De softwareconsulentengroep Arinso deed gisteren een inspanning om meer transparantie te brengen. Feit is dat deze inspanning rijkelijk laat kwam om het vertrouwen van de beleggers terug te kunnen winnen.

De uiteenzetting van gisteren riep de vraag op of Arinso in maart wel rijp was om naar de beurs te trekken. De management- en informatiesystemen waren er niet en de interne controle functioneerde gebrekkig. Het bedrijf droeg de sporen van een ,,one man company'' die rond de 36-jarige stichter Jos Sluys draaide.

De due diligence die banken en advocaten uitvoeren op zo'n beurskandidaat gaat na of het bedrijf de klanten en diensten heeft die het beweert te hebben. Vraag is of dergelijk onderzoek daarmee niet tekortschiet.

Sluys vertelde gisteren glimlachend dat de tweede jaarhelft er beter zou uitzien nu de markt opnieuw aantrekt en de interne problemen opgelost zouden zijn. Dit belet niet dat analisten vragen hebben over de langere termijnperspectieven van Arinso. Wat is de toekomst van een consulent die tot nader order nog zo sterk afhankelijk is van SAP, zeker nu SAP zijn dienstenbedrijf afsplitst en zijn installateurs nadrukkelijker gaat beconcurreren? Het bedrijf heeft ook weinig of geen eigen producten waarmee het een hefboomeffect kan sorteren.

De halfjaarcijfers van Arinso hebben ten slotte voluit de aandacht gevestigd op een andere hefboom: als de omzet enkele procenten lager uitvalt dan verwacht en te veel consulenten met de vingers draaien, snijdt dat zwaar in de rendabiliteit van het bedrijf.