BRUSSEL (reuters) -- Het is nog altijd een minderheid die denkt dat de wereldeconomie zijn grootste terugval zal kennen sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar het risico blijft in elk geval dat we de eerste recessie van de 21ste eeuw zijn aan het meemaken.

De wereld bevindt zich nog altijd in een shocktoestand door de nooit geziene terreuraanslagen van 11 september. Dat werd de voorbije dagen overduidelijk door een hele reeks sombere economische statistieken. Zowel het Amerikaanse consumentenvertrouwen als de consumptie zelf kenden hun grootste terugval sinds jaren, soms decennia.

Als iedereen de raadgevingen van politici en economisten zou opvolgen en zijn ,,gewone'' leven weer zou aanvatten, zou de crisis beperkt kunnen blijven tot een tijdelijke inzinking, een zogenaamde V-vormige conjunctuurdip. ,,Maar niemand weet of we inderdaad een cyclische terugval meemaken, dan wel het begin van iets ernstigers. Het kan nog een jaar duren vooraleer we daarover een duidelijker beeld hebben,'', zegt professor Marco Pagano van de Europese denktank Centre for Economic Policy Research (CEPS).

Drie dingen maken de huidige cyclus in elk geval verschillend van vroegere crisissen: het leeglopen van de technologische zeepbel, het feit dat de groei in de drie grote economische blokken gelijktijdig verzwakt, en een algemene herziening van de groeiveronderstellingen die opgang maakten in het tijdperk van de ,,nieuwe economie''.

De 30 landen omvattende Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) haalde de gemiddelde groeiraming voor volgend jaar al omlaag van 2,8 naar 1,2 procent. Als die cijfers uitkomen, evenaren we de twee slechtste economische groeiprestaties van de voorbije 50 jaar, in 1982 en 1991.

,,De omvang van de schok was zeer groot, en de perceptie van risico's door bedrijven en gezinnen is sterk gestegen. Dat zou een aantal financiële verbintenissen op lange termijn op de helling kunnen zetten, waardoor de groei voor meerdere jaren op een lager pitje komt te staan'', zegt Pagano.

De twee belangrijkste naoorlogse recessieperiodes in de VS -- het land dat er de beste statistieken over economische cycli op nahoudt -- waren 1980-1982 en 1973-1975. Allebei duurden ze, van de piek tot de bodem, 16 maanden, volgens het National Bureau of Economic Research . Maar beide recessies vielen in het niets in vergelijking met de Grote Depressie die liefst 43 maanden duurde, van augustus 1929 tot maart 1933. En tussen 1873 en 1879 duurde de recessie zelfs 65 maanden, de langste periode uit de statistische geschiedenis.

Geen enkele van deze crisisperiodes viel samen met een oorlog. Daarom vrezen sommige economisten dat de onderliggende economische problemen, die al voor 11 september de groei deden verzwakken, een grotere impact zullen hebben dan de aanslagen zelf en de daaropvolgende oorlog in Afghanistan.

,,Wanneer je de geschiedenis bekijkt, valt het op dat de impact van eenmalige, onverwachte niet-economische gebeurtenissen steevast overschat werd'', schreef economist Roger Bootle deze week in het trimestriële tijdschrift Economic Review van Deloitte & Touche.

Bootle waarschuwt dat de wereld mogelijk op de drempel staat van de ergste groeivertraging sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar hij denkt wel dat een beleid van renteverlagingen en het zogenaamde substitutie-effect (waarbij mensen het geld van hun vakantie gewoon aan iets anders besteden) dit zal kunnen vermijden.

In de VS nam het consumentenvertrouwen in oktober een vervaarlijke duik, maar het gaat wellicht om een begrijpelijke overreactie in de dagen na de aanslagen. De statistieken van november en december kunnen al een ander beeld tonen. In Duitsland verwacht het gezaghebbende Ifo-instituut intussen een opleving van zijn barometer die het ondernemersvertrouwen meet. In september kende die Ifo-index de grootste terugval sinds november 1973.

,,Het is gevaarlijk om het neerwaartse potentieel te veel te benadrukken. Totnogtoe is er alleen sprake van een cyclische ontwikkeling met een scherpe daling op maandbasis, iets wat ook in vorige crisisperiodes is voorgevallen'', zegt Ifo-economist Gernot Nerb.

Ook de lage olieprijzen spelen de groei in de kaart, en dat is het belangrijkste verschil met de recessies van de eerste en de tweede olieschok, in 1973-74 en in 1982. Toen was inflatie de grote boosdoener die de groei tegenhield, en dat is nu zeker niet het geval.

De huidige crisis is wel het gevolg van de overinvesteringen in technologie tijdens de jaren '90 en in 2000, de jaren voor de technologiecrash op de beurs. Al die investeringen leveren vandaag niet het verhoopte rendement op, en misschien zullen ze wel nooit iets opleveren. Door de toenemende internationale banden tussen bedrijven en sectoren kon de Amerikaanse crisis zich snel verspreiden naar Europa en Japan, waardoor de groeivertraging ,,gesynchroniseerd'' werd.

,,Dit is de eerste mondiale recessie in het IT-tijdperk, veroorzaakt door overinvesteringen in de VS, en niemand kan zeggen hoe lang het zal duren vooraleer dit van de baan is'', zegt Elga Bartsch van Morgan Stanley in Londen.

Informatietechnologie was vorig jaar goed voor 11 procent van de wereldhandel, tegenover 7,5 procent tien jaar eerder, blijkt uit cijfers van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De techno-crisis zal de mondiale groei dus rake klappen toedienen. En net op zo'n ogenblik worden de economische productiefactoren toebedeeld aan weinig productieve activiteiten, zoals militair materieel en de beveiliging van luchthavens, vliegtuigen en postkantoren. ,,Dat wordt wellicht één van de belangrijkste erfenissen van de aanvallen van 11 september'', aldus Morgan Stanley.