BRUSSEL -- Vlaanderen telde eind april 169.292 werklozen: 15.547 of 10,1 procent meer dan een jaar geleden. Ondanks die gestegen werkloosheidscijfers spreekt de Vlaamse minister van Werkgelegenheid, Renaat Landuyt, van een ,,eerste kentering''. In maart bedroeg de stijging van de werkloosheid op jaarbasis immers nog 12,6 procent.

De voorzichtige klimaatverbetering op de Vlaamse arbeidsmarkt was in maart al merkbaar door het stilaan opnieuw toenemende aantal jobaanbiedingen. Die lagen in maart -- voor wat de conjunctuurgevoelige uitzendarbeid betreft -- nauwelijks 4 procent lager dan in maart vorig jaar (DS 20 april). In januari en februari vielen er nog 10 tot 12 procent minder jobaanbiedingen te noteren dan een jaar voordien. De afnemende daling van het aantal vacatures wees er in maart dus al op dat de jobmarkt in Vlaanderen op weg is naar een herstel.

Hetzelfde kan nu gezegd worden op basis van de werkloosheidscijfers voor de maand april. De stijging van de werkloosheid, die in september vorig jaar is begonnen en die lange tijd boven 12 procent lag, is in april voor het eerst teruggevallen. Als die trend in mei doorgaat en de stijging van de werkloosheid beneden de 10 procent duikt, kan de hoop op een herleving van de arbeidsmarkt als gewettigd worden bestempeld.

Een analyse van de werkloosheidscijfers leert voorts dat het relatieve aandeel van de vrouwen fors daalt. In april 2002 telde Vlaanderen 78.375 mannelijke en 90.917 vrouwelijke werklozen. Voor de mannen ging het om een forse stijging, met 11.347 of 16,9 procent op jaarbasis. Voor de vrouwen bleef die stijging beperkt tot 4,8 procent, of 4.200 werklozen extra. In de afgelopen drie jaar is het aandeel van de vrouwen in de Vlaamse werkloosheid gedaald van 58,4 procent (april 1999) tot 53,7 procent (april 2002).

Uit een internationale vergelijking, door het Steunpunt WAV uit Leuven, blijkt intussen dat er in België 1,1 procent van het bruto nationaal product (bnp) naar zogenaamde activeringsmaatregelen gaat. Het gaat om geld voor beroepsopleiding, arbeidsherverdeling, tewerkstellingsstimuli en rechtstreekse jobcreatie. In de Europese Unie gaat er alleen in Zweden en Denemarken een groter aandeel van het bnp naar een actief arbeidsmarktbeleid. Het grote verschil: in Zweden en Denemarken wordt het leeuwendeel van de uitkeringen gebruikt worden voor trajectbegeleiding van individuele werklozen; in België gaat de helft naar rechtstreekse loonsubsidie aan werkgevers.