De nieuwe directeur van Ford Motor Company, een rechtstreekse afstammeling van Henry Ford, is bijzonder populair bij de arbeiders en de kaderleden van de autoconstructeur uit Michigan. Nu moet hij alleen nog dat reusachtige imperium uit het slop halen, schrijven Tim Burt en Nikki Tait.

Toen William Clay Ford junior -- zelf hoort hij liever Bill -- bijna drie jaar geleden voorzitter werd van de op een na grootste autoconstructeur ter wereld, kreeg hij in zijn kantoor in Detroit meteen een telefoontje uit Turijn. Giovanni Agnelli, de patriarch van het Fiat-imperium, stond erop hem te feliciteren met zijn promotie.

Een paar deuren verder in het hoofdkwartier van Ford in Michigan was de reactie iets minder enthousiast. Afscheidnemend voorzitter en directeur Alex Trotman was het met de beslissing helemaal niet eens. ,,Zo, prins William, nu heb je je koninkrijk terug'', zou hij volgens insiders gezegd hebben.

De raad van bestuur van Ford vond toentertijd een tussenoplossing door Bill Ford tot voorzitter te benoemen en Jac Nasser, de beschermeling van Lord Trotman, tot directeur. Vorige week werd Bill Ford eindelijk het enige gekroonde hoofd van Ford Motor Company. Na maanden van geruchten en speculatie besloot Nasser dinsdag om ,,zich terug te trekken''. Daarmee kwam een einde aan een gedeelde machtspositie die tot heel wat spanningen had geleid.

Bill Ford is 44 en de eerste afstammeling van Henry Ford in meer dan een generatie die de leiding van het bedrijf in handen neemt. Volgens zijn collega's stuurde hij zijn controversiële directeur met tegenzin de laan uit. Maar Ford moest het afgelopen jaar de ene tegenslag na de andere incasseren, waardoor de aandelenkoers kelderde en de rendabiliteit van het bedrijf verloren ging. Nasser betaalde daarvoor het gelag.

Was het alleen maar te doen om de meedogenloze prijzenoorlog en de dalende winstmarges in de zo belangrijke Amerikaanse markt voor lichte vrachtauto's, dan had Nasser het vast wel overleefd. Maar hij bracht de familie Ford van haar stuk met de manier waarop hij andere problemen aanpakte, vooral dan de beruchte terugroeping van Firestone-banden, een akkefietje van 3 miljard dollar (3,4 miljard euro). Voor Bill Ford was dat een bijzonder pijnlijke episode, omdat zijn moeder afstamt van de familie Firestone, die de bandenfabriek oprichtte.

Nasser maakte ook een potje van zijn relaties met werknemers, vakbonden en dealers in de Verenigde Staten. In het openbaar deden beide mannen alsof er geen vuiltje aan de lucht was, maar het leed geen twijfel dat ze moeilijk meer van elkaar konden verschillen. De kloof tussen de publiciteitsbewuste Princeton-man Ford en de onbehouwen, Libanees-Australische Nasser verlamde het beleid bij Ford.

De familie Ford heeft 40 procent van de aandelen in het bedrijf in handen. Het nieuws dat ze zich opnieuw liet gelden werd in Wall Street koeltjes onthaald. Maar in American Road 1, de hoofdvestiging van Ford in de rand van Detroit, werd de beslissing op gejuich onthaald. De werknemers gaven Bill een staande ovatie toen hij de machtswissel aankondigde.

,,Jezus, het lijkt wel of de Lions een wedstrijd hebben gewonnen'', zei de nieuwe voorzitter en directeur. Het American football- team de Detroit Lions loopt de jongste maanden al net zo te kwakkelen als Ford zelf: de ploeg heeft het hele seizoen nog geen wedstrijd gewonnen. Net zoals de autofabrikant zijn de Lions eigendom van de familie Ford. Bill is vice-voorzitter van de ploeg.

,,Dat soort opmerkingen is typisch voor zijn zelfrelativerende aanpak'', zegt een van de topkaders van Ford. Een andere manager vond dan weer dat de enthousiaste ontvangst van Bill Ford op de werkvloer veel weg had van een georkestreerde partijbijeenkomst.

Maar over één zaak zijn alle insiders bij Ford het eens: de voorzitter kan als geen ander de belangen van de familie op het personeel en de buitenwereld overbrengen, in zijn unieke medelevende, populistische en paternalistische stijl. Die heeft hij tot een ware kunstvorm verheven.

Hij won het respect van zijn personeel toen hij zich drie jaar geleden, nauwelijks enkele weken na zijn benoeming tot voorzitter, naar een van de fabrieken in Dearborn repte toen zich daar een vreselijke explosie had voorgedaan die aan zes mensen het leven kostte. Datzelfde instinct van saamhorigheid stak vorige week weer de kop op. In zijn toespraak tot de werknemers zei hij: ,,Ik ben gek op deze plek. Het bloed in mijn aderen is zo blauw als het logo van Ford. Ford staat niet voor één persoon, het merk staat voor ons allemaal.''

De nieuwe voorzitter van Ford is natuurlijk zo rijk als de zee diep is, maar in zijn persoonlijke stijl valt geen spatje pretentie of hoogdravendheid te bespeuren. De arbeiders bij Ford lusten er wel pap van, en de hele gemeenschap van Michigan eigenlijk ook. Bill Ford ziet zichzelf als een product van Detroit, ook al groeide hij op in de rijke randgemeente Grosse Pointe. Zijn passies zijn die van de gewone man: ijshockey, voetbal en vissen.

De man geniet ook veel bijval buiten de auto-industrie, omdat hij vindt dat de sector meer oog moet hebben voor het milieu. Hij heeft zelf kritiek op het hoge verbruik van de in Amerika razend populaire sports utility vehicles (SUV's). Maar voor hij daar wat aan kan doen, heeft hij dringender zaken aan het hoofd: productiecapaciteit, productiviteit en productkwaliteit.

Bill Ford is dus een groene jongen, maar volgens sommigen is hij ook nog groen achter zijn oren. Volgens sommige analisten beschikt hij niet over de nodige ervaring en kwaliteiten om zo'n enorm industrieel complex te leiden. De voorzitter van een rivaliserende autoconstructeur omschreef het ontslag van Jac Nasser zelfs als een ,,jammerlijke vergissing''. Maar het is wat voorbarig om Bill Ford als een amateur af te schilderen. Voor hij in 1995 in de raad van bestuur kwam te zitten, had hij zich bij Ford al door zeventien functies geworsteld. Hij was onder meer landmanager in Zwitserland, directeur product planning en hoofd klimaatcontrole. En wat nog belangrijker is: hij bouwde een heel eigen netwerk uit, langs de geijkte kanalen heen, om de werknemers van Ford te ontmoeten en met hen in debat te gaan.

,,Bill zal geen vergaderingen beleggen om acht uur 's avonds'', zegt een collega, verwijzend naar de werkdagen van twintig uur onder het regime-Nasser. ,,Hij zal niet elke kans aangrijpen om het vliegtuig te nemen naar de verre uithoeken van het Ford-imperium. Maar hij heeft connecties met mensen in alle geledingen van de organisatie. Zij vertellen hem hoe het er echt aan toegaat in het bedrijf.'' Een andere medewerker vergelijkt hem met George W. Bush: ,,Zijn familie reikte hem zijn positie op een zilveren schoteltje aan, en niemand verwachtte grootse dingen van hem. Maar in hoge nood werd duidelijk wat hij in zijn mars heeft.''

Net zoals de Amerikaanse president zal Bill Ford als directeur meer delegeren dan zijn voorganger. Hij heeft een uitgelezen schare medewerkers rond zich verzameld en vertrouwt hun de uitvoering van zijn strategie toe. Zo heeft hij de Brit Nick Scheele tot bedrijfsleider benoemd. Die had tot voor kort de leiding over Ford Europa.

Een ding heeft Bill Ford voor op George W. Bush: hij moet zich niet zien waar te maken binnen een beperkte ambtstermijn. ,,Ik heb heel goede banden met de rest van de familie Ford en dat is een enorm voordeel'', zei hij vorig jaar in een interview. ,,Wij zullen nooit zwichten voor een vijandig overnamebod of ons bedrijf in de uitverkoop zetten. Zolang ik leef, krijgen ze me hier niet meer weg.''