De 'irrationele overdaad' van de aandelenmarkten zal misschien in tranen eindigen, maar wie had de voorbije vijf jaar van groei willen missen?

Er hangt lente in de lucht, de winterslaap is voorbij en de beren zijn weer op pad. Die beren speculeren op een ,,bearmarket'', een baissemarkt met een forse daling van de aandelenkoersen. Hun tegenhangers, de bulls of de stieren, staan voor een haussemarkt of ,,bullmarket''. De lucht hangt vol waarschuwingen van grijze eminenties van Wall Street zoals Albert Wojnilower (,,Sommigen onder ons geloven dat de speculatie zo'n omvang heeft gekregen dat er geen gemakkelijke of pijnloze weg terug meer is.'') en de eeuwige donderpreken van economisten van de Oostenrijkse school zoals Kurt Richebacher. Zelfs Abby Joseph Cohen van Goldman Sachs, die altijd gematigd optimistisch is geweest, gaf vorige week als advies om meer een cashpositie in te nemen.

Maar de grootste spetter, tenminste vanuit wetenschappelijk standpunt, kwam van Robert J. Shiller, een gewaardeerd economist van de universiteit van Yale. Zijn boek Irrational Exuberance is een schitterende geschiedenis en analyse van beursbooms en -crashes.

In de voorbije honderd jaar zijn er op Wall Street drie onvoorstelbaar grote speculatieve braspartijen geweest die almaar uitdijden en bleven uitdijen om dan met gigantische katers te eindigen. Er was 1901, de beruchte crash van 1929 en de daaropvolgende Depressie en de zeventien lange jaren van stagnerende aandelenkoersen die begonnen in 1966.

Shiller en zijn collega's zwartkijkers zijn ervan overtuigd dat de huidige beursboom een zeepbel heeft geblazen, inderdaad de grootste bel ooit. Dat zal binnenkort worden gevolgd door op zijn minst een langdurige stagnatie of misschien zelfs wel een regelrechte ontwrichting van de beurs.

Het is niet dat er geen echte reden tot optimisme is, zijn de geleerde sceptici het eens, nu de technologische doorbraak onze economie fundamenteel transformeert. Maar de hype op Wall Street heeft rationeel optimisme doen omslaan in beursgekte of, om het in beleefdere termen te stellen, in ,,irrationele overdaad''.

De ,,beren'' laden massa's schuld op zowel de analisten van Wall Street, de strategen en de makelaars als op de leveranciers van optimistisch nieuws zoals Business Week, CNBC en vele anderen, daarbij inbegrepen Alan Greenspan van de Federal Reserve. De beren beschuldigen die lui ervan dat ze het gigantische bedrog van een lichtgelovig investerend publiek mee helpen bestendigen.

Ze hebben aan nietsvermoedende onschuldigen verkocht met valse voorwendsels als ,,de nieuwe economie'', ,,op lange termijn stijgen aandelen altijd'', ,,er bestaat geen inflatie meer'', ,,de traditionele waarderingen zijn van geen nut meer''. En mijn favoriete voorwendsel dat wordt gebruikt om een uitleg te verzinnen voor elke zeepbel in de geschiedenis: ,,Het is een nieuw tijdperk''.

De beren hebben goede argumenten om te beweren dat de waarderingen belachelijk hoog zijn, dat de volatiliteit een gevaarlijk niveau heeft bereikt, dat veel marginale bedrijven verkocht worden tegen hemelhoge prijzen en dat een belangrijk aantal beleggers zijn persoonlijke financiën onvoorzichtig beheert.

Toegegeven, maar belangrijker: en dan?

Het probleem met die sceptici is dat ze geen antwoord geven op de twee belangrijkste vragen. Wanneer zal de bel barsten en zal de stier op de haussemarkt sterven? En wat gebeurt er daarna?

Herinner je de legendarische toespraak van Greenspan over ,,irrationele overdaad'' die hij eind 1996 hield, bijna drieënhalf jaar geleden, of om het duidelijker te maken voor investeerders: zo'n 5.000 punten van de Dow Jones geleden. Voor een flink deel waren diezelfde ,,beren'' toen al hard aan het brullen.

Het klopt dat sommigen sinds begin jaren negentig roepen dat er gevaar is en dat ze sterk aanbevelen om aandelen te vermijden. Hoe graag zou jij de voorbije vijf jaar of meer hebben gemist door in te gaan op hun oproep?

Wat de beleggers het meest verontrust, zijn de tijdelijke ,,zakken'' van plotselinge, scherpe koersdalingen. Die aanvallen van duizeligheid lijken in een korte tijd hetzelfde percentage schade te veroorzaken als vroeger nodig was om excessen te corrigeren.

Denk maar aan de reactie op de Aziatische crisis in de herfst van 1997 en aan de fundamentele angst die de ineenstorting van Rusland veroorzaakte, samen met het in de herfst van 1998 bijna over de kop gaan van Long-Term Capital Management, het hedgingfonds dat volzat met Nobelprijswinnaars.

De stieren van de haussemarkt verdwijnen, de beren brullen een paar keer en de fameuze marktspecialisten veroorzaken paniekverkopen, een betrouwbaar signaal dat we de bodem naderen.

En wat als de haussemarkt nog eens vijf jaar zou blijven duren? Het zou kunnen. Ik heb altijd gedacht dat de eerste regel van beleggen en aandelen verhandelen is om te weten wat je niet weet.

De haussemarkt zal natuurlijk eindigen. Ik heb dat maanden geleden zelf al gezegd in deze kolommen. Maar de beren, de stieren noch ikzelf weten wanneer of wat de terugval zal veroorzaken.

Misschien zal het rechtstreeks of onrechtstreeks iets te maken hebben met de economie, misschien ook niet. Misschien zal de oorzaak geopolitiek zijn of iets wat ogenschijnlijk veraf gebeurt. Wat de oorzaak ook is, het zal pas nadien worden gezien als de katalysator van een fundamentele verandering.

Gelieve er alstublieft ook aan te denken dat de grootste winsten van vroegere speculatieve zeepbellen in de laatste jaren van het fenomeen werden gemaakt.

De tweede vraag is natuurlijk: wat zal er gebeuren als de beurzen hun top hebben bereikt? Wat als het nu eens niet de ontreddering van de jaren dertig wordt, maar veeleer de stagnatie van de jaren zeventig of de ,,gouden recessie'' van de jaren negentig in Japan?

Het is alles bij elkaar wel de nieuwe economie en het is echt het informatietijdperk, er is echt een mondialisering bezig en de centrale bankiers van de wereld hebben inderdaad het voordeel van de kennis die ze moeizaam hebben bijeengesprokkeld sinds de Depressie.

Tijdens de zogenaamde ,,sobere jaren zeventig'', haussemarkt inbegrepen, werden er successen geboekt met aandelen. En het is natuurlijk ook mogelijk om een deel van het vermogen om te zetten in een of ander vast inkomen.

De complete ontreddering is natuurlijk ook mogelijk. De factoren die daartoe bijdragen zijn aanwezig voor iedereen die het wil zien: privé-schulden, publieke schulden, afgeleide producten met hefboomwerking, de Nick Leesons van deze wereld -- ik hoef er geen tekeningetje bij te maken. Maar is het waarschijnlijk of is het alleen maar mogelijk ?

Wanneer hebben in de financiële geschiedenis de bekende gevaren iets meer veroorzaakt dan de noodzakelijke aanpassingen? Het is het onbekende, de wildernis die ons wacht. Of anders gezegd, wanneer de excessen zo groot zijn en zo algemeen verspreid dat niemand er nog acht op slaat moet je uit je doppen kijken.

Ja, we zouden acht moeten slaan op het gegrom van de beer, maar zoals vroeger zou de ouderwordende beer, ook al is hij gevoelig geworden voor ouderdomsziekten zoals de verontrustende koerscorrecties die opduiken, nog wel een jaar kunnen overleven. Of twee. Of drie. Of meer.

Alfred H. Kingon is onder meer voormalig Amerikaans onderminister van Financiën. Hij was ambassadeur bij de Europese Unie van 1987 tot 1989 en staat nu aan het hoofd van Kingon International, een investeringsbedrijf.

© The Financial Times