De Europese beurzen lieten zich gisteren misleiden door een iets steviger opening van de Nasdaq en van de Dow Jones en sloten gemiddeld licht hoger af. De schermen waren in Europa echter nauwelijks gedoofd toen de crash in de Verenigde Staten begon.

De Nasdaq dook nagenoeg recht naar beneden. De Dow Jones bood aanvankelijk een alternatief voor de beleggers, maar werd nadien ook meegesleurd in een algemene paniek. Kort na de middag begonnen beide indexen echter aan een even spectaculair herstel.

Brussel presteerde andermaal goed dankzij het zware gewicht van de financiële waarden. De Bel-20 klom ruim 75 punten of 2,7 procent en nestelde zich voor het eerst sinds lang opnieuw boven 2.900 punten.

Fortis leidde de dans met een klim van 8,7 procent. KBC moest zich tevreden stellen met 2,27 procent en Dexia klom 3,3 procent. Almanij, de hoofdaandeelhouder van KBC, schoot 6,22 procent omhoog en Ackermans kon 4,4 procent hoger afvlaggen.

Ook de chemiewaarden verbeterden hun positie en Creyf's liet zich andermaal opmerken met een sprong van 5,8 procent.

Toch deden niet alle vertegenwoordigers van de ,,oude economie'' het goed. Union Minière moest 4,3 procent inleveren, terwijl Colruyt en Delhaize respectievelijk 4,8 en 2,88 procent omlaag moesten. GIB klom dan weer 4 procent.

Op Easdaq liet vooral Lernout & Hauspie het afweten met een verlies van 9,5 procent, maar ook Ubizen gaf 2,22 procent prijs.

Alle ogen waren echter gericht op New York, en meer bepaald op de technologiehoek waarvoor de Nasdaq-index de belangrijkste graadmeter is. Na een rustige start klapte de niche van de technologie- en telecomwaarden in elkaar. Kort voor half acht plaatselijke tijd was het verlies met 13,5 procent maximaal. De index stond toen 575 punten lager dan bij het slot van de dag voordien.

Ook de Dow Jones lag op apengapen met een verlies van meer dan 4,5 procent of bijna 450 punten, toen een spectaculair herstel op gang kwam. Om 14.30 uur lokale tijd hadden beide indexen al ruim twee derde van het verloren terrein goedgemaakt.

Tokyo had niet veel last van de gezondheidstoestand van premier Keizo Obuchi, en zelfs de spectaculaire verliezen op Nasdaq leidden maar tot een verlies van 0,6 procent voor de Nikkei die stevig boven 20.000 punten standhoudt. Uiteraard leden de technologiewaarden verlies.

Ook in Frankfort deden de bankzwaargewichten het uitstekend. HypoVereinsbank (+6,1 procent), Dresdner Bank (+3,75 procent), Deutsche Bank (+3,85 procent) en Allianz (+5,9 procent) stuwden de Dax-index 1,26 procent omhoog ondanks het verlies in de technologiehoek. Siemens zakte 3 procent en nieuwkomer Epcos ging zelfs 5,3 procent omlaag.

Parijs gaf eenzelfde patroon te zien. Valeo, de producent van auto-onderdelen, klom meer dan 10 procent, verzekeraar AXA deed nauwelijks minder goed met een winst van 9,26 procent, gevolgd door BNP met plus 8,3 procent. In de technologie-, telecom- en mediahoek leden Lagardère, Equant en Bouygues verliezen van meer dan 7 procent. Canal Plus was een uitzondering. Na de zware klappen van de voorbije dagen herstelde het mediafonds 4,64 procent.

Zelfde scenario in Amsterdam, hier met ING in een vedetterol. De financiële groep haalde voordeel uit de maandag aangekondigde verkoop van zijn participatie in de Franse bank CCF. Het aandeel klom 7 procent en noteert nu minder dan één euro onder de hoogste koers van het jaar. Aan de andere kant van het spectrum zakte VNU 12 procent terwijl Baan 6 procent moest prijsgeven. ASML en Getronics daarentegen, die maandag meer dan 10 procent moesten prijsgeven, klommen respectievelijk 4,2 en 2,9 procent.

Londen roeide tegen de stroom in en zakte naar het laagste peil sinds vier weken. De financiële waarden konden in de City niet optornen tegen het technologie- en mediageweld. De techMARK-index belandde zelfs op het laagste peil sinds drie maanden.