Topmensen van grote Europese bedrijven kijken doorgaans met een wat wrang gevoel terug op de grote informatiseringsoperaties die zij de laatste jaren doorvoerden. Dat blijkt uit een onderzoek van de Boston Consulting Group .

De installatie van een nieuw ERP-systeem, de implementatie van nieuwe databanken, kortom elk groot informaticaproject levert topmanagers vaak een kater op. Ze vinden de operatie te duur, ze klagen steen en been over slechte leveranciers en vooral, het levert hun nauwelijks iets op. De bekende Boston Consulting Group (BCG) hield een enquête bij 100 topmanagers van evenveel grote Europese bedrijven die recentelijk een dergelijke omvangrijke operatie doorvoerden.

Maar een op drie managers bestempelt de operatie in zijn bedrijf als een succes. Vooral het gebrek aan toegevoegde waarde, zit de bedrijfsleiders hoog. Een meerderheid vindt niet dat de informatiseringscampagne een concrete bijdrage heeft geleverd tot betere bedrijfsresultaten. Dat is vooral het geval bij grote projecten. Kleinere informatiseringscampagnes leveren opmerkelijk betere resultaten op.

De reden voor die misnoegdheid moet volgens BCG gezocht worden bij de firma's die allerhande ERP-paketten verkopen en installeren. De grote bedrijven steunen te veel op hun installateurs, eerder dan zelf een groot deel van het project voor eigen rekening te nemen. Bedrijven denken ook te weinig strategisch als het om informatica gaat.

De sector van ERP-toepassingen is een grote industrie geworden, die nog steeds een aanzienlijk groeipotentieel heeft. Tegen 2001 zou de sector goed moeten zijn voor 125 miljard dollar.