BRUSSEL -- Een week op de obligatiemarkten zoals stilstaand water: kalm en rimpelloos aan de oppervlakte, maar er broeide wat. Rond 1 november is het altijd wat rustig. Er zijn de feestdagen en de herfstvakantie in het katholieke deel van Europa. En het was een week van verwachting voor de week nadien. Dan komen de drie grote westerse centrale banken bijeen om zich te beraden over hun rentebeleid. Dinsdag bijt de Amerikaanse Federal Reserve de spits af. Donderdag nemen de ECB en de Bank of England hun beslissing.

Op de aandelenmarkten was dat even anders. Beleggers in aandelen hadden heel wat schokken te verwerken. Er was de acute financiële crisis in Argentinië. En er waren zwakke macro-economische cijfers. Die deden vermoeden dat het herstel van de wereldeconomie wel eens uitgesteld zou kunnen worden tot de tweede helft van volgend jaar.

De cijfers die vorige week werden vrijgegeven zagen er beslist treurig uit. In Groot-Brittannië daalde het consumentenvertrouwen opnieuw, net als de vastgoedprijzen. Het producentenvertrouwen, gemeten door een enquête bij Europese aankoopdirecteuren, verzwakte meer dan verwacht.

In de Verenigde Staten kwam de daling van het consumentenvertrouwen als een schok aan. De psyche van de Amerikaanse consument, totnogtoe zowat de enige steunpilaar van de grootste economie van de wereld, bleek veel dieper aantast door de aanslagen van 11 september dan voordien was gedacht. De angstpsychose rond mogelijke nieuwe aanslagen deed er nog een schepje bovenop.

Dat, en een nieuwe, onverwacht scherpe daling van de NAPM, de maandelijkse sfeerbarometer bij de Amerikaanse aankoopdirecteuren, deden de hoop op een kortstondige dip van de Amerikaanse economie helemaal wegsmelten. Alles wijst erop dat de Amerikaanse economie ook in het vierde kwartaal van 2001 zal krimpen. En twee opeenvolgende kwartalen van negatieve groei is een recessie.

Dat gegeven wordt nog versterkt door de werkloosheidscijfers. Afgelopen week bleek dat er sinds 11 september ruim 200.000 meer mensen hun baan verloren dan verwacht. De werkloosheidsgraad klimt daarmee tot 5,4 procent. Dat heeft op zijn beurt een effect op het consumentenvertrouwen. Voor de komende weken en maanden wordt het dan ook uitkijken naar berichten over de Amerikaanse arbeidsmarkt.

De slechte cijfers en de muizenissen in Argentinië hebben de aandacht helemaal afgeleid naar volgende week, wanneer de drie belangrijkste westerse centrale banken vergaderen. Van de Amerikaanse Federal Reserve wordt een forse ingreep verwacht. Een verlaging met de rente met 0,5 procentpunt zit erin, denken de meeste waarnemers. Ook van de Bank of England wordt actie verwacht.

De ECB, die zich al vaker tegendraads heeft getoond, is een factor van onzekerheid. Een daling met 0,5 procentpunt zit er volgen sommigen in, maar het kan evengoed niets worden.

De betreurenswaardige toestand in Argentinië, de ontgoochelde reactie van de beurzen, de slechte economische cijfers én de verwachte dalingen van de interestvoeten hebben hun effect op de langetermijnrente niet gemist. De tienjaarlijkse Amerikaanse rente tikte deze week af op 4,3 procent. Vorige week stond ze nog op 4,55 procent. De Duitse tienjaarlijkse rente daalde van 4,5 naar 4,33 procent.

De ingehouden stemming op de obligatiemarkten leverde weinig nieuwigheden op. Er waren twee interessante leningen in Noorse kronen. De uitgevers, Bayerische Landesbank en Nordic Invest, zijn respectabele huizen met een hoge rating. De munteenheid is evenwel niet vrij van risico, want de kroon is nogal beïnvloedbaar door de olieprijzen. Beide geven een rendement rond 5,5 procent. Daarnaast schreef de Nederlandse Rabobank een nieuwe lening uit, in Australische dollar, met een looptijd van zes jaar. Het rendement is er 4,8 procent.