Heeft Luc Vandevelde van Marks and Spencer een precedent geschapen door deemoedig zijn vette bonus te weigeren? Volgens Michael Skapinker krijgt zijn voorbeeld niet veel navolging.

Vorige week sloeg Luc Vandevelde, Vlaming en topman van Marks and Spencer, een bonus van 54 miljoen frank af. De kans is klein dat zijn voorbeeld veel navolging krijgt. Zijn gebaar was wel geen unicum in de geschiedenis, maar het blijft een bijzonder zeldzame gebeurtenis.

Zowel in de Verenigde Staten als in Europa schrappen grote bedrijven de laatste maanden duizenden banen, nu de wereldeconomie door een dal gaat. Maar de topkaderleden van de bedrijven waar het ontslagen regent, zijn blijkbaar niet geneigd in het leed van hun personeel te delen.

Dat heeft niet alleen met hebzucht te maken. Door geld te weigeren doorprikken topmanagers immers meteen een van de hardnekkigste mythes over hun positie: dat ze zelf hun vergoeding niet bepalen, maar die alleen dankbaar in ontvangst kunnen nemen.

De meeste bedrijfsleiders reageren bijzonder geïrriteerd op berichten in de pers over collega's die ,,zichzelf een indrukwekkende som geld hebben toegekend''. Topkaderleden bepalen niet zelf hoeveel ze verdienen, luidt de reactie steevast. Dat is de taak van een vergoedingscommissie, die de marktwaarde onderzoekt van de diensten die bedrijfsleiders leveren, en alleen maar een bonus goedkeurt als die bedrijfsleiders zich waarmaken. Als een topmanager weigert dat geld te aanvaarden, dan trekt hij eigenlijk het werk van die vergoedingscommissie in het belachelijke.

Gerald Corbett, voormalig algemeen directeur van Railtrack, de Britse spoorwegmaatschappij, is een van de weinige bedrijfsleiders die ooit een bonus weigerden. Dat gebeurde wel onder extreme omstandigheden. Corbett weigerde een bonus van meer dan 6 miljoen frank na het treinongeluk in Paddington in 1999. Daarbij kwamen 31 mensen om het leven.

Het boete-offer van Vandevelde is minder spectaculair dan het lijkt. M&S kondigde aan dat hij zijn bonus weigerde nadat hij zich de woede van de aandeelhouders en het personeel op de hals had gehaald, toen bleek dat de Britse distributeur in slechte papieren zat. Er kwam ook scherpe kritiek in de pers op zijn persoon. Maar Luc Vandevelde zal niet van honger omkomen. Toen Marks and Spencer hem vorig jaar bij de Franse distributiegroep Promodès wegkocht, kreeg hij meteen voor meer dan 130 miljoen frank in aandelen uitgekeerd. Trouwens, zijn bonus voor dit jaar is niet naar de prullenmand verwezen, hij is hooguit uitgesteld. M&S heeft laten weten dat Vandevelde volgend jaar voor 24 miljoen frank aandelen krijgt en nog eens evenveel in cash als hij bepaalde doelstellingen haalt.

Charles Morgan pakte de zaken onlangs anders aan. Hij is de topman van Acxiom, een bedrijf uit Little Rock in de Amerikaanse staat Arkansas, gespecialiseerd in gegevensverwerking. Morgan besloot dat hij geen banen wou schrappen waarvoor hij geen mensen zal vinden als de economie zich herpakt. In plaats daarvan moesten alle personeelsleden die meer dan 1 miljoen frank per jaar verdienen, vijf procent van hun loon afstaan. In ruil kregen ze wel aandelenopties. Hij gaf die medewerkers ook de mogelijkheid om vrijwillig nog eens vijftien procent op hun loon in te binden in ruil voor meer aandelenopties. Morgan gaf zelf het voorbeeld door zijn eigen loon met twintig procent te verlagen. ,,Bij Acxiom is het samen uit, samen thuis'', liet het bedrijf weten. ,,Iedereen profiteert als het goed gaat, iedereen bindt in als het minder goed gaat.''

Maar de Amerikaanse collega's van Morgan zijn niet gek op de term ,,inbinden''. De vergoedingen van topmanagers stegen vorig jaar in de Verenigde Staten met zestien procent. Adviesbureau Pearl Meyer & Partners heeft berekend dat de gemiddelde Amerikaanse bedrijfsleider vorig jaar bijna 500 miljoen frank verdiende. Een nieuw record.

De bestbetaalde Amerikaanse topmanager was vorig jaar John Reed, die opstapte als voorzitter en mede-algemeen directeur van Citigroup. Reed haalde vorig jaar 13 miljard frank binnen. Hij werd op de voet gevolgd door Sandy Weill, nu alleen algemeen directeur van Citigroup, die 10 miljard frank incasseerde. De cijfers komen van Standard & Poor en van Business Week . Op de derde plaats komt Gerald Levin van AOL Time Warner met goed 7 miljard frank, op de hielen gezeten door John Chambers van Cisco Systems met net geen 7 miljard frank.

In Groot-Brittannië was de bestbetaalde bedrijfsleider vorig jaar Martin Read van IT-groep Logica. Naar verluidt was hij goed voor iets minder dan 2 miljard frank.

Geven die huizenhoge sommen een goed beeld van de vraag naar managerstalent of is het een kwestie van ons kent ons? In de vergoedingscommissies zitten immers topkaderleden uit andere bedrijven. Door buitenissige salarissen toe te kennen, zorgen ze toch gewoon voor hun vriendjes en wordt de kans groter dat hun eigen vergoedingscommissie hen ook gul bejegent.

Off the record zeggen veel bedrijfsleiders dat dit soort commentaar louter is ingegeven door jaloezie jegens de bedrijfswereld. Ze laten niet na erop te wijzen dat de publieke opinie veel minder fulmineert tegen de belachelijk hoge verdiensten van voetballers en popsterren.

Maar er is toch een verschil. Neem nu David Beckham, de ster van Manchester United. Alle topclubs van Europa zitten op hem te azen en willen daar ook grof geld tegenaan gooien. Bij Manchester United moeten ze hem wel rijkelijk betalen, als ze hem willen houden. Zo werkt dat op de internationale voetbalmarkt. Er bestaat geen vergoedingscommissie waarin Gary Lineker, Michael Owen en Zinedine Zidane zitten om het salaris van Beckham te bepalen.

Sommige specialisten beweren dat de vraag naar getalenteerde bedrijfsleiders zeker in de Verenigde Staten minstens even groot is. ,,Er is nog altijd een tekort aan topkaderleden die de capaciteiten hebben om de internationale bedrijven van vandaag te leiden'', zegt Yale Tauber, loonspecialist bij William Mercer. Bovendien wordt de vergoeding van een bedrijfsleider grotendeels afgestemd op de prestaties van het bedrijf, meent hij. Salaris en bonussen in baar geld maken maar een klein deel uit van het totale vergoedingspakket. In het geval van Chambers is dat 60 miljoen frank, in het geval van Weill 900 miljoen frank. Read was in die optiek goed voor 45 miljoen frank.

Voor het overige bestaan de vergoedingen van bedrijfsleiders uit incentive betalingen op lange termijn en uit aandelenopties, waarvan de opbrengsten in de lijn liggen van die van de aandeelhouders. Als de aandelenkoersen op hun huidige lage niveau blijven, dan zijn de opties die werden uitgekeerd toen de koersen heel hoog waren, eigenlijk geen sikkepit waard. De opties die nu worden toegekend, nu de bedrijven slecht presteren, kunnen binnen enkele jaren aardig wat opbrengen. De omgekeerde wereld, dus.

Toch maakt Tauber zich sterk dat de vergoedingen van bedrijfsleiders ten dele de prestaties van het bedrijf weerspiegelen. Zijn bureau verrichtte onderzoek naar 350 bedrijven waarvan de netto-inkomsten met gemiddeld 8.9 procent stegen. Het totale inkomen van de toplui van die bedrijven steeg met gemiddeld tien procent. De 25 procent slechtst presterende bedrijven in die groep zagen hun netto-inkomsten met 22 procent dalen. De toplui van die gekwelde bedrijven moesten het gemiddeld met 3,2 procent minder stellen. ,,De vergoedingen volgen de prestaties niet op de voet'', geeft Tauber toe, ,,maar er is toch een zekere mate van gerechtigheid te merken.''

Werknemers die hun baan verliezen, zijn misschien niet dezelfde mening toegedaan. Maar de kans is klein dat ze hun baas op de huid zitten tot hij inbindt. Vandevelde is ongetwijfeld de uitzondering die de regel bevestigt.