's Werelds eerste gekloonde schaap Dolly heeft op relatief jeugdige leeftijd artrose gekregen aan de linkerachterpoot. Meteen rijst de vraag of de aandoening iets te maken heeft met de kloontechniek, die haar het leven schonk. Ian Wilmut, de Schotse wetenschapper en geestelijke vader van Dolly, acht de aandoening alvast ongewoon, zei hij aan de BBC.

Dolly zag het levenslicht op 5 juli 1996 in het Roslin-instituut in Edinburgh, nadat genetisch materiaal uit de uier van een volwassen ooi was ingebracht in een eicel waarvan de celkern was verwijderd. De ooi die de begincel leverde, was zes jaar oud. Onderzoekers hebben zich altijd afgevraagd of Dolly daarom nu in plaats van haar geboorteleeftijd van zes jaar, in werkelijkheid geen twaalf jaar oud is.

,,We weten al dat gekloonde dieren een hogere sterftekans hebben bij de geboorte. Rest nog om uit te zoeken of aandoeningen als artrose, die zich normaal op hogere leeftijd voordoen, ook vaker voorkomen bij gekloonde dieren'', zei Wilmut.

,,We weten niet of het klonen de problemen heeft veroorzaakt en het is heel belangrijk dat te achterhalen.'' Dat laatste is zeker het geval nu sommigen zich voornemen ook mensen te klonen, zoals onder anderen de omstreden Italiaanse vruchtbaarheidsspecialist Severino Antinori.

Het nieuws zorgde in Londen alvast voor een koersdaling met 15 procent van het aandeel van de firma PPL Therapeutics, die de wetenschappelijke inzichten van Wilmuts team commercialiseert. Het aandeel had eerder een opstoot gekregen nadat de PPL-afdeling in de VS erin geslaagd was vijf biggen te klonen waarvan de organen bij transplantatie niet door de mens worden afgestoten.

  • Deze dagelijkse rubriek signaleert en verklaart opvallende koersbewegingen van een aandeel.