BRUSSEL -- Het kan geen toeval zijn dat Asterix aan de geest van Fransen is ontsproten. Alle industrielanden worden getroffen door stijgende olieprijzen, maar slechts in één land, Frankrijk, rijst verzet. Met hun zesde blokkadeactie in acht jaar tijd doen de Franse truckers hard hun best alle clichés over de anarchistische en werkschuwe Fransen te bevestigen. Diezelfde Fransen trekken wel dubbel zoveel buitenlandse investeringen aan als de hardwerkende en gedisciplineerde Duitsers.

De Franse routiers blokkeren olieopslagplaatsen uit protest tegen de hoge dieselprijs. Ook hun Europese collega's betalen de brandstof steeds duurder, alleen reageren zij daarop niet met blokkades. Net zomin als zij in het verleden hun land gijzelden om kortere arbeidstijden of hogere lonen af te dwingen, zoals de Franse truckers dat wel deden.

Sterker nog: de oproep tot de blokkades komt deze keer van de FNTR, een van de werkgeversfederaties uit de transportsector. De werkgevers zijn daarmee trouwens niet aan hun proefstuk. Vorig jaar wierpen ze al blokkades op tegen de invoering van de 35-urenweek. Toen de regering hen tegemoetkwam, wierpen de vakbonden prompt blokkades op. Het idee alleen al doet Britten, Duitsers en Nederlanders huiveren.

Als verklaring voor de lichte ontvlambaarheid van de routiers in Frankrijk wordt vaak gewezen op de sterke versnippering van de sector. Er zijn 38.000 transportondernemingen, waarvan vier vijfde kleine bedrijven met minder dan tien werknemers. Daarbij zijn zelfs veel eenmanszaken, waar de patron met de ene vrachtwagen rijdt. Om toch maar aan vervoer te raken, zou die tegen gelijk welke prijs rijden, waardoor de moordende concurrentie nog wordt versterkt. Hetzelfde geldt echter voor de Belgische transportsector, en hier is van blokkades geen sprake.

Andere verklaring is de zwakte van de sociale partners in de sector in Frankrijk. Zowel aan werkgevers- als aan werknemerskant zijn er veel partijen die vlug geneigd zijn tegen elkaar op te bieden om gehoord te worden. Dit is echter een gemakkelijke verklaring achteraf. Die zwakte zou net zo goed kunnen uitleggen waarom het niet tot acties komt.

Besluit: het is niet zozeer omdat ze truckers zijn, dan wel omdat ze Fransen zijn dat de Franse truckers dergelijke acties voeren. Ook de boeren, de vissers en nu zelfs de ambulanciers schuwen blokkades niet. En José Bové, de man die een McDonald's restaurant in aanbouw met de grond gelijk maakte, is een nationale held.

Alleen de piloten van Air France konden twee jaar geleden op weinig sympathie rekenen bij hun stakingsactie aan de vooravond van de Coupe du Monde. Met hun inkomen en status konden zij zich moeilijk opwerpen als verdrukten. Maar voor de ,,gewone'' Fransman lijkt het wel of de geest van de Revolutie nog altijd rondwaart in Frankrijk.

En toch. Frankrijk blijkt een van de meest aantrekkelijke landen in de Europese Unie te zijn voor buitenlandse investeerders. De voorbije jaren trok Frankrijk bijvoorbeeld dubbel zoveel buitenlandse investeringen aan als Duitsland. Achter de façade van nationale trots en onverzettelijkheid gaat een land schuil dat snel evolueert, aan de spits staat in nieuwe technologieën en over een uitstekende infrastructuur beschikt.