Interbrew en Bass
© belga
BRUSSEL -- Geen tijd om van de feestdagen te bekomen bij Interbrew. Belgiës grootste brouwer zet zich schrap. Vandaag, of uiterlijk morgen, velt de Britse minister van Handel en Industrie, Stephen Byers, zijn verdict over de overname van de brouwerij Bass. Als de beurskoers een indicator is, dan lijkt het allemaal een maat voor niets.

Een dergelijk fiat is doorgaans een formaliteit. Maar niet in het geval Bass. Toen Interbrew in juni de zegebulletins de wereld instuurde waarmee het een nieuwe quantumsprong in de bedrijfsgeschiedenis vierde, werd al snel duidelijk dat de overname van Bass -- goed voor een prijs van 2,3 miljard pond -- een moeilijke kluif zou worden. De Belgische brouwer had in de aanloop van de onderhandelingen namelijk al een concurrent ingelijfd, de mindere god Whitbread.

Opgeteld kwamen beide brouwerijen aan een marktaandeel van 32 procent op het eiland, goed voor een eerste plaats in het Britse bieruniversum. Dat leek in toenemende mate het speelterrein van enkele grote internationale concerns: Interbrew, Scottish & Newcastle, Carlsberg. Ook de langetermijnconctracten met de pubs , sinds jaar en dag een geplogenheid in de sector, konden de keuze van de consument en het spel van de vrijemarkteconomie ernstig verstoren.

Het dossier belandde, via de Europese Commissie, bij de Britse concurrentiewaakhond. Die stelde een -- hypothetische -- lijst van remedies op tot welke de brouwer verplicht kon worden om de vrije mededinging in de Britse biermarkt te vrijwaren. Bovenaan het lijstje prijkte de volledige afstoting van alle Bass-merken. Een doemscenario voor Interbrew, net voor het bedrijf de stap naar de beurs waagde. Vooral kleine beleggers werden erdoor afgeschrikt.

Het dossier-Bass ligt inmiddels al een maand op de schrijftafel van Byers. Het rapport dat de Britse antitrustautoriteit opstelde van Interbrews Britse dubbelslag, for the ministers eyes only , zoals dat heet, kan de doorslag geven. Maar als laatste schakel kan de minister het advies ook volledig naast zich neerleggen.

Dat gebeurde toen Carlsberg Tetley, de Britse dochter van de bekende Deense brouwerij, en hetzelfde Bass enkele jaren geleden probeerden te fuseren. De competition commission keurde de operatie toen goed. Maar de toenmalige minister van Industrie hield geen rekening met het advies en liet de deal afblazen.

De onvoorspelbaarheid van het verdict was een belangrijke factor in de beursgang van Interbrew. Het leek even een discussie tussen believers en non-believers te worden, al naargelang de geciteerde of niet-geciteerde analist tot het bankenconsortium behoorde dat de grootste Belgische beursgang ooit in goede banen moest leiden. De onzekerheid van het oordeel leidde er onder meer toe dat de introductieprijs aan de onderzijde van de oorspronkelijke becijferde prijsvork werd bepaald: 33 euro.

Als de koers, na ruim een maand op de beurs van Brussel, een indicator is, dan lijkt er niet veel reden tot ongerustheid. Gisteren bereikte het aandeel een piek van 37,5 euro, een stijging met bijna 14 procent ten opzichte van de introductieprijs, die een maand eerder was vastgelegd.

En Interbrew kan bogen op een belangrijke bondgenoot. In november citeerde de Financial Times een brief van de belangrijkste vakbonden bij de Brouwerij Bass, waarin zij het voor de Leuvense brouwer opnamen. Ze drukten de commissie op het hart de fusie integraal te laten doorgaan, omdat de werkgelegenheid alleen bij een sterke internationale partner gebaat is.

Dat Interbrew er volledig zonder kleerscheuren onderuit komt, lijkt echter onwaarschijnlijk. De meeste waarnemers tippen op de verkoop van enkele regionale biermerken, samen met een herziening van de langetermijncontracten met de pubs.

Ondertussen heeft Carlsberg zich al gemeld als kandidaat voor de kruimels.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig