BRUSSEL -- Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) trekt met een waarschuwende vinger naar het sociaal overleg met de vakbonden en de regering: hogere nettolonen kùnnen, dankzij een belastingverlaging, maar niet door de arbeidskosten voor de bedrijven te doen stijgen; soepeler arbeidsformules voor de werknemer kúnnen, maar tegelijk staan verworven rechten als het brugpensioen ter discussie.

Door de goede economische conjunctuur en de dalende werkloosheid lijkt alles mogelijk, zegt VBO-gedelegeerd bestuurder Tony Vandeputte. ,,Maar dat is niet zo. We mogen het economisch herstel niet hypothekeren. De conjunctuurpiek is voorbij, het gevaar op aanwakkerende inflatie en rentevoeten is niet denkbeeldig. Hoge olieprijzen en het gebrek aan geschikte werkzoekenden remmen de groei af. Voorzichtig zijn, dus.''

Het VBO heeft begrip voor de vakbondsvraag naar hogere lonen, maar schuift de rekening door naar de paars-groene regering. De beloofde, bijkomende lastenverlaging voor de bedrijven, in 2002, moet er komen. ,,Omdat er nog altijd een loonhandicap bestaat tegenover de drie buurlanden met 7,8 procent. Om die reden moeten ook de loonmatiging en de loonnorm aangehouden blijven. Bovendien creëert een beleid van lastenverlagingen bijkomende jobs: meer dan 150.000 tussen 1995 en 2000.''

En toch kunnen de netto-inkomens omhoog, meent het VBO. Dankzij de belastingverlaging van de federale regering. Voor de grootste werkgeversorganisatie van het land moet de belastingverlaging vooral de hogergeschoolden, met hogere inkomens, ten goede komen.

,,Voor de laagste lonen is al een grote inspanning geleverd. Met resultaat. In 1998 moest een werkgever voor het officiële minimumloon van 45.000 frank 55.000 frank brutoloonkosten betalen. En ontving de werknemer 33.741 frank netto; of 61 procent. In 2000 betaalt die werkgever voor hetzelfde loon nog 50.040 frank (min 5.000 frank) en houdt de werknemer 36.193 frank over (plus 2.500 frank, of netto 72 procent). Diezelfde oefening is nodig voor kaderleden, gespecialiseerde beroepen. Zij houden amper 38 procent van de brutoloonkosten over. In Nederland is dat 45 procent, in Frankrijk 46. Die ongelijkheid moet verdwijnen.''

Naast de lonen zal het sociaal overleg vooral over de krapte op de arbeidsmarkt gaan, en over de arbeidsorganisatie.

Het VBO legt de nadruk op betere scholing van werkzoekenden en permanente vorming van werknemers. En op het wegwerken van ,,geografische ongelijkheden in de arbeidsreserve'', zegt Tony Vandeputte: ,,Tussen Kortrijk en Moeskroen ligt 10 km. De werkloosheid in Kortrijk bedraagt 5 procent en die in Moeskroen 18 procent. Of neem Oostende en Roeselare: 10 tegen 4 procent. De mobiliteit van de werkzoekenden moet verhogen. Dat kan door fiscale stimuli.''

Voorts moet ,,de trend om vroeg, te vroeg, de arbeidsmarkt te verlaten en met (brug)pensioen te gaan, worden omgebogen'', stelt Pieter Timmermans, directeur-generaal van het VBO. ,,Werknemers èn werkgevers moeten hun verwachtingen bijstellen. Anders wordt de sociale zekerheid onbetaalbaar. In 1995 had een man gemiddeld 39 jaar gewerkt en zou hij 21 jaar met pensioen zijn, van 57 tot 78 jaar. Bij ongewijzigd beleid zal hij, door de gestegen levensverwachting, in het jaar 2050 even lang hebben gewerkt, maar 27 jaar met pensioen zijn. De enige oplossing is: langer blijven werken. En dat kan door financiële stimuli -- een betere pensioenberekening voor wie langer werkt, bijvoorbeeld.''

Volgens Timmermans moeten bijgevolg ,,de verworven rechten, zoals het brugpensioen, worden herbekeken. Amper 22 procent van de 55 tot 64-jarigen werkt nog. De helft van de RVA-uitkeringen (114 op 235 miljard frank) gaat naar niet-werkzoekenden. Dat is onhoudbaar.''

Het VBO wil praten met de vakbonden over onthaasting , over een brede waaier ,,individuele formules'' van deeltijds werk of loopbaanonderbreking. ,,Maar niet over collectieve werktijdverkorting. De 35- of 32-urenweek is onbespreekbaar.''

Vandaag antwoorden de twee grote vakbonden, ACV en ABVV, gezamenlijk op het VBO-standpunt. Volgende week begint het loondebat in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Het echte debat start ná de beleidsverklaring van premier Guy Verhofstadt, midden oktober.