Voor het eerst in meer dan vijf jaar zijn de werkloosheidscijfers in Vlaanderen weer aan het stijgen. Is er sprake van een historische ommekeer en is de terugkeer begonnen naar de zwarte jaren 1993-1995, toen er in Vlaanderen 120.000 werklozen meer waren dan nu? Of gaat het om een voorbijgaande inzinking, en is de arbeidsmarkt in 2002 klaar voor herstel?

Voor de regeringen in de jaren tachtig en negentig waren de werkloosheidscijfers een maandelijkse kwelling. Tientallen banenplannen en aanhoudend gemanipuleer met de officiële werkloosheidscijfers ten spijt -- bijna alle werkloze 50-plussers werden uit de statistieken verdreven -- bleef het werklozenleger aangroeien. Een aanzet tot verbetering, eind jaren tachtig, werd door de Golfoorlog de pas afgesneden, met een piek van 280.000 werklozen in Vlaanderen tot gevolg, in 1995 (zie grafiek) .

Maar de kracht van de mondiale economie won uiteindelijk toch het pleit: de werkloosheid begon te dalen. Vanaf april 1996 zou de werkloosheid elke maand onafgebroken dalen, in vergelijking met dezelfde maand in het jaar voordien. De trend hield meer dan vijf jaar aan. In het politieke discours verdween de werkloosheid geleidelijk als thema naar de tweede, of zelfs derde rang.

Voor de paars-groene coalities was werkloosheid als iets uit een ver verleden. Vlaanderen telde begin 2001 liefst 120.000 werklozen minder dan begin 1996. En niets scheen daarin toen verandering te brengen.

Aan die mooie droom kwam in september 2001 een bruusk einde, met -- voor het eerst in 65 maanden -- stijgende werkloosheidscijfers. Een nieuwe trend was gezet, die van stijgende cijfers, het hele najaar lang (zie grafiek) .

Daarmee werd eens te meer het bewijs geleverd dat werkloosheid in Vlaanderen bij uitstek conjunctuurgevoelig is. Ditmaal was de stijging een rechtstreeks gevolg van de wereldwijde economische malaise, begonnen in de Verenigde Staten en (al vóór 11 september) over heel Europa uitgezaaid.

Andere indicatoren wijzen in dezelfde richting. Het aantal collectieve ontslagen lag in september al boven het peil van het volledige jaar 2000. En er is in de voorbije maanden geen week voorbijgegaan of een multinational kondigde een forse bedrijfsherstructurering annex personeelsinkrimping aan. Helemaal triest werd het afgelopen najaar met de faillissementen van City Bird en Sabena.

Toch kwam de ommekeer niet helemaal onverwacht. Het aantal jobaanbiedingen was al in het voorjaar stilgevallen. De uitzendarbeid -- een van de beste barometers voor de economische gang van zaken -- keek al in februari tegen dalende omzetcijfers aan. In het derde kwartaal lag het jobaanbod in Vlaanderen 13 procent lager dan in het jaar voordien (zie grafiek) . Michel Van Hemele, topman van Creyf's Interim, voorspelt pas een relance voor de uitzendarbeid tegen het einde van 2002. Niet eerder.

Ter vergelijking: in het voorjaar van 2000 steeg het jobaanbod maandelijks met meer dan 20 procent. Het was de tijd dat bedrijfsleiders steen en been klaagden over een gebrek aan geschikte arbeidskrachten. Er heerste schaarste op de arbeidsmarkt, een nieuwe migratiegolf -- uit Oost-Europa -- leek plots een aanvaardbare overweging.

Cynici omschrijven de recente stijging van de werkloosheid dan ook niet als iets dramatisch, maar als een ,,ontspanning van de arbeidsmarkt''. Lees: voor elke vacature zijn er plots weer meerdere kandidaten te vinden.

Die (positieve) keuzemogelijkheid voor het bedrijfsleven komt allicht de risicogroepen niet ten goede. Voor werkzoekenden zonder geschikt diploma of zonder ervaring ziet het er minder goed uit. Of voor migranten, tout court. Zelfs schoolverlaters met diploma ondervonden in de afgelopen maanden dat het moeilijker is geworden om aan de bak te komen.

Waar staat het werkgelegenheidsbeleid in dat alles? Of: is de overheid in staat de stijging van de werkloosheid te helpen tegengaan?

Eerst de pijnpunten. Alle studies tonen aan dat de loonkosten in België opnieuw sneller stijgen dan in de buurlanden. En dat de loonhandicap van de Belgische bedrijven weer groter wordt, met alle negatieve gevolgen vandien voor de (creatie of behoud van) werkgelegenheid.

Terwijl overal in Europa bedrijven en werknemers speciale (en forse) lastenverlagingen verkrijgen, waardoor loonsverhogingen overbodig zijn en de bedrijfskosten niet stijgen maar integendeel dalen, gelastte de federale regering een beloofde lastenverlaging voor april 2002 af. Budgettair niet haalbaar. Vooral de psychologische schade van die beslissing was groot. Voor veel bedrijfsleiders was die tweede lineaire lastenverlaging -- na die van april 2000 -- al een verworven zaak. Werkgeversorganisaties spraken openlijk van woordbreuk.

Allicht is het realistischer om te hopen dat de Vlaamse regering extra aandacht zal besteden aan beroepsopleiding en permanente vorming. Want zonder diploma maakt een sollicitant geen kans. Dat blijkt uit een bijzonder pijnlijk rapport van de VDAB over de schoolverlaters. Jaarlijks verlaten 2.650 Vlaamse jongeren de schoolbanken zonder enig diploma. Liefst 40 procent van hen zit een jaar na ,,afstuderen'' nog altijd zonder job. En zonder perspectief.

Veel van de ,,nieuwe werklozen'' -- de slachtoffers van de vele bedrijfsherstructureringen -- beschikken wel over een diploma, en over ervaring. Zij maken wel kans om, bij een opleving van de conjunctuur, snel weer een baan te vinden. Op die manier verdringen ze de bestaande werklozengroepen weer voor een tijdje van de markt.

Lichtpuntjes zijn er ook. De federale regering gaat eindelijk beginnen met het uitdunnen van het jarenoude doolhof aan banenplannen. En de Vlaamse minister Renaat Landuyt maakte een einde aan de versnipperde dienstverlening door alle arbeidsbemiddelingsdiensten onder te brengen in lokale werkwinkels.

De actieve welvaartstaat komt evenwel slechts mondjesmaat dichterbij. Jonge vijftigers die werkloos worden, moeten vanaf januari 2002 in principe opnieuw ,,beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt''. Ze moeten weer op zoek naar een baan of mogen een geschikte jobaanbieding niet weigeren. Maar het is erg onzeker of hiermee veel werkloze vijftigers een baan zullen vinden, en of België de beoogde activiteitsgraad van 70 procent zal halen. De uitstoot van ,,oudere (dure) werknemers'' gaat immers volop door en het brugpensioen is weer volop in trek.

Het zal in elk geval de statistische dood van de werkloze 50-plussers -- opzijgedreven naar het aparte circuit van de niet-meer werkzoekenden -- tegengaan. En het zal bijgevolg de officiële werkloosheidscijfers met zo'n 500 per maand omhoog jagen.

Alvast die handicap zal Vlaanderen moeten overwinnen, ook als de conjunctuur weer aantrekt. Als. Want over het tijdstip van beterschap bestaat er nogal wat twijfel. Het International Monetair Fonds voorspelt dat de werkloosheidsgraad in ons land in 2002 zal oplopen van 6,9 naar 8,1 procent van de beroepsbevolking.

Intussen zullen de premiers Verhofstadt en Dewael, en de ministers Onkelinx en Landuyt, het spook van de werkloosheid te lijf moeten gaan. Want in een modelstaat is er geen plaats voor een groot werklozenleger.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig