Familiebedrijven hebben de reputatie weinig flexibel te zijn en hun strategie niet goedschiks om te gooien omdat er toevallig een recessie op komst is. Misschien slagen ze er net daardoor schijnbaar moeiteloos in om economische crisissen te doorstaan, zegt Paul Betts.

Giovanni Agnelli heeft het allemaal wel al eens meegemaakt. De tachtigjarige patriarch van de Fiat-groep heeft al tal van oorlogen meegemaakt en heeft ook ruimschoots zijn portie terrorisme al gehad.

,,Het viel niet mee om auto's te blijven maken in de Jom-kippoeroorlog'', zei hij onlangs op een conferentie van familiebedrijven in Rome. ,,Er was ook altijd wel iemand die zich afvroeg of het zin had fabrieken open te houden als ze het doelwit waren van terroristische aanslagen.''

Fiat is altijd het belangrijkste symbool geweest van het Italiaanse familiale kapitalisme. Op het eind van de jaren '70 was de groep dan ook een gedroomd doelwit voor de Rode Brigades. De extreem-linkse terreurbeweging pleegde bomaanslagen op Fiat-fabrieken en vermoordde managers. Als ze geluk hadden, kwamen die managers er met twee kapotte knieschijven van af. ,,Vanuit zuiver financieel oogpunt was het misschien verstandiger geweest in te binden'', zegt Agnelli.

Fiat, de grootste groep in de Italiaanse verwerkende nijverheid, verwacht dat de productie dit jaar met ongeveer 100.000 auto's daalt. Maar Agnelli heeft het volste vertrouwen in zijn familiebedrijf. ,,Op lange termijn ziet het ernaar uit dat de familiebedrijven voor de wereldeconomie een rots in de branding zullen zijn'', zei hij.

Die uitspraak kreeg veel bijval van de andere eigenaars van familiebedrijven op de jaarlijkse conferentie van het internationale Netwerk van Familiebedrijven, vorige maand in Rome.

Terwijl de grote multinationals koortsachtig aan het herstructureren slaan om de aankomende recessie en de oorlog tegen het terrorisme het hoofd te bieden, lijkt het de familiebedrijven allemaal weinig te deren. Ze blijven er stoïcijns kalm onder.

Familiebedrijven zijn altijd veerkrachtiger dan de andere in moeilijke tijden. ,,Dat is de aard van het beestje'', zegt John Ward, die zich in de materie verdiept aan de Kellogg Graduate School of Management in de Amerikaanse staat Illinois. ,,Familiebedrijven passen zich onbewust gemakkelijker aan externe omstandigheden aan.''

Familiebedrijven kijken doorgaans op lange termijn. Zelfs in moeilijke tijden blijven ze relatief veel investeren in onderzoek en ontwikkeling. Ze zijn zelden tot compromissen bereid als het over hun strategie gaat en blijven altijd opnieuw investeren in hun bedrijf.

,,Bij hen staat of valt niet alles met het rendement per aandeel'', zegt professor Ward. ,,Ze denken en plannen voortdurend op lange termijn.

Al voor 11 september was duidelijk dat de familiebedrijven weer in de lift zaten. De voorbije dertig jaar kwamen familiebedrijven die hun interne opvolgingsdrama's hadden overleefd, snel in de verleiding om de hulp van professionele managers in te roepen, naar het voorbeeld van bedrijven die niet in familiehanden waren. Niet zelden ging dat ten koste van de bedrijfscultuur.

Nu zien we volgens professor Ward een terugkeer naar de traditionele waarden van de familiebedrijven. Niet-familiale bedrijven besteden steeds meer aandacht aan bedrijfscultuur en bedrijfsethiek'', zegt hij. ,,Ze investeren meer in het sociale kapitaal van hun bedrijf. Plots ontdekken ze weer dat waarden ook in het bedrijfsleven hun plaats hebben.''

Ward was onder de indruk van de ,,oprechte'' manier waarop de Amerikaanse familiebedrijven hebben gereageerd op de terreuraanslagen van 11 september. ,,Kleine tankstations hadden al na enkele uren borden uitgehangen waarop stond te lezen dat ze van elke liter verkochte benzine enkele franken afstonden om de slachtoffers te helpen. Het gebeurde allemaal heel spontaan. Het voorstel moest niet eerst aan de een of andere raad van bestuur worden voorgelegd.''

Familiebedrijven hebben een traditie van volharding in moeilijke tijden. Professor Ward beklemtoont dat die bedrijven waarschijnlijk al verschillende keren hun beste klanten met de noorderzon zagen vertrekken, al meer dan eens het verlies van een charismatische leider moesten verwerken en in de loop der jaren nog tal van andere schokken moesten incasseren.

Alvaro Vilaseca, hoogleraar aan de universiteit van Montevideo in Uruguay, heeft onlangs een studie afgewerkt over de manier waarop familiale en niet-familiale bedrijven in Zuid-Amerika reageren op gebeurtenissen die hun concurrentiepositie in het gedrang brengen. Hij ontdekte dat de familiebedrijven die de klappen te boven kwamen, doorgaans heel erg begaan waren met dezelfde doelstellingen en waarden. ,,Wat ook altijd terugkeert, is dat de mensen die op dat ogenblik aan het roer staan, niet gebrandmerkt willen worden als de generatie die de familiezaak ter ziele liet gaan.''

,,De belangrijkste waarde waardoor familiebedrijven zich onderscheiden van andere ondernemingen, is continuïteit'', zegt Agnelli. ,,Die continuïteit komt voort uit het geloof dat het bedrijf een erfenis is die beschermd en doorgegeven moet worden. Elke generatie voelt zich verantwoordelijk voor de volgende, en voor de vorige generatie.''

Precies daardoor kunnen familiebedrijven een langetermijnvisie ontwikkelen. ,,Vandaar de soms aan roekeloosheid grenzende vastberadenheid om niet op te geven als het moeilijk gaat, en om hemel en aarde te bewegen om het bedrijf te beschermen tegen de gevaren van politieke en economische instabiliteit'', zegt Agnelli.

,,Wij laten onze strategie niet bepalen door de gebeurtenissen'', zegt Paolo Zegna. Samen met zijn broer Gildo staat hij aan het hoofd van Ermenegildo Zegna, al honderd jaar fabrikant van luxueuze mannenkleding. ,,We doen het al honderd jaar op dezelfde manier'', zegt Paolo Zegna. ,,We veranderen onze strategie niet, we passen ons aan de veranderingen in de wereld aan. Voor alles willen we voeling houden met de markt, zeker in de Verenigde Staten, die nu onze steun nodig hebben.'' Zegna realiseert jaarlijks een verkoopcijfer van ongeveer 628 miljoen euro (goed 25 miljard frank), waarvan veertig procent in de Verenigde Staten.

De Verenigde Staten hebben een belangrijke rol gespeeld in het succesverhaal van de Zegna's. ,,Nu is het tijd om wat terug te doen'', zegt Zegna. ,,We moeten ook klaarstaan als de markt zich herpakt. En ik weet zeker dat we dankzij onze familiale structuur beter geplaatst zijn om op een serene manier deze woelige tijden door te komen.''

Zoals wel meer familiebedrijven kreeg Zegna al herhaaldelijk het voorstel van zakenbanken om een beursgang te overwegen.,,Dat interesseert ons niet'', zegt Paolo Zegna. ,,Ons bedrijf blaakt van gezondheid, we kunnen onze groei moeiteloos financieren. Ons inziens heeft een beursnotering meer nadelen dan voordelen.''

Het Italiaanse textielbedrijf is de jongste vijf jaar pijlsnel gegroeid, en niet alleen in de Verenigde Staten. Zegna heeft ook dertig winkels geopend in China en drie in Rusland. ,,Ook in Japan groeien we de jongste maanden meer dan tien procent'', zegt Zegna.

Een van de interessantste conclusies van professor Vilaseca is dat familiebedrijven in een recessie de blik naar het buitenland richten. ,,Veel van mijn collega-onderzoekers menen dat familiebedrijven er moeilijk toe komen om een internationale activiteit uit te bouwen'', zegt hij. ,,Uit onze studie blijkt net het tegenovergestelde.''

Hij stelt dat veel Zuid-Amerikaanse bedrijven tijdens de laatste jaren van een recessie in eigen land probleemloos uitbreiden naar het buitenland. ,,Ik ga er in dat scenario wel van uit dat de markten in de Europese en Amerikaanse industrielanden stabiel blijven'', zegt hij. ,,Wie kan voorspellen wat er nu zal gebeuren, na 11 september?''

Op korte termijn kan de recessie voor de familiebedrijven zowel een vloek als een zegen zijn. Maar ze zijn goed uitgerust om schokken van buitenaf op te vangen. ,,Doorgaans willen familiebedrijven meer dan alleen maar geld verdienen'', zegt professor Vilaseca. ,,Dat kun je niet zomaar maken als je belangrijkste aandeelhouder een pensioenfonds is. De kans is immers groot dat dat eieren voor zijn geld kiest als zijn aandelen niet meteen het verwachte rendement halen.''

Maar zelfs de dapperste aller familiebedrijven kunnen niet zonder overheidssteun. Die steun is nodig om in barre tijden de belastingdruk te verminderen, de internationale uitbreiding te bevorderen en banen te scheppen. ,,Als de familiebedrijven de crisis niet te boven komen en mee de dieperik ingaan, dan ziet het er voor de westerse economieën ook bijzonder somber uit'', waarschuwt Vilaseca.

In het model dat de academische wereld hanteert, zijn tussen 75 en 90 procent van alle geregistreerde bedrijven in de industrielanden familiebedrijven. ,,En dat zijn lang niet allemaal kleine of middelgrote ondernemingen'', verzekert Agnelli ons.

Ongeveer één op de drie bedrijven in de Fortune 500 is familie-eigendom. 43 van de honderd grootste Italiaanse ondernemingen zijn familiebedrijven. In Frankrijk is dat 26 procent, in Duitsland 17 procent. Meer dan de helft van de beroepsbevolking in de industrielanden werkt in een familiaal bedrijf.

De laatste jaren zijn heel wat familiebedrijven ten onder gegaan. ,,Maar er zijn er veel meer die op de kar van de technologie zijn gesprongen en die zich hebben aangepast aan de veranderde marktsituatie, zonder hun eigenheid prijs te geven'', zegt Agnelli. ,,Het familiebedrijf is een concept dat de tand des tijds glansrijk doorstaat. En daar zal ook de huidige recessie niets aan kunnen veranderen.''