Voor de sector van de luxegoederen zijn de vooruitzichten voor dit jaar onzeker maar de grote groepen zijn nog altijd in de stemming om overnames te doen, zegt Lucy Killgren .

Na een jaar met veel drama, hectische deals en stijgende winsten kijkt de sector van de luxegoederen met enige bezorgdheid naar het jaar 2001. De vertragende Amerikaanse economie en een aarzelend herstel in Japan kunnen een schaduw werpen op de verwachtingen van de sector. Maar ook al geven de consumenten minder uit, algemeen wordt verwacht dat de leiders in de sector, die veel geld in kas hebben, hun koopwoede zullen aanhouden.

Het jaar 2000 was er een van geboortes en huwelijken, van verzoeningspogingen die slecht afliepen, van ontrouw, scheiding en wederzijdse beschuldigingen. Het was een jaar waarin topmensen vertrokken omdat de bedrijfscultuur in botsing kwam met het ego van de ontwerpers.

En het was een jaar waarin het Franse LVMH, de grootste fabrikant van luxegoederen ter wereld, steeds meer onder druk kwam te staan van zijn concurrenten. LVMH zag in augustus zijn marktwaarde stijgen tot een hoogtepunt van 47 miljard euro terwijl de Italiaanse concurrent Gucci in september de kaap van 12 miljard euro haalde.

De kleinere huizen deden het ook goed. De Britse lederfabrikant Mulberry slaagde erin een investering van 7,6 miljoen pond (bijna 12,5 miljoen euro) aan te trekken van Ong Beng Seng, de tycoon uit Singapore.

Een aantal kleinere huizen verzilverden hun waarde en verkochten zich aan de leiders uit de sector. Maar Calvin Klein, de Amerikaanse ontwerper, moest in april van dat plan afzien omdat het geen koper vond. Giorgio Armani was naar verluidt op zoek naar een weg uit de sector. LVMH kondigde dan weer aan dat het 645 miljoen dollar betaalde voor de controle over Donna Karan, het modehuis uit New York.

Maar de deal van het jaar was de verkoop van de uurwerkafdeling van Mannesmann aan Richemont, de Zwitserse luxegroep die eigenaar is van Cartier. Richemont betaalde 3,08 miljard Zwitserse frank (ruim 2 miljard euro) in cash, 50 procent meer dan analisten verwacht hadden.

De deal was kenmerkend voor de stemming in de sector en gaf aan dat de luxegroepen bereid waren veel te betalen voor de juiste merken.

Maar dat goed gevoel was niet genoeg om enkele jonge huwelijken in stand te houden. De eerste scheiding kwam er in januari toen de Duitse ontwerpster Jil Sander ontslag nam als voorzitter van het modehuis dat zij had opgericht. Naar verluidt waren er botsingen geweest tussen haar en de nieuwe aandeelhouder, het Italiaanse Prada.

Het partnership van Jil Sander met Prada maakte deel uit van de tendens bij grote luxegroepen om vers bloed in te brengen door ontwerpers aan te trekken die steun nodig hadden.

Haar vertrek had naar verluidt te maken met haar verlangen naar een grotere creatieve vrijheid. Daarop volgde een andere veelbesproken scheiding. Alexander McQueen, de Londense kwajongen die was aangetrokken om het merk Givenchy van LVMH nieuw leven in te blazen, deed heel wat stof opwaaien toen hij naar Gucci overstapte. Het succes van McQueen als een ontwerper had veel te maken met het feit dat hij voor het Franse bedrijf werkte. Toen hij in december op het hoogtepunt van de vijandelijkheden tussen de twee bedrijven opstapte, was dat een harde klap voor LVMH.

De ruzie tussen het LVMH van Bernard Arnault, Gucci en Pinault-Printemps-Redoute (PPR), de Franse distributeur die een belang van 42 procent heeft in Gucci, escaleerde in de loop van het jaar. De ruzie kwam voor het eerst duidelijk aan de oppervlakte in de lente toen LVMH een rechtszaak aanspande tegen Gucci en PPR met de bedoeling om PPR te dwingen een overnamebod te doen op Gucci. In mei was er enige hoop op verzoening toen Jean-Marie Messier, voorzitter van Vivendi, tussenbeide kwam om de patstelling te doorbreken. Maar de gesprekken liepen vast. De ruzie ging de hele zomer verder en bereikte in november een nieuw dieptepunt toen de beide partijen elkaar voor de rechter sleepten wegens laster.

LVMH was verantwoordelijk voor de opmerkelijkste geboorte in de sector: Eluxury, zijn afdeling voor e-commerce. Die dienst werd in mei gelanceerd. Dat werd gezien als een gedurfde stap. Het bedrijf is met zijn uitgebreid netwerk van winkels uitstekend geplaatst om voordeel te halen uit het Internet maar de vooruitzichten zijn nog onzeker.

Het jaar 2000 was heel kleurrijk en winstgevend voor de sector van de luxegoederen maar voor 2001 maakt de sector zich zorgen.

Claire Kent, analiste bij Morgan Stanley Dean Witter, heeft voorzichtige vooruitzichten voor 2001 en heeft een aantal aandelen een lagere rating gegeven. Ze zegt: ,,Er zullen waarschijnlijk een aantal factoren meespelen. Ten eerste is er de vertraging in de Verenigde Staten en het vooruitzicht op een vertraging in Japan. Komt daarbij dat de yen zijn positie waarschijnlijk niet zal blijven versterken, zowel tegenover de dollar als tegenover de euro. En dat zal een effect hebben. De consumptie zal in de VS waarschijnlijk niet zo sterk zijn als in de afgelopen jaren. Het vooruitzicht van een vertraging is natuurlijk reden tot bezorgdheid.''

Maar Claire Kent verwacht dat de fusie-activiteiten dit jaar sterk zullen blijven omdat de meeste grote bedrijven geld in kas hebben.

Carlo Pambianco, voorzitter van het consultancybedrijf Pambianco Strategie Impresa in Milaan, is optimistischer. ,,De verwachtingen voor volgend jaar zijn volgens mij nog altijd goed, vooral voor de grote namen die veel geïnvesteerd hebben in innovatie, distributie, winkels, enz. Ze zitten nu in een betere positie dan op het moment van de Aziatische crisis.'' Hij voegt eraan toe dat bedrijven nog altijd zullen uitkijken naar mogelijke partners. ,,Ik denk dat er fusies en overnames zullen plaatsvinden want bedrijven zijn op zoek naar schaalvergroting.''

© The Financial Times

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig