Geld
©rr
Maakt geld nu gelukkig of niet? De éne wellicht wel, de andere misschien niet. Dat neemt niet weg dat geld een bijzonder nuttig economisch instrument is. Dat kan u zelf elke keer vaststellen wanneer u gaat winkelen.

Geld is immers de maatstaf die u en ik gebruiken om de waarde van verschillende goederen te vergelijken. Een gemakkelijke maatstaf. Het verbetert de transparantie, maakt rationele economische beslissingen mogelijk en verhoogt de efficiëntie van het economische gebeuren. Stel je voor dat ik in ,,kranten'' zou rekenen, landbouwers in ,,koeien'', bakkers in ,,pistolets'' en profvoetballers in ,,goals''. Ik zou er een punthoofd van krijgen. Het is al een hele toer om niet helemaal in de war te geraken nu we moeten beginnen rekenen in franken en in euro's.

Geld is niet alleen een theoretische waardemeter, het is ook een praktisch ruilmiddel. Gelukkig word ik niet in ,,kranten'' betaald. Zodat ik bij de bakker niet moet gaan onderhandelen over hoeveel Standaarden hij wil voor een groot wit gesneden brood. Of de kassierster in de Aldi er niet moet proberen van te overtuigen dat er niets gaat boven de kracht van woorden. En bij de bank niet moet marchanderen met een stapel kranten onder de arm over de afbetaling van mijn hypotheeklening. De kans is immers groot dat mijn bankier al een exemplaar van de krant heeft en bijgevolg niet geïnteresseerd is in mijn aanbod. Ik mag dan ook wel de croissants op zondag vergeten, want op zondag verschijnt de krant niet en welke bakker is geïnteresseerd in oud nieuws?

En hoe zou ik moeten sparen? Door de kranten ergens in mijn kelder op te stapelen? Waardeloos papier? Nee, ik ben bijzonder blij dat mijn werkgever mij voor mijn teksten betaalt in geld, ook al gebeurt dat niet in het handje maar via een elektronische storting op mijn bankrekening.

We gebruiken met zijn allen geld omdat het het samenleven nu eenmaal een stuk gemakkelijker maakt. Money makes the world go around . Een voorbeeld daarvan werd deze week opnieuw geleverd. Het overleg tussen Vlamingen en Franstaligen over een communautair akkoord over de Brusselse instellingen leek hopeloos vast te zitten. Er werd geschipperd en gedreigd, maar een akkoord leek onmogelijk en een politieke crisis onvermijdelijk. Tot er geld op tafel kwam: een miljard frank voor de Franstaligen in ruil voor twee extra Vlaamse schepenmandaten. Het land was gered!

Of je er gelukkig van wordt of niet, om je door het leven te slaan is een beetje geld wel handig. Het geeft je wat vrijheid, de mogelijkheid om de zaken te kopen of de dingen te doen doen die je zelf wil. Aha-ahaa, all the things I could do, if I had a little money , zong de popgroep Abba zich rijk in de jaren zeventig. U wil een ruimtereisje maken? Dat kan. Ene Dennis Tito, een Amerikaan uiteraard, betaalde 900 miljoen frank -- in harde dollars weliswaar -- en werd door de Russen de ruimte in geschoten voor een zesdaags verblijf aan boord van het Internationale Ruimtestation. Tito tevreden, want hij realiseert daarmee een jongensdroom, ook al heeft hij daarop moeten wachten tot hij zestig was. De Russen ook tevreden, want zij krijgen middelen binnen om hun ruimteprogramma verder te financieren. Iedereen dus tevreden. Behalve de Nasa, het Amerikaanse ruimtevaartbureau, dat jammert over de commercialisering van ruimtevaart. Dan hadden de Amerikanen maar niet de planeconomie in de Sovjet-Unie moeten onderuit halen. Eigen schuld dikke bult.

Dennis Tito is niet alleen de eerste ruimtetoerist, hij heeft ook opnieuw bewezen dat met geld alles te koop is. Bijna toch. Steeds meer.