BRUSSEL -- Ja, er is nog geld te verdienen op de beurs. Maar nee, u komt er niet door uw geld te parkeren in een of ander index- of sectorfonds. Die boodschap bracht de Britse fondsbeheerder Threadneedle deze week mee op een voorstelling in Brussel.

Threadneedle -- een divisie van de financiële reus Zürich Financial die in ons land zo'n 30 fondsen aanbiedt -- slaagde er vorig jaar in ,,gemiddelde'' beursrendementen te boeken, omdat al vroeg op het jaar werd overgeschakeld van de hete TMT-sectoren naar ,,klassieke'' sectoren zoals farma- en energiewaarden. Daardoor deden ze het beter dan de fervente techno-aanhangers, maar ook weer niet zo goed als overtuigde value -beleggers die de hele techno-hype aan zich voorbij lieten gaan.

De kijk van Threadneedle op het huidige beursklimaat wordt in essentie nog altijd bepaald door de nasleep van de techno-crash. Sarah Arkle, het hoofd fondsenbeheer bij Threadneedle, hamert op het belang van earnings visibility : het feit dat een bedrijf stabiele en voorspelbare winsten moet hebben om bij beleggers in de gunst te komen. ,,Op de beurs wordt voor die zichtbaarheid een premie betaald.''

Die vaststelling leidt grotendeels tot dezelfde sectorkeuzes als vorig jaar: farmaceutische aandelen, maar ook de oliesector vallen bij Arkle nog altijd in de smaak. ,,De aanbodsituatie op de oliemarkt (het inperken van de olieproductie door de Opec, red) speelt nog altijd in het voordeel van de grote oliebedrijven. Zij worden momenteel gewaardeerd alsof de olieprijs 17 á 18 dollar per vat bedraagt, terwijl dat in werkelijkheid veel meer is.'' Dezelfde aanbodkrapte speelt ook in de grondstoffenindustrie, waar er heel wat goedkope aandelen te vinden zijn, zegt Arkle.

Uit de gratie valt niet alleen alles wat met telecom te maken heeft, maar ook de banksector. ,,De banken zitten nog opgezadeld met te veel slechte dossiers door de overinvesteringen in groeibedrijven, zowel via de kredietverlening als via hun durfkapitaalactiviteiten.'' Bij wijze van vaderlands voorbeeld hoeven we maar te denken aan het debacle rond L&H, dat bij enkele banken diepe putten maakte en dat volgens kwatongen een aanleiding was voor de fusie tussen Artesia en Dexia.

Buiten de grote sectoren om, zijn ze bij Threadneedle vooral op zoek naar ,,nichethema's'': minder bekende en lokale bedrijven die dankzij een uniek product of concept toch een stabiele winstgroei optekenen. Middelgrote aandelen vaak, waarvan Arkle trouwens verwacht dat ze de komende jaren een inhaalbeweging zullen maken op de bekende big caps.

Maar de analiste laat duidelijk verstaan dat de gouden jaren op de beurs voorbij zijn. ,,De enorme aandelenboom van de jaren negentig was eigenlijk het gevolg van de structurele daling van de inflatie en de langetermijnrente in het westen.'' Het was met andere woorden een krachtige, maar eenmalige sprong die de beurswaarderingen in overeenstemming bracht met het ,,lage-inflatietijdperk''. Bijna alle aandelen namen zonder onderscheid aan die inhaalbeweging deel.

Nu de inflatie gestabiliseerd is op een laag niveau, is het gedaan met die makkelijke winsten. De beurs gaat de komende jaren eerder op en neer golven, denkt Arkle. Geld moet je verdienen door op middellange termijn te surfen : kopen op de bodem van elke golf en verkopen aan de top. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, al vermoedt Arkle dat we ons nu ,,dichtbij een bodem'' bevinden.

Het wereldbeeld van Threadneedle lijkt totnogtoe bevestigd te worden door de dagelijkse gang van zaken in Wall Street. De Dow Jones zit eigenlijk al twee jaar in het op-en-neer-patroon dat Arkle beschrijft.

We hebben het even uitgerekend: wie sinds eind maart 1999 de eenvoudige strategie volgde om de Dow Jones telkens te kopen wanneer hij rond 10.000 punten noteerde, en te verkopen rond 11.000 punten, die had de voorbije twee jaar een goede 60 % winst geboekt. Of, omgerekend, zowat 27 % op jaarbasis -- en dan tellen we uitgekeerde dividenden nog niet mee. Een buy and hold -strategie leverde een gemiddeld jaarrendement op van amper 5 %.

Een andere manier om een ,,turbo'' in de portefeuille te krijgen, is stock picking : proberen de beurs te kloppen via een uitgekiende aandelenselectie. Ter illustratie: een evenwichtig gespreide belegging in de vier beste aandelen uit de Dow Jones bracht de voorbije twee jaar 76 % op, of ruim 32 % op jaarbasis.

Het is trouwens verrassend om te zien welke die vier aandelen dan wel waren: Alcoa (aluminium), Boeing (vliegtuigproductie), 3M (consumentengoederen) en Citigroup (financiële diensten). Allemaal iconen van de ,,oude economie'', die het stukken beter deden dan bijvoorbeeld de telecomgigant AT&T (-60 %) of softwarereus Microsoft (-26 %). Het hangt er natuurlijk altijd vanaf over welke periode je vergelijkt, maar je kan je toch afvragen waarom zoveel beleggers blijven dwepen met technologie en de ,,nieuwe economie''.