BRUSSEL -- Tussen de helft en driekwart van alle Belgische arbeiders maakt geen aanspraak op een aanvullend verloningspakket in hun bedrijf. Voor vier vijfde van de bedienden en kaderleden is een extra voordeel -- bijvoorbeeld een hospitalisatieverzekering of pensioensparen -- wel een feit.

Dat blijkt uit het eerste employee benefits -rapport, dat een vergelijking maakt tussen de collectieve aanvullende bedrijfsvoordelen voor directieleden, kaderleden, bedienden en arbeiders. De studie werd uitgevoerd door SD Worx en J. Van Breda.

De onderzoekers ontdekten twee grote breuklijnen. Tussen het personeel van kleine en grote bedrijven, met de grens op 100 werknemers. Verhoudingsgewijze investeren kmo's veel minder in aanvullende voordelen voor hun personeel.

Daarnaast is er een groot verschil tussen het verloningsbeleid voor arbeiders enerzijds en bedienden en kaderleden (en uiteraard directieleden) anderzijds. Slechts een kleine minderheid van de arbeiders kan terugvallen op een pensioenverzekering: 37 %, tegen 79 % bij bedienden, 84 bij kaderleden en 86 bij directieleden. Eenzelfde verhouding is er bij overlijdens- en invaliditeitsverzekeringen. Arbeiders scoren iets beter (53 %) voor een verzekering tegen medische kosten.

SD Worx stipt aan dat de toekenning van een aanvullende verloning in functie van een ,,te bereiken doel'' -- zoals prestatiebeoordelingen -- afneemt. Het pensioenkapitaal wordt zelden afhankelijk gemaakt van te vervullen bedrijfsobjectieven. Meer en meer gaat het om een vaste pensioenbijdrage, waarvan de betrokken werknemer zelf de hoogte van de premiebijdrage kan bepalen. Voor kader en bedienden gaat het in één op de vijf gevallen zelfs om een zgn. cafetariaplan, met flexibele formules van groepsverzekering.

  • Informatie: SD Worx, 03-217.55.92