De aandelenmarkten aarzelden gisteren en kozen geen duidelijke richting. Per saldo ging het in Europa naar boven, en in de Verenigde Staten wat omlaag, maar op enkele individuele waarden na werden geen spectaculaire koersbewegingen opgetekend. Er waren ook geen sectoren die in deze of gene richting de leiding namen. Daarvoor waren de macro-economische indicatoren te onduidelijk.

Met uitzondering dan van Azië, en meer specifiek Japan. Uit een onderzoek van de Japanse centrale bank blijkt dat de index die het vertrouwen meet van de ondernemers, 20 punten geklommen is. Weliswaar staat hij nog steeds 18 punten onder nul, maar het gaat toch om de krachtigste verbetering tijdens het voorbije kwartaal. Vooral de financiële waarden haalden daar voordeel uit, met gemiddelde stijgingen van ongeveer 2 procent. Zij sleurden echter nagenoeg de hele markt mee. Met uitzondering dan van de bedrijven die sterk afhankelijk zijn van buitenlandse markten. De klim van de yen, die de jongste drie maanden 12 procent terreinwinst boekte tegenover de dollar, is alleszins slecht nieuws voor hun boekhoudkundige winst en allicht ook voor hun concurrentiepositie. Sony verzwakte 2,2 procent, en Shin-Etsu Chemical ging zelfs 4,3 procent achteruit.

In Taiwan en Singapore verzwakten de beurzen onder druk van problemen met de nationale luchtvaartmaatschappijen. In Hongkong, Zuid-Korea en Thailand namen de beleggers een dag vrij.

In Europa hadden de mediabedrijven de wind in de zeilen. Koploper was Vivendi Universal. De beleggers reageerden uiterst positief op het ontslag van gedelegeerd bestuurder Jean-Marie Messier die het bedrijf opzadelde met het grootste verlies uit de Franse bedrijfsgeschiedenis. Het aandeel klom 9 procent.

Nog sterker presteerde France Telecom. De Britse Financial Times meldde dat de Franse regering plannen heeft om het bedrijf opnieuw te nationaliseren. Hoewel de regering ontkende, klom de koers op een bepaald ogenblik 27 procent. Bij het slot bleef een winst van 25 procent over. In het kielzog klom Deutsche Telekom 7 procent. En min of meer in dezelfde sector ging Ericsson zelfs 8,6 procent hoger. Nokia daarentegen zakte 3,4 procent onder druk van winstnemingen na drie dagen van stijgende koersen.

Overigens lag de handel op de beurzen van Brussel en Parijs ruim anderhalf uur stil door technische problemen. De handel in derivaten bleef zelfs tot na de middag onmogelijk. Volgens makelaars kon het tradingsysteem het grote volume orders een tijdlang niet aan.

In eigen land stonden vooral de financiële waarden in de belangstelling. Dexia kreeg een opdoffer van 3,4 procent en Fortis moest 1,15 procent inleveren. Maar KBC klom 3,05 procent. Vorige week had de bank van hier fors moeten inleveren na de bekentenis van WorldCom dat gesjoemeld werd met de boekhouding. Maar intussen bleek dat KBC maar een heel klein kredietrisico loopt op de Amerikaanse telecomreus.

In Amerika waren de beleggers behoorlijk zenuwachtig. De vrees is niet gering dat de komende Amerikaanse Independence Day door terroristen aangegrepen zal worden om aanslagen te plegen. Daarnaast maakten biotechnologie- en farmawaarden een minder goede beurt omdat analisten tekenen menen te zien dat bedrijven meer last krijgen om hun nieuwe medicijnen goedgekeurd te krijgen. Johnson & Johnson was tijdens de voormiddag een van de grote verliezers. De problemen rond WorldCom, dat officieel in ,,default'' (wanbetaling) is, ondermijnt de markt.

Rond het slot stond de Dow Jones 1,4 procent na een wat wispelturig verloop. De index kwam uit op 9.112 punten. De Nasdaq deed het slechter met een verlies van 4 procent en was daarmee op weg de 1.400 puntengrens te testen. Uiteindelijk zakte de index er net niet door.