Azië bleef op 1 mei grotendeels gesloten, maar in Japan was de beurs wel open. Tokyo, dat dinsdag nog was omlaag getrokken door Sony dat 4,2 procent verloor, trok zich woensdag op aan de goede performantie van Wall Street dinsdag en aan de zwakkere yen. Daarvan profiteerden vooral de technologiewaarden en de autofabrikanten. Na vier verliesdagen gingen de koersen nog eens hoger. De Nikkei-index won een goede halve procent. Honda was een van de uitblinkers: de autoconstructeur klom 3,3 procent en haalde de hoogste koers van het jaar.

Europa nam woensdag een dagje vrijaf om het Feest van Arbeid te kunnen meevieren. Maar eerst hadden de aandelenmarkten dinsdag nog een stevige prestatie neergezet. De Britse oliegroep BP en de Duitse chemiereus BASF publiceerden kwartaalresulaten die beter uitvielen dan de analisten hadden voorspeld, en dat bracht de stemming erin.

De Dow Jones Stoxx 50 Index won 18,4 punten of een halve procent tot 3.507,55 punten en maakte daarmee een einde aan acht opeenvolgende verliessessies. In april verloor die index overigens 4,3 procent, de slechtste prestatie sinds september vorig jaar. De helft van het verlies is te wijten aan de telecom- en media-aandelen als Vodafone, Ericsson, Nokia en Vivendi Universal.

Olie doet het weer behoorlijk. De goede resultaten van BP, dat drie procent klom, deden ook de koersen van concurrenten als Royal Dutch en Eni opveren. BASF, zelf goed voor vijf procent winst tot 47,28 euro, gaf een steuntje aan de koers van Celanese.

Het bericht dat het consumentenvertrouwen in de VS in april minder was gedaald dan verwacht, leidde tot hogere koersen voor Axa en BMW, twee Europese groepen met een belangrijke aanwezigheid op de Amerikaanse markt. Axa won 2 procent tot 23,55 euro en BMW ging 1,6 procent hoger tot 44,09 euro.

De media- en telecombedrijven zaten alweer in de hoek waar de klappen vielen. Vivendi Universal moest 1 procent achteruit, France Telecom niet minder dan 5 procent tot 26,96 procent. De koers van France Telecom staat nu op het laagste peil sinds de beursintroductie in 1997. Deutsche Telecom en Orange werden eveneens lager gestuurd.

Londen was woensdag wel open, maar de handel lag maar op 15 procent van het normale peil. De bankaandelen gingen achteruit, de energiegroepen wonnen terrein. BP moest een deel van de dinsdag geboekte winst inleveren. Marconi wipte 17 procent hoger. Het aandeel van de onrendabele producent van telecomapparatuur is op nauwelijks een week bijna 75 procent gestegen, omdat de kansen op een herstelplan zijn toegenomen.

Amerika probeerde dinsdag een moeilijke maand nog in schoonheid af te sluiten. Op Wall Street vlagde de Dow Jonesindex 1,3 procent hoger af. De schermenbeurs Nasdaq won 1,9 procent. Nu de stroom van bedrijfsresultaten stilaan opdroogt, wordt meer aandacht besteed aan andere economische rapporten. En die leerden dat het consumentenvertrouwen stevig blijft en industriële productie in de regio Chicago stijgt. General Electric en Citigroup behoorden tot de uitblinkers. Nogal wat waarnemers tilden echter niet zwaar aan de haussebeweging. Ze denken dat de stijging van de aandelenkoersen niet duurzaam is zolang er geen beduidende verbetering optreedt in de resultaten van de Amerikaanse bedrijven.

Voor de hele maand april is de balans van de Amerikaanse beurs op zijn minst teleurstellend. De Dow Jonesindex zakte de afgelopen maand 3,9 procent, de S&P 500-index moest 6 procent achteruit en de technologiebeurs Nasdaq zonk 9,4 procent.

Gisteren ging Wall Street verdeeld van start. De meeste steraandelen openden hoger.