Over een jaar deze tijd loopt u zowel met euro's als met Belgische franken op zak. De grootste geldwisseloperatie uit de geschiedenis zal dan volop aan de gang zijn. Overheid, banken en beroepsfederaties van handelaars bereiden die omwisseling van Belgische frank naar euro zo goed mogelijk voor, maar de reactie van consumenten en handelaars blijft moeilijk te voorspellen.

Stel, u staat op 4 januari volgend jaar aan de kassa in een kledingzaak met een shirt van 23,99 euro. De prijs zegt u allicht weinig, gelukkig vermeldt het etiket ook nog de tegenwaarde in Belgische frank, namelijk 968 frank. Hoewel sinds nieuwjaar al met euro's kan worden betaald, wilt u van de gelegenheid gebruik maken om uw laatste briefje van 2.000 frank uit te geven.

Dat recht hebt u, want tot 28 februari 2002 blijven munten en bankbriefjes in Belgische frank nog wettige betaalmiddelen. Als de handelaar de aanbevelingen van de overheid opvolgt, zal hij u wel teruggeven in euro, namelijk 25,59 euro, zijnde het verschil tussen 49,58 euro, of 2.000 frank, en 23,99 euro.

Het spreekt voor zich dat een dergelijke transactie langer zal duren dan wanneer ze volledig in de vertrouwde Belgische frank was afgehandeld. De omrekening gebeurt dan wel automatisch aan de kassa, het wegbergen van 2.000 frank in de ene lade en het nemen van 25,99 euro uit een andere neemt wat tijd in beslag. Bovendien zijn noch de kassier noch de klant al vertrouwd met de eurobiljetten en -munten. En dan gaan we voor het gemak even niet in op de mogelijkheid dat u 500 frank wil betalen en de rest in euro.

Als reactie zouden klanten wel eens kunnen wegblijven uit de winkels, waardoor de omzet in de kleinhandel aanzienlijk zou dalen, met een mini economische recessie tot gevolg. Hervé Carré, directeur bij de Europese Commissie, haalde op de jongste plenaire vergadering van het commissariaat-generaal van de euro een Nederlandse studie aan waarin sprake was van een omzetdaling met 11 procent. Of het zo'n vaart zal lopen, is moeilijk te zeggen, maar in België gaan alvast stemmen op om de winterkoopjes volgend jaar met één of twee weken uit te stellen, tot de omschakeling wat verteerd is.

Als alles volgens plan verloopt, moet die omschakeling na twee tot drie weken grotendeels rond zijn, en dat zonder dat particulieren naar hun bank- of postkantoor zijn moeten gaan om geld te wisselen. Ze betalen op 1 januari 2002 nog wel in Belgische frank, maar krijgen terug in euro en halen uit de geldautomaat alleen nog eurobiljetten. Gezien de meeste mensen vrij frequent geld afhalen, zullen ze na pakweg twee weken nauwelijks nog Belgisch geld op zak hebben.

Maar zal alles wel volgens plan verlopen? De handelaars worden aangeraden, maar kunnen niet worden verplicht in euro terug te betalen. Ze kunnen pas in euro terug betalen als ze zichzelf al, voor 1 januari, bij hun bank bevoorraad hebben in euro. Om dat te vergemakkelijken, heeft de Nationale Bank een zogeheten eurostarterkit voor professionelen samengesteld, waarin voor 240 euro, een kleine 10.000 frank, aan verschillende euromunten steekt. Die eurostarterkits zullen vanaf 1 september worden geleverd bij banken, postkantoren en geldkoeriers, waar handelaars ze dan kunnen kopen.

De levering van de ongeveer 600.000 voorziene kits gebeurt geleidelijk, niet zozeer uit veiligheidsoverwegingen dan wel om logistieke redenen. Er zijn te weinig wagens uitgerust om de 9.000 ton euromunten op enkele dagen tijd te vervoeren, terwijl de bankkantoren letterlijk slechts een beperkte hoeveelheid munten kunnen dragen. De munten die al zijn geslagen, liggen momenteel verspreid over verschillende locaties van de Nationale Bank.

Een kubieke meter munten weegt 3.000 kilo. Ter vergelijking, een stevige auto weegt hooguit 1,5 ton en heeft zijn gewicht over vier punten verdeeld op een totale oppervlakte van 6 á 7 vierkante meter.

Vanaf november zullen banken, postkantoren en geldkoeriers dan met de kleinste eurocoupures worden bevoorraad, die eveneens bestemd zijn voor handelaars of in de geldautomaten worden geladen. Particulieren zullen voor 1 januari 2002 geen eurobiljetten kunnen verkrijgen. De Europese Centrale Bank, die de biljetten uitgeeft, is bezorgd dat de euro te vroeg in omloop zou komen, met alle verwarring van dien. Bovendien wil ze de biljetten zo weinig mogelijk voortijdig verspreiden om valsmunterij tegen te gaan.

Vanaf half december kunnen particulieren wel een eurominikit bekomen ter waarde van 12,4 euro, of 500 frank. De banken hebben zich bereid verklaard er 3 miljoen op te nemen en te verdelen, maar daarmee worden niet alle volwassen Belgen bereikt. Minister van Financiën Didier Reynders zou graag zien dat bedrijven ze schenken aan hun werknemers, als een soort extra eindejaarscadeau. De bedrijven zouden de kosten kunnen aftrekken als beroepskosten, de werknemers in kwestie zouden er niet op worden belast.

Het transport en de opslag van de biljetten is vanzelfsprekend wel een veiligheidsrisico voor de geldkoeriers en bankkantoren, maar ook voor de handelaars die al een voorraad euro's inslaan. De bakker of de slager die de eerste dagen van januari wil doorkomen, zal al gauw voor enkele tienduizenden franken aan euro in huis moeten halen. Supermarkten nog veel meer.

Te meer omdat de biljettenautomaten coupures van 20 euro, iets meer dan 800 frank dus, zullen afleveren. Als je weet dat de gemiddelde waarde van een chartale transactie tussen de 200 en de 300 frank ligt, zal er in het begin veel nood zijn aan wisselgeld. Minister van Financiën Didier Reynders heeft al aangekondigd aan 1,1 miljard frank te hebben ingeschreven op de begroting voor extra beveiliging.

De omschakeling van de biljettenautomaten moet normaal zonder problemen verlopen. Alle automaten hebben minimum twee laders, waarin nu 1.000 en 2.000 frank zit. Zo laat mogelijk in december wordt één van die laders uitgeschakeld en gevuld met biljetten van 20 euro. In de nacht van 31 december op 1 januari wordt dan de lader met 20 euro aangeschakeld en de ,,Belgische'' lader uitgeschakeld. Dankzij de informatica moet die operatie vlekkeloos kunnen verlopen. In die ,,Belgische'' lader worden dan de daaropvolgende dagen biljetten van 50 euro gestopt.

De meeste biljettenverdelers (5.000 op een totaal van 6.200) bevinden zich binnen in bankkantoren. Die zijn toch gesloten tussen 23 en 6 uur, zodat daar de omschakeling zeker geen probleem mag zijn. In de Self Bank van BBL zullen ook kleinere biljetten, van 5 en 10 euro, kunnen worden afgehaald, want daar bevatten de geldautomaten vier laders.

Daarmee is het veiligheidsprobleem niet van de baan, want de ingezamelde Belgische bankbiljetten behouden nog hun waarde. Ze worden afgevoerd naar de Nationale Bank in Brussel, waar ze worden versnipperd. De capaciteit van die versnipperaar is 40 biljetten per seconde. Om de in totaal 355 miljoen in omloop zijnde Belgische bankbiljetten te vernietigen, heeft die versnipperaar dus zonder onderbreking voor meer dan 100 dagen werk. Er bestaan plannen om de biljetten uit omloop op een of andere manier te merken, waardoor ze hun betaalwaarde verliezen. Eenvoudig is dat niet, want de wet voorziet dat een beschadigd biljet steeds kan worden ingewisseld. Bovendien mag het aangebrachte merkteken geen problemen veroorzaken in de versnipperaar.

Gelukkig wordt niet alle Belgisch geld tegelijk binnengebracht. De biljetten van 10.000 frank, goed voor de helft van de totale geldomloop van 540 miljard frank in België, worden in het dagelijkse betalingsverkeer, op enkele specifieke sectoren na, weinig gebruikt. Die biljetten zullen allicht in de weken na de omschakeling worden gewisseld. En voor de spaarpot met 20- of 50-frankstukken lanceren de banken een inzamelcampagne in de herfst, voor de omschakeling dus. Bedoeling is te beletten dat die munten in de drukke omschakelperiode worden binnengebracht. Het biedt voor de banken natuurlijk ook de kans om in ruil voor dat geld beleggingsproducten te slijten, ook al zullen de bedragen per spaarpot allicht gering zijn.

De overheid houdt intussen haar hart vast voor een te groot succes van de operatie ,,Spaarpot''. Beeld u even in dat mensen in september zo massaal Belgische muntstukken binnen brengen, dat er in de maanden daarop in het dagelijkse betalingsverkeer een tekort ontstaat aan Belgische muntstukjes. Dat zou onzekerheid en onrust creëren nog voor de euro er is, precies wat men wil vermijden.

De beste remedie tegen al die problemen is ongetwijfeld het elektronisch betalen. Zowel banken als supermarkten en kleinhandelsorganisaties zullen het elektronisch betalen de komende maanden aanprijzen. Voor de Nationale Bank ligt de situatie wat delicater. Zij wil het betalingsverkeer wel zo vlot mogelijk zien verlopen, maar dankt in oorsprong haar reden van bestaan aan de uitgifte van biljetten, zij het nu in onderaanneming voor de Europese Centrale Bank.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig