bank borg had gestaan voor controversiële obligaties die aan Japanse beleggers waren verkocht. Dat was nog maar eens een teken dat Safra's legendarische vermogen om de stormen van de financiële markten te weerstaan, hem in de steek begon te laten.

Safra had altijd de indruk gegeven dat hij niet alleen zijn vaders levenswerk wou voortzetten, maar bovendien een bankdynastie wou uitbouwen. Een aantal jaren terug gaf hij een van zijn zeldzame interviews weg aan het Zwitserse zakenblad Bilanz . Daarin zei hij: ,,Vroeger zei ik altijd dat ik banken wou bouwen die duizend jaar zouden meegaan. Nu zeg ik dat ik wil dat mijn bank tienduizend jaar meegaat.''

De bankiersnaam Safra zal zeker nog voortleven dankzij zijn verwanten. Zijn jongere broers, Joseph en Moise Safra, wonen in Brazilië en staan daar aan het hoofd van de Safra Group, die goed is voor 5 miljard dollar (ruim 200 miljard frank). Die groep bezit onder meer de Safra National Bank of New York, de Braziliaanse Banco Safra en een hele resem bankoperaties in Israël, Luxemburg en de Bahama's.

Maar al die ondernemingen zullen in bankierskringen wellicht nooit dezelfde impact hebben als de verschillende banken van Edmond Safra. En de andere leden van de familie zullen wellicht nooit zoveel aandacht krijgen als hij. De omstandigheden van zijn dood kunnen niets veranderen aan de fascinatie die de wereld altijd heeft gehad voor Edmond Safra.