BRUSSEL -- Echtgenoten die uit de echt willen scheiden door onderlinge toestemming moeten, als ze samen minderjarige ongehuwde en niet-ontvoogde kinderen hebben, onder andere een regeling treffen omtrent de onderhoudsbijdrage voor die kinderen. Bij het opmaken daarvan zijn er een aantal aandachtspunten die men best voor ogen houdt en die in de praktijk wel eens worden vergeten. In wat volgt geven we -- in algemene termen -- een aantal van deze punten aan. In elk concreet geval dient uiteindelijk evenwel een aan de specifieke situatie aangepaste regeling te worden uitgewerkt. Bij het opmaken daarvan kunnen notarissen en advocaten een nuttige rol spelen.

In eerste instantie moet natuurlijk een concreet bedrag aan alimentatie worden bepaald dat de ene echtgenoot aan de andere moet betalen voor de kinderen. Bij de vaststelling van dit bedrag zijn de echtgenoten in beginsel vrij. Wat evenwel niet kan, is afspreken dat één van de echtgenoten definitief ontheven wordt van zijn onderhoudsverplichting tegenover het kind. Maar voor de rest is er heel wat mogelijk. Bij het bepalen van de concrete hoogte van de onderhoudsuitkering wordt meestal rekening gehouden met de respectieve inkomsten van de echtgenoten, met de regeling van het verblijf van de kinderen, hun leeftijd, het aantal kinderen in het gezin en dergelijke meer. Om te zien wat 'redelijk' is in een concreet geval kan desgevallend een beroep worden gedaan op bepaalde begrotingssystemen (zo onder meer het model Renard en het model van de BGJG) die in de rechtspraktijk werden ontwikkeld.

De vastgestelde onderhoudsuitkering wordt normaal gesproken gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer, waarbij het aangewezen is uitdrukkelijk te verwijzen naar hetzij het indexcijfer der consumptieprijzen, hetzij de gezondheidsindex. Zo wordt de problematiek van de geldontwaarding opgelost. Aangezien oudere kinderen meestal meer kosten dan jongere kinderen, kan het ook nuttig zijn in een trapsgewijs systeem te voorzien waarbij de afgesproken onderhoudsbijdrage verhoogt naargelang de leeftijd van het kind (bijvoorbeeld 150 euro per maand tot 6 jaar, 200 euro tussen 6 en 12 jaar en 250 euro vanaf 12 jaar).

In de overeenkomst wordt verder best bepaald wanneer de alimentatie precies dient te worden betaald (bijvoorbeeld uiterlijk de vijfde van de maand), waar en op welke wijze ze dient te worden betaald en vanaf wanneer de onderhoudsuitkering precies verschuldigd is. Het is ook aangewezen expliciet te bepalen of de onderhoudsuitkering ook moet worden betaald in de periode dat de kinderen verblijven bij de ouder die de uitkering verschuldigd is (bijvoorbeeld in de grote vakantie, als ze verscheidene weken bij die ouder zijn).

Naast de eigenlijk onderhoudsbijdrage, die een welbepaalde som per maand omvat, is het ook aan te raden een regeling te treffen voor de zogenaamde buitengewone kosten. Het gaat daarbij onder meer om medische en tandheelkundige kosten, studiekosten (bijvoorbeeld schoolreizen, bosklassen, inschrijvingsgeld aan hogeschool of universiteit, studentenkamer,...). Deze kosten zijn moeilijk op voorhand te becijferen. Vandaar dat het aangewezen is hiervoor een aparte regeling te treffen.

Als afspraken worden gemaakt over de buitengewone kosten, is het vooreerst raadzaam duidelijk en uitvoerig te omschrijven wat allemaal als buitengewone kosten dient te worden aangezien. Hoe duidelijker de omschrijving op dit vlak is, hoe kleiner de kans zal zijn dat er later discussies rijzen, die eventueel zelfs voor de rechtbank dienen te worden uitgevochten. Bovendien dient in een concrete verdeelsleutel te worden voorzien inzake de mate waarin beide ouders bijdragen in deze kosten, waarbij weer de inkomsten van elk van de ouders hiervoor richtinggevend kunnen zijn (bijvoorbeeld elk voor de helft, of de ene voor 2/5 en de andere voor 3/5).

  • Deze rubriek verschijnt wekelijks op dinsdag. De auteur is advocaat-vennoot bij het advocatenkantoor De Lat, Wuyts en vennoten in Herentals.