Het is nu officieel: de Amerikaanse economie zit in een recessie. het ziet er bovendien niet naar uit dat ze daar snel weer uitkomt. En wie denkt dat Europa de dans ontspringt, heeft het mis: de hele wereld zit in hetzelfde schuitje.

Het zat er al een tijdje aan te komen, maar nu is het officieel bevestigd: de locomotief van de wereldeconomie is ontspoord.

Tot eind vorige week konden de onverbeterlijke optimisten nog zeggen dat de grootste economische macht nog niet echt in een recessie zat, niet in de meest strikte zin van dat woord. Sinds vrijdagochtend weten we beter. Uit officiële cijfers over het bbp van de Verenigde Staten blijkt dat de Amerikaanse economische activiteit in het derde kwartaal van dit jaar met 0,4 procent is gedaald vergeleken bij dezelfde periode vorig jaar. Het eerste kwartaal met negatieve groei in acht jaar tijd, maar minder dramatisch dan veel economen hadden voorspeld.

Wie echt aan haarklieverij wil doen, kan nog argumenteren dat je pas echt van een recessie mag spreken na twee opeenvolgende kwartalen van negatieve groei, en dat het dus nog altijd de goede kant op kan gaan.

Maar vrijdag werd alle hoop de kop ingedrukt toen de Amerikaanse overheid zowat de slechtste maandelijkse economische berichten de wereld instuurde uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. Volgens het Amerikaanse ministerie van Arbeid steeg de werkloosheid in oktober met een half procentpunt tot 5,4 procent. Dat is de grootste maandelijkse toename sinds 1980. De bedrijfswereld schrapte vorige maand 415.000 banen, meteen ook het hoogste cijfer in twintig jaar tijd.

Het spreekt vanzelf dat 11 september de bedrijfswereld de afgelopen maand lelijk parten speelde. Maar het werkloosheidsrapport laat er geen twijfel over bestaan dat de economische crisis zich al veel langer aankondigde. Het voorbije jaar zijn er 2,2 miljoen werklozen bijgekomen. Nooit eerder hebben in de Verenigde Staten zoveel mensen in zo'n korte tijd hun baan verloren. De klassieke ingrediënten van een recessie zijn allemaal aanwezig: dalende werkgelegenheid, dalende economische activiteit en dalende inkomsten.

We kunnen er dus van uitgaan dat de Amerikaanse economie wel degelijk een recessie doormaakt. Maar hoe erg die is en hoe lang ze zal aanslepen, daar hebben we voorlopig het raden naar. Het vertrouwen in de economie kreeg door de gebeurtenissen van 11 september een flinke deuk, maar de meeste specialisten in Wall Street gaan ervan uit dat de economie zich spoedig herstelt. De Federal Reserve heeft het afgelopen jaar de rente herhaaldelijk drastisch verlaagd en zal dat de komende maanden zeker nog doen. Morgen al zou de Amerikaanse centrale bank de kortetermijnrente nog eens met een half procentpunt laten zakken, tot 2 procent. Daardoor zou de vraag bij de consument weer moeten stijgen.

Dat vriendelijke monetaire beleid gaat gepaard met een doorgedreven fiscale stimulans, op voorwaarde tenminste dat het Congres uit de impasse geraakt rond de nieuwe belastingwetten. In dat geval beloopt die fiscale stimulans volgend jaar één tot anderhalf procent van het bbp.

De prestaties van de aandelenmarkten lijken dat optimisme te rechtvaardigen. Hoe slechter de economische cijfers, hoe hoger de aandelenkoersen, zo lijkt het: de beleggers maken zich sterk dat de economie zich in het tweede kwartaal van volgend jaar herpakt en vinden daarom dat ze nu massaal aandelen moeten kopen.

De vraag is of al dat optimisme wel gerechtvaardigd is. Veel hangt af van hoe zwak de economie al was voor 11 september. Wall Street schijnt te geloven dat de Amerikaanse economie net uit het dal aan het klimmen was. Maar ons lijkt het geloofwaardiger dat de groeivertraging begin september nog maar net aan haar schoonmaakoperatie was begonnen. Als dat zo is, dan moet het ergste nog komen. De Amerikaanse gezinnen zitten niet op een bom duiten. Er wordt namelijk nog altijd bijzonder weinig gespaard: de spaarquote van 2,4 procent de afgelopen zes maanden benadert nog altijd het historische dieptepunt.

We hebben nog altijd het raden naar de economische gevolgen van de terreuraanslagen en de miltvuurincidenten. Als er nog meer paniek uitbreekt, zal dat het vertrouwen van de consument en de bedrijven zeker geen goed doen.

Het is nog lang niet zeker dat de fiscale en monetaire maatregelen iets uithalen. De fiscale steun komt er grotendeels in de vorm van belastingverlagingen en de bevolking heeft de neiging dat geld op te potten, zo leert de geschiedenis. Dat mag dan al goed nieuws zijn voor de gezinsfinanciën, de kans is gering dat de economische vraag erdoor stijgt. En de recente verlagingen in de kortetermijnrente waren wel drastisch, maar het is nog te vroeg om al uit te maken of ze het grootste probleem van de Amerikaanse economie kunnen verhelpen: het stilvallen van de investeringen.

Als er in de Verenigde Staten niet vlug een heropleving komt, dan kan de rest van de wereld het ook wel schudden. De belangrijkste les die we uit het jaar 2001 kunnen trekken, is wel dat de groei van de wereldeconomie volledig afhankelijk is van de situatie in de Verenigde Staten. Dat werd nog maar eens bewezen in een recente studie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

De economen van het IMF schatten dat in de jaren '90 de export naar de Verenigde Staten goed was voor 1,5 procent van de jaarlijkse economische groei in Maleisië en zelfs voor 2,5 procent van de jaarlijkse groei in Mexico. Het zijn net de landen die zich opwierpen als een soort onderaannemer voor de Amerikaanse technologiemarkt die nu het zwaarst getroffen worden. De economische activiteit in Maleisië, Singapore en Taiwan zal dit jaar wellicht dalen.

Maar ook het lot van landen die niet veel exporteren naar de Verenigde Staten blijft onlosmakelijk met de grootste economische wereldmacht verbonden, via de financiële markten en het vertrouwen van de bedrijfswereld. De export naar de Verenigde Staten stelt in het bbp van de meeste Europese landen niet veel voor: in Duitsland bijvoorbeeld maar 3 procent. Begin dit jaar besloten de Europese politici daaruit dat Europa ongestoord kon blijven groeien, ondanks de problemen in de Verenigde Staten. Ze dwaalden.

De Duitse economie staat op de rand van een recessie, maar de oorzaak ligt allerminst bij de export. In de eerste zeven maanden van dit jaar voerde Duitsland zelfs 16 procent meer uit naar de Verenigde Staten dan in dezelfde periode het jaar voordien. Het echte probleem in Duitsland is de daling in de vaste investeringen. In het eerste semester van dit jaar lagen die 1,6 procent lager dan in het eerste semester van 2000.

De Amerikaanse groeivertraging heeft in Europa voor alles het vertrouwen van de bedrijfswereld geschaad. Kranten, het Internet en de gespecialiseerde televisiezenders verspreiden almaar meer en sneller informatie over de wereldeconomie. Door de neerwaartse spiraal van de Amerikaanse economie sloeg de euforie snel om in zwartgalligheid: een bijzonder besmettelijke gemoedstoestand, zo is gebleken.

Japan kreeg het dubbel zo had te verduren: de handel zakte in elkaar en het vertrouwen taande. In het derde kwartaal daalde de Japanse export naar de Verenigde Staten met 6 procent vergeleken bij dezelfde periode het jaar voordien. De export naar andere Aziatische landen daalde zelfs met 13,1 procent.

Europa denkt nog altijd aan het ergste te kunnen ontsnappen. Jean-Claude Trichet, de gouverneur van de Franse nationale bank zei bijvoorbeeld onlangs dat er geen recessie komt in de eurozone en dat het in 2002 beter zal gaan dan in 2001. Maar begin dit jaar had diezelfde Trichet nog gezegd dat Europa niet langer afhankelijk was van de Amerikaanse economie.

Het juiste monetaire beleid voeren is alvast een goed begin. Volgens analisten verlagen de Europese Centrale Bank en de Bank of England deze week net als de Federal Reserve de kortetermijnrente. Maar dat soort fiscale maatregelen is in Europa in het verleden al even ondoeltreffend gebleken als in de Verenigde Staten.

De doemdenkers hebben het al over een scenario vol rampspoed: een beurskrach in Wall Street, de instorting van de dollar en een sterke terugval van de consumptieve uitgaven. Niet is natuurlijk onmogelijk, maar de Amerikaanse aandelenkoersen en de dollar hebben zich na 11 september snel hersteld.

Het lijkt wel aannemelijk dat de consument en de bedrijfswereld hun financiën scherp in het oog zullen houden, nu de toekomst zo onzeker is. Niemand is nog geneigd zich diep in de schulden te steken. De uitgaven en de investeringen zullen dus maar matig groeien, als ze al niet helemaal stilvallen. Het is daarom niet denkbeeldig dat het nog wel even duurt voor alles weer in de plooi valt, in de Verenigde Staten net als in de rest van de wereld.

  • Vivek Arora en Athanasios Vamvakidis, ,,De impact van de Amerikaanse economie op de rest van de wereld: hoe groot is die?'' IMF interne studie, augustus 2001.