Kinderarbeid, zelfs kinderslavernij, zijn in West-Afrika blijkbaar weer aan de orde van de dag. Dat heeft alles te maken met de uitzichtloze armoede en met de scherp gedaalde prijzen van exportproducten zoals cacao.

In elke Centraal- of West-Afrikaanse stad zie je kinderen leuren, bedelen, verhongeren of soms nog erger.

In Kinshasa, de hoofdstad van het door oorlog verscheurde Congo, vertelt een negenjarig meisje dat ze zich prostitueert om te overleven. In Lagos, het vervallen commerciële centrum van Nigeria, gaan kinderen met kromme ledematen en verrimpelde huid elke dag de straat op om tussen de auto's te gaan bedelen. In de hele regio zie je op de markten schriele jongetjes met loodzware lasten zeulen.

De hele West-Afrikaanse regio wordt geteisterd door armoede, ongelijkheid en uitbuiting. Vorig maand nog was er het schrijnende verhaal over de MV Etireno, een passagiersboot die onder Nigeriaanse vlag vaart en tal van kindslaafjes aan boord zou hebben. Plotseling gingen er berichten de wereld rond over de wijd verbreide handel in kindslaven die naar de cacaoplantages in West-Afrika worden gebracht. Daar worden ze ingezet in de eerste productieschakel van de chocolade die wij dagelijks eten.

Brian Wilson, Afrikaspecialist van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken, toont zich bezorgd om de arbeidsvoorwaarden in de cacao-industrie en heeft vandaag een ontmoeting met de chocoladefabrikanten. Hij had het al over een nakende consumentenboycot als de fabrikanten dit soort misbruiken niet uitroeien.

,,Dat zou totaal absurd en contraproductief zijn'', zegt John Newman, directeur van de Britse beroepsfederatie van koekjes- en chocoladefabrikanten, die bedrijven als Cadbury vertegenwoordigt. Volgens hem zijn misbruiken in de sector eerder zeldzaam. ,,We zijn de cacaoproducenten nog volop aan het sensibiliseren, maar de overgrote meerderheid onder hen werkt nu al volgens ethische principes.''

Vorig jaar stelden de makers van een Britse televisiedocumentaire dat bij negentig procent van de cacaoproductie in Ivoorkust kinderen worden ingezet. De arbeidsomstandigheden van die kinderen neigen sterk naar slavernij. Ivoorkust is met de helft van de totale wereldproductie de grootste cacaoproducent ter wereld.

Het ontbreekt zeker niet aan bewijzen dat kinderen in West-Afrika uitgebuit worden, of ze nu op straat werken, in mijnen, als huispersoneel of elders in de informele sector. Maar de realiteit van kinderslavernij in de cacaoteelt is een complexe zaak. De oorspronkelijke geruchten over 200 kindslaven op de MV Etireno bleken achteraf bijvoorbeeld al niet te kloppen.

Het grootste deel van de 1,2 miljoen ton cacao die jaarlijks in Ivoorkust worden geoogst, komen van kleine familiale bedrijfjes, niet van grote plantages. Het leeuwendeel van die cacao wordt gekocht door handelaars als het Amerikaanse Cargill en Archer Dennill Midland, het Britse ED en Callebaut in Zwitserland. Die bedrijven verwerken de grondstof buiten het land van herkomst en verkopen ze dan door aan chocoladefabrikanten.


Druk
De laatste jaren is de cacaoprijs scherp gedaald, net als de prijzen van andere exportgerichte landbouwproducten uit de regio, trouwens. Daardoor stijgt de vraag naar goedkope arbeidskrachten. De autoriteiten in Ivoorkust vrezen dat de sector het vanaf 2003 nog veel moeilijker krijgt. Vanaf dan laat de Europese Unie immers toe dat chocoladefabrikanten plantaardige pasta gebruiken als alternatief voor een deel van de cacao.

De sector staat dus onder enorme druk. Volgens Unicef, het kinderfonds van de VN, speelt dat in de kaart van de mensenhandelaars, die de kinderen met mooie beloften meelokken. Er komt ook een soort perverse ruilhandel op gang waarbij kinderen uit arme gezinnen werken voor rijkere families, in ruil voor onderwijs of andere voordelen.

Maar termen als ,,plantages'' en ,,slavernij'' doen denken aan de transatlantische slavenhandel die welig tierde tussen de zestiende en de negentiende eeuw. Dat schept een verkeerd beeld van de oorzaak en de ontberingen van die kinderarbeid. Bovendien gebeurt de ,,slavenhandel'' clandestien, wat het moeilijk maakt om de reikwijdte van het probleem juist in te schatten. Unicef schat dat zo'n 15.000 kinderen in de cacaoteelt van Ivoorkust werken. Als dat klopt, moet je die cijfers zien in de totaliteit van 3 miljoen inwoners die in die sector hun brood verdienen.

Geïmmigreerde boeren en handelaars in het zuidwesten van Ivoorkust, waar de cacao wordt geteeld, getuigen dat elk jaar hele ladingen tieners en volwassenen uit buurland Mali het land worden binnengebracht om te helpen bij de cacao-oogst. De meeste komen uit gebieden die een nauwe band hebben met de migrantengemeenschap. Een aantal van die kinderen gaat achteraf zeker als loonarbeider aan de slag, zeggen de getuigen.

Het gaat trouwens almaar slechter in de sector. De ingeweken boeren zeggen dat de dalende prijzen nefast zijn voor hun zaak. ,,Drie jaar geleden had ik nog acht mensen in dienst'', zegt een Malinese boer. ,,Vorig jaar waren het er nog vier. Dit jaar komen er bijna geen mensen uit Burkina Faso of Mali naar hier om werk te zoeken. We gebruiken dit jaar ook geen insecticiden of meststoffen. Door de lage prijzen is er gewoon geen geld voor.''

Unicef beschouwt iedereen onder de achttien als een kind. Unicef-directeur Carol Bellamy is van mening dat de aandacht die het probleem van kinderhandel nu krijgt, een goede zaak is. De regeringen maken er nu werk van. Ze treden op tegen overtredingen en voeren de controles op.

Maar Unicef en andere instellingen trekken ten strijde tegen een symptoom, terwijl de oorzaken van de ziekte blijven bestaan: het armste continent ter wereld moet handel drijven vanuit een weinig benijdenswaardige positie. Het oud zeer van de oneerlijke wereldhandel, inderdaad. Het is dus vechten tegen de bierkaai, wat ook al blijkt uit de cynische taal van een Libanese cacaohandelaar: ,,Ik heb inderdaad gezien hoe kinderen slaag krijgen om hen aan het werk te krijgen'', zegt hij. ,,Sommigen onder hen krijgen later loonarbeid aangeboden. Als je zag hoe ze vroeger leefden in hun dorpen in het zuiden van Mali, dan zou je begrijpen waarom ze het erop wagen. Zo gaat dat nu eenmaal in Afrika.''

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig