BRUSSEL -- De nieuwjaarsduik van de aandelenmarkten heeft veel beleggers verrast die dachten dat een nieuw jaar per definitie samengaat met stijgende koersen. Maar de correctie zat er al een hele tijd aan te komen. Het is in grote mate een verhaal van kapitaalstromen tussen de obligatie- en de aandelenmarkten.

Veel analisten waarschuwden al in december dat de opmars van technologie- en internetaandelen onhoudbaar was tegen de achtergrond van een stijgende langetermijnrente -- zowel in Europa als de VS.

Dat hoge rentevoeten slecht zijn voor de beurs, zou basisregel nummer één moeten zijn voor elke belegger. Een hogere rente verhoogt om te beginnen de ,,aantrekkingskracht'' van -- en dus de vraag naar -- vastrentende beleggingen tegenover niet-vastrentende beleggingen zoals aandelen. Hogere rentevoeten zijn ook slecht voor bedrijven die regelmatig geld moeten lenen op de kapitaalmarkt, en dat geldt des te meer voor de vele verlieslatende hoogvliegers uit de internetsector.

De terugval van de aandelenmarkt hoeft dus niet te verbazen. Het feit dát de rente zo drastisch stijgt, doet sommige analisten echter wel de wenkbrauwen fronsen.

Veel commentatoren verklaren dit doordat aan beide zijden van de Oceaan nog officiële renteverhogingen worden verwacht door de centrale banken. Maar die verwachting koestert de markt al veel langer dan vandaag. Bovendien hebben zo'n officiële renteverhogingen vooral invloed op de marktrente op korte looptijden (pakweg 0 tot 2 jaar) en minder op de langetermijnrentes, die op de obligatiemarkt bepaald worden.

Een andere verklaring kan zijn dat de markt serieus schrik begint te krijgen voor een opstoot van inflatie, nu de economische groei zowel in de VS, Europa als Japan sterk aantrekt. Omdat inflatie ,,vreet'' aan de toekomstige opbrengst van obligaties, zullen beleggers immers een hogere rente eisen op nieuwe obligaties. Toch is ook dat een vreemde reactie, als je weet dat de meeste economen ervan uitgaan dat de inflatie in de geïndustrialiseerde wereld ook de komende jaren nog onder controle zal blijven.

Wellicht mogen we ook de rol van zogenaamde liquiditeitsstromen niet onderschatten, zeg maar het snelle geld dat van de ene naar de andere markt vloeit. Dat sommige sectoren op de aandelenbeurs de afgelopen maanden fenomenaal stegen terwijl de obligatiemarkt daalde, kan een gevolg zijn van kapitaalstromen uit obligaties naar die ,,hete'' aandelen.

Een verhaal dus van grote en kleine beleggers die de rit absoluut niet wilden missen. Voor institutionele beleggers speelde misschien het fenomeen dat ze -- met het einde van het boekjaar in zicht -- toch een paar ,,winnaars'' in portefeuille moesten hebben. Veel particuliere beleggers waren de afgelopen jaren gewoon geraakt aan een zogenaamde ,,nieuwjaarshausse'' rond de jaarwisseling en wilden daar misschien op anticiperen.

Een bijkomend element is dat institutionele beleggers hun marktactiviteit in december flink hadden teruggeschroefd uit schrik voor Y2K-problemen. Kleinere beleggers hadden toen vrij spel. Wanneer het dan nog gaat om een ,,nieuwe generatie'' beleggers, die via het Internet massaal speculeert op hightech- en dotcom-aandelen, ontstaat vlug een zeepbel.

Met de terugkeer van grote en ,,volwassen'' beleggers op de markt wordt een scheve toestand nu terug rechtgetrokken.