BRUSSEL -- Het voorstel van Electrabel om tot 2005 jaarlijks 250 tot 500 megawatt van zijn productievermogen in België te veilen, verzinkt in het niet bij de voorstellen uit een rapport, gemaakt in opdracht van de Raad voor de Mededinging en dat De Standaard kon inkijken. Deloitte Consulting vindt dat ten minste 2.083 megawatt geveild moet worden en dat vijf jaar lang. Maar het kan ook oplopen tot 5.629 megawatt of de helft van het productievermogen van de Belgische centrales van Electrabel.

De veiling van productiecapaciteit van Electrabel-centrales wordt beschouwd als een van de belangrijke ingrepen om op korte termijn een echte concurrentiewerking in de Belgische elektriciteitsmarkt mogelijk te maken. Vandaag overheerst Electrabel zowel de stroomproductie als de elektriciteitsverkoop.

De Belgische regering zette begin april principieel het licht op groen voor de organisatie van de veiling van een deel van de elektriciteitsproductie. De toenmalige staatssecretaris voor Energie, Olivier Deleuze, liet toen verstaan dat tussen de 20 en 30 procent van de Belgische productie van Electrabel geveild moest worden om de marktwerking in ons land een kans te geven. De nieuwe aanbieders op de markt hebben immers nog geen tijd gehad om zelf productiecapaciteit op te bouwen.

Maar met die verantwoording van de regering, zit je wel in een scenario waarin eigenlijk de helft van de productiecapaciteit van Electrabel geveild moet worden, stelt Deloitte Consulting in zijn rapport aan de Raad voor de Mededinging. De regering gaf overigens de Creg, de regulator die toeziet op de goede werking van de Belgische elektriciteits- en gasmarkt, de opdracht om tegen het najaar een rapport klaar te stomen over de manier waarop zo'n elektriciteitsveiling georganiseerd kan worden.

De mededingingsautoriteit kan daar niet op wachten. Ze wordt zelfs geconfronteerd met een reeks overeenkomsten tussen Electrabel en de gemengde intercommunales. Die gemengde intercommunales, waarin de gemeenten een meerderheid hebben, kwamen met Electrabel overeen om de stroomverkoop naar een bedrijf te transfereren waarin Electrabel de meerderheid heeft. De Raad voor de Mededinging heeft de voorbije maanden al herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat dergelijke akkoorden de overheersing van Electrabel op de Belgische stroommarkt nog verder versterken. Op 4 juli wordt een volgende beslissing verwacht. Dan moet de Raad de knoop doorhakken wat de overeenkomst tussen Electrabel en de gemengde intercommunale Imea betreft. Het gaat meteen om het eerste Vlaamse dossier.

De voorbije weken liet Electrabel aan de Raad verstaan dat het bereid was om een deel van de productie te veilen als het daarvoor in ruil de goedkeuring krijgt voor de akkoorden met de intercommunales. Het elektriciteitbedrijf was bereid om te praten over een jaarlijkse veiling van 250 tot 500 megawatt en dat tot eind 2005. Andere partijen -- regulatoren en leveranciers -- die tussenkwamen bij de mededingingsautoriteit, lieten verstaan dat dit volstrekt onvoldoende was om de marktwerking in België een kans te geven. De Raad besloot dan maar om zelf een expert aan te stellen om een neutrale stem te laten weerklinken. Naast de vaststelling in het rapport dat een veel grotere productie van Electrabel moet worden geveild, wijst Deloitte Consulting er ook op dat zo'n veiling minstens vijf jaar lang volgehouden moet worden. Electrabel wil voorlopig niet verder gaan dan twee jaar.