België staat nog altijd op een podiumplaats in de productiviteitsrankings per gewerkt uur. Maar we zakken naar de tiende plaats als de productiviteit per hoofd wordt berekend. Paradoxaal genoeg zal België moeten zakken op de productiviteitsranking als het zijn welvaart wil verhogen.

Het Amerikaanse economische onderzoeksinstituut The Conference Board stelde vorige week zijn jaarlijkse productiviteitsrapport voor bij het VBO in Brussel. België staat nog steeds hoog genoteerd in de rankings. De toegevoegde waarde per gewerkt uur is alleen in Noorwegen hoger. Onze score bedraagt 112, wat betekent dat de werkende Belg per uur 12 % meer waarde creëert dan iemand in de VS. De meeste economen en politici zien dit als een sterk punt. ,,België is wel duur'', zo luidt het, ,,maar je krijgt waar voor je geld.'' Of nog: ,,de loonkosten zijn in ons land duur, maart de mensen werken hard.''

Dit is misschien een wat simplistische conclusie, die een vals gevoel van economische sterkte geeft. De hoge productiviteit van België zegt niets over hoe hard de Belgen werken, alleen maar hoeveel waarde ze genereren per gewerkt uur. Sectoren zoals de chemie en de auto-industrie verhogen in belangrijke mate onze productiviteitsscore. En hoewel werknemers hier ongetwijfeld hard werken, is het vooral het gebruik van gesofisticeerde machines en processen dat ervoor zorgt dat er steeds meer geproduceerd wordt per gewerkt uur. De ironie is dat de arbeider die een knop van een robot bedient, ,,productiever'' is dan dezelfde arbeider die twintig jaar geleden uren langer en fysiek zwaarder werkte met schroevendraaier en laspistool.

Een land stijgt ook op de ranking als er activiteiten verloren gaan die ,,minder productief'' zijn. Hoe hard arbeiders ook werken in sommige textielbedrijven, ze kunnen nooit hard en snel genoeg werken om genoeg ,,waarde'' te creëren om hun hoge kosten te dekken. Hoe meer jobs er hier verdwijnen, hoe ,,productiever'' België wordt, en dus stijgt in de rankings.

Dit wordt pijnlijk duidelijk als we, naast de productiviteit per uur, ook kijken naar de productiviteit per hoofd van de bevolking. En daar scoort België veel slechter: 76,2 -- wat betekent dat het niveau goed 24 % onder het Amerikaanse ligt. De voorsprong van 12 % wordt dus een achterstand van 24 %, of een verschil van 36 % als het bredere plaatje wordt bekeken. Twintig procentpunt van dit totale verschil is volgens de berekeningen van The Conference Board te wijten aan het lagere aantal werkuren die elke werkende Belg presteert, en zestien procentpunt aan het feit dat er weinig Belgen effectief werken.

De sleutel om deze paradox te verklaren, zit hem in de ,,loonwig''. België heeft veruit de hoogste loonwig in de wereld. Dit betekent dat het verschil tussen wat iemand krijgt voor zijn werk en wat het bedrijf ervoor moet betalen nergens zo hoog is. Bij ons bedraagt dat verschil 56 %, in kostentermen meer dan dubbel zo hoog als in de Verenigde Staten (zie tabel).

Het slechte nieuws is dat België nu niet allleen veel jobs verliest in de sectoren met lage toegevoegde waarde, maar ook in de hoogwaardige (automobiel, software, electronica, chemie). De regering beweert dat ze 200.000 nieuwe jobs gaat creëren in de volgende jaren. Dit is waarschijnlijk gebasseerd op de studie van het Planbureau die 160.000 nieuwe jobs ziet in dezelfde periode. De regering verwacht er nog 40.000 extra te scheppen door een lastenverlaging.

Wat er echter niet wordt bijverteld, is dat driekwart van die jobs uit de verzorgingssector moeten komen, en het saldo uit handel en horeca. Hoewel deze jobs wel eenzelfde sociale waarde hebben, hebben ze geenszins dezelfde economische waarde voor een land als de arbeidsplaatsen die nu bijvoorbeeld verloren gaan in de industrie.

Onze regering moet de moed hebben om de produtiviteitsparadox te bekijken. In de ons omringende landen vinden er momenteel enkele vernieuwende ideeën hun weg in de sociaal-economische politiek. In Nederland wordt bijvoorbeeld gesproken over arbeidsduurverlenging, Duitsland gaat de werkloosheidsuitkeringen beperken in de tijd. Er wordt in enkele landen gesproken over demotie: lagere lonen naarmate de leeftijd, om de oudere werknemers de kans te geven om rendabel te blijven in vergelijking met ervaren en goedkopere dertigers. Nederland gaat ook een groot aantal ambtenaren ontslaan en de opbrengsten gebruiken om de loonwig te verkleinen.

Dit zijn moedige en revolutionaire stappen, die de productiviteit per uur zullen verlagen, maar de welvaart van het land verhogen. Onze buurlanden benijden ons onze toppositie in productiviteit zeker niet. Laat ons ermee ophouden om het te bekijken als een sterkte, want het verbergt een belangrijke vernietiging van potentïele economische welvaart.

(Op zaterdag legt de redactie een actueel thema voor aan een ,,denktank'' van financieel-economische specialisten. Deze week antwoordt Geert Noels, hoofdeconoom van Petercam.)

(De rubriek Trendwatchers is verhuisd naar woensdag, waar hij voortaan tweewekelijks verschijnt.)