Er staat de stad New York een economische crisis te wachten als bedrijven en financiële instellingen de stad zouden verlaten na de gebeurtenissen van 11 september. Maar de inspanningen om de stad opnieuw op te bouwen botsen op heel wat problemen, zeggen Andrew Hill, Holly Yeager en Alison Beard.

De terroristische aanslagen op het World Trade Center stellen de stad op proef als nooit tevoren. Onder leiding van burgemeester Rudolph Giuliani zijn de functionarissen intens met de ramp bezig: redding en nadien opgraving van slachtoffers, het herstellen van vitale diensten in Manhattan en het heropenen van gebouwen en bedrijven.

De moed en energie van de mensen die daarbij zijn betrokken oogsten bewondering in de Verenigde Staten en over de hele wereld. Maar naarmate de noodsituatie minder nijpend wordt, komt er een potentieel grotere uitdaging in de plaats. Hoe moet de stad haar centrum herinrichten en de dreigende financiële crisis afwenden?

Het debat gaat verder dan de symbolische vragen of de twee torens moeten worden heropgebouwd, of hoe een herdenkingsplaats er moet uitzien. Het debat wordt bemoeilijkt door belangen van de particuliere sector, door geschillen over de uitbetaling van verzekeringsgeld, door spanningen tussen de stad, de staat en de federale overheid en door de verkiezing van een burgemeester volgende dinsdag.

Lokale politici, bankiers en vastgoedontwikkelaars denken dat de economische toestand van de stad gevaar loopt als het probleem niet snel wordt opgelost. In het slechtste geval trekken de bewoners en bedrijven die het gebied rond het World Trade Center hebben moeten verlaten, volledig weg uit de stad.

Het verlies aan belastinginkomsten en de kettingreactie bij bedrijven die afhankelijk waren van klanten in het centrum, kunnen New York in een crisis duwen die vergelijkbaar is met die van 1975, toen de stad bijna failliet ging.

,,Dat was een crisis die de toekomst van de stad in gevaar bracht'', zegt Felix Rohatyn, de voormalige Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk en nu managing director van Lazard Frères. Op het einde van de jaren zeventig hielp hij de stadsfinanciën opnieuw gezond te maken.

Niemand twijfelt eraan dat de aanslagen New York veel zullen kosten, hoe snel het er ook in slaagt om het vertrouwen te herstellen. Enkele weken na de ramp stelde de financiële dienst van New York City, die de portemonnee van de stad beheert, een rapport op waarin de kosten van de aanslagen voor de economie van de stad geraamd werden op 90 á 105 miljard dollar tot eind 2003.

Wat misschien nog belangrijker is dan de cijfers, is dat het rapport nadrukkelijk stelt dat planners en politici snel moeten handelen. ,,Voor de renovatie van het stadscentrum is er een overheid nodig die de macht krijgt om de gewone administratieve rompslomp in te korten -- drastisch in te korten -- om met het renovatieproces van start te gaan'', zei Alan Hevesi, hoofd van de financiële dienst, vorige week.

Ken Patten van de Universiteit van New York is het ermee eens dat de klok tikt. ,,Het kader voor de renovatie moet op korte termijn klaar zijn.''

Hoe de renovatie moet worden aangepakt is een programmapunt geworden in de verkiezingsstrijd voor de baan van burgemeester. Beide kandidaten doen alles wat ze kunnen om de kiezers te overtuigen dat ze de draad zullen opnemen van Giuliani.

Mark Green, de Democratische kandidaat die de steun heeft van Alan Hevesi, is voorstander van een ,,superagentschap'' dat ruime bevoegdheden zou krijgen voor de renovatie van de stad.

Michael Bloomberg, zijn Republikeinse tegenkandidaat, denkt dat de bestaande stadsdiensten de klus kunnen klaren. Maar hij voegt eraan toe dat de stad nieuwe sectoren naar Lower Manhattan moet proberen te lokken, zoals biotechnologie, mode en informatietechnologie.

Door de verwoesting van 130.000 vierkante meter kantoorruimte geraakten de voormalige huurders van het World Trade Center en van omliggende gebouwen verspreid. Wat in Downtown Manhattan hard aankwam, was dat Lehman Brothers heeft beslist om een nieuw gebouw in Midtown Manhattan te kopen van Morgan Stanley. Dat wekt de indruk dat het bedrijf niet van plan is terug te keren naar zijn vroegere locatie die bij de aanslagen werd beschadigd.

Hoewel een relocatie binnen New York geen invloed heeft op de inkomsten van de stad, zenden dergelijke beslissingen naar andere bedrijven het signaal dat ze moeten uitkijken naar andere locaties zoals New Jersey en Connecticut.

Analisten zijn het erover eens dat het voor de overheid prioritair is om de veiligheid van bedrijven en bewoners te garanderen in het centrum van de stad.

,,Wat je niet wilt, is dat mensen beslissingen nemen over de plaats waar ze wonen of werken zich baserend op fouten in de nationale veiligheid'', zegt David Weinstein, hoogleraar economie aan Columbia University. Samen met zijn collega Donald Davis heeft hij een studie geschreven over de manier waarop de Japanse steden de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog te boven zijn gekomen.

Inspanningen om in New York de zaken weer op gang te trekken, lopen niet van een leien dakje. Vorige week bijvoorbeeld was de officiële heropening gepland van 1 Liberty Plaza, het eerste grote gebouw nabij het World Trade Center dat na 11 september opnieuw opengaat voor huurders.

George Pataki, de gouverneur van de staat New York, en burgemeester Giuliani waren daarbij uitgenodigd. Maar de ceremonie werd uitgesteld omdat de stad aandrong op bijkomende controles op het vlak van gezondheid en veiligheid. En het gebouw ging twee dagen later open, zonder toeters en bellen. Vele huurders zullen pas over enkele weken terugkeren en sommige zoals de Nasdaq Stock Market hebben te kennen gegeven dat ze uitkijken naar alternatieven.

Het is natuurlijk emotioneel stresserend om terug te keren naar de plaats van de ramp, maar de huurders van de omliggende gebouwen staan bovendien voor een lange periode van bouwactiviteiten. Privégroepen zoals Brookfield Properties, die eigenaar is van 1 Liberty Plaza, en Silverstein Properties, dat pas sinds juli eigenaar was van het World Trade Center, zijn met architecten en stadsplanners gesprekken begonnen over de renovatie van het gebied.

Maar mensen die de bedrijven van nabij kennen, schatten dat het een jaar zal duren om de site op te ruimen, zes maanden om de funderingen te stabiliseren en nog eens drieëneenhalf jaar om nieuwe gebouwen klaar te krijgen. Dat veronderstelt wel dat Silverstein erin slaagt een juridisch geschil op te lossen over het bedrag dat de verzekering moet uitbetalen voor de vernieling van de torens. Dat geschil draait rond de vraag of het ging om één of twee terroristische aanslagen.

De machtswissel in het stadhuis op het eind van het jaar en de slechtere economische vooruitzichten kunnen de heropbouw nog verder bemoeilijken. Hoewel de aanslagen de twee torens een symbolische betekenis hebben gegeven, herinneren mensen uit de vastgoedsector eraan dat ze jaren na hun voltooiing in 1976 nog altijd onbemind waren. De Port Authority was verplicht om hele verdiepingen te verhuren onder de marktprijs.

Sommige bedrijven maken zich zorgen dat het economisch niet rendabel zou zijn om zich weer in de zone te vestigen. Daarom werkt de stad snel aan financiële stimuli. De ploeg van Giuliani voert gesprekken met Washington om federaal geld te gebruiken om bedrijven die zich in Lower Manhattan vestigen over een periode van drie jaar een bonus in cash te geven van 10.000 dollar per werknemer. De stad werkt ook aan belastingvrije obligaties om de vastgoedontwikkelaars aan te moedigen.

Maar uiteindelijk wordt de toekomst van de punt van Manhattan bepaald door de goodwill van de betrokkenen, zowel uit de particuliere als uit de overheidssector. Eerdere voorspellingen over ,,de dood van Wall Street'' lijken overdreven. Veel financiële markten werken nu hoofdzakelijk elektronisch en de traditionele bedrijven van Wall Street waren zich al over de hele stad en in de aangrenzende staten aan het verspreiden. JP Morgan Chase bijvoorbeeld heeft zijn ,,campus'' in Park Avenue in Midtown Manhattan en UBS Warburg zit in Connecticut.

Sommige zakenbanken zoals Goldman Sachs keerden kort na de aanslagen terug naar onbeschadigde gebouwen. Andere, zoals Merrill Lynch en American Express, hadden meer te lijden onder de aanslagen en vestigden zich tijdelijk aan de andere kant van de Hudson in New Jersey. Maar ze zijn van plan om terug te keren naar Lower Manhattan, ook al houden ze bepaalde administratieve diensten buiten de stad.

Op een conferentie vorige maand zei Robert Hormats, vice-voorzitter van Goldman Sachs: ,,Ik denk dat er iets meer activiteit zal zijn van bedrijven die naar New Jersey en Connecticut verhuizen, maar het zuiden van Manhattan en Manhattan zelf zullen nog altijd het centrum van de financiële markten zijn.''

Felix Rohatyn van Lazard Frères is het daarmee eens: ,,New York is het centrum van de wereldeconomie. Ik geloof niet dat dat zal veranderen.''