BRUSSEL -- De economische groei in het eurogebied hobbelt sinds meer dan twee jaar rond de 0,75 procent. Ook nu weer wordt een versnelling in het vooruitzicht gesteld, maar de recente ontwikkelingen wijzen volgens het Internationaal Monetair Fonds op een nieuw uitstel.

Het verhoopte vertrouwensherstel is er na de Iraakse oorlog niet gekomen, ondanks de daling van de olieprijzen en de verbeterde omstandigheden voor de ondernemingen en de financiële sector. De bedrijven proberen hun schuldenlast verder te verlagen, wat op de investeringen en de werkgelegenheid en dus ook op de groei weegt.

De scherpe koersstijging van de euro draagt bij tot een herstel van het internationale betalingsevenwicht en is volgens het IMF dus welkom. Ze heeft een gunstige weerslag op de prijzen, de gezinsinkomens en de importkosten van de ondernemingen. De winstmarges van de exportbedrijven en van de met de import concurrerende bedrijven worden er echter door aangetast, wat tot lagere verkoopsvolumes zal leiden.

Bovendien werpen de bedenkelijke lange-termijnvooruitzichten hun schaduw af over de verwachtingen voor de korte termijn. De vergrijzing houdt een dreiging in voor de inkomenszekerheid van de ouderen, de overheidsfinanciën en de economische groei.

Gezien de onzekere vooruitzichten op een internationale groei-opleving en de stijging van de euro kan het eurogebied er niet op rekenen dat zijn groei wel op gang zal worden getrokken door de export. De binnenlandse vraag moet toenemen. De noodzakelijke voorwaarden voor een herstel op eigen kracht lijken echter nog niet aanwezig te zijn.

Dit alles wijst volgens het IMF op de ,,overweldigende noodzaak'' van structurele hervormingen. Over wat er te doen valt, bestaat eigenlijk weinig discussie; het probleem is de implementatie op het nationale vlak.

De tijd die nog rest voor pensioenhervormingen raakt snel op, zo waarschuwt het Fonds. Het suggereert de overheden geregeld onafhankelijke en geloofwaardige doorlichtingen van de overheidsfinanciën en van de vooruitzichten op het vlak van de pensioenen te publiceren teneinde de publieke opinie een beter inzicht te geven in de risico's.

Het IMF zegt geen deflatiegevaar te zien in de eurozone als geheel, maar acht een korte periode van prijsdalingen in Duitsland denkbaar. In de mate dat die de goedkopere olie en de lagere invoerprijzen weerspiegelen, is dat uiteraard een goede zaak gezien de gunstige weerslag op de inkomens van de gezinnen en de winstgevendheid van de bedrijven. Aangezien de inflatie in Duitsland nu meer dan vroeger beïnvloed wordt door de inflatie in het eurogebied als geheel, acht het Fonds het weinig waarschijnlijk dat deflatoire verwachtingen wortel zouden kunnen schieten.

Het zegt aanzienlijke ruimte te zien voor monetaire beleidsversoepeling -- voor een verlaging van de rentetarieven van de Europese Centrale Bank. Wel onderstreept het dat het monetair beleid hooguit een ondersteunende rol kan spelen bij het tot stand brengen van de groeiversnelling: van doorslaggevend belang zijn de structurele hervormingen.

Het IMF reageert ook positief op de recente herformulering van het monetaire beleidskader van de ECB: de centrale bank zegt nu te streven naar een gemiddelde inflatie van minder dan ,,maar dichtbij'' 2 procent. Dit biedt volgens het Fonds een betere buffer tegen schokken die tot deflatie zouden dreigen te leiden en creëert ook meer ruimte voor inflatieverschillen tussen de lidstaten.