BRUSSEL -- De Europese Commissie heeft dinsdag haar eerste voorstel goedgekeurd voor de begroting van volgend jaar. De uitgaven stijgen daarin met 2,7 procent, onder meer omdat er -- tegen 2008 -- 3.900 ambtenaren extra nodig zijn door de uitbreiding. De Europese Commissie voorziet dat er in 2003 98,2 miljard euro zullen nodig zijn om de werking van de Europese Unie en de Europese beleidsprogramma's te financieren. Daarvan gaat 45,118 miljard (+1,9 procent) naar landbouw en 33,838 miljard euro (+4,4 procent) naar de structuurfondsen.

Alles samen is de Europese Unie daarmee goed voor 1,03 procent van het totale bnp van de vijftien EU-landen samen.

De voorstellen moeten nu een lange weg afleggen van discussie door de lidstaten en het Europees Parlement. Lidstaten (de Raad) en het Parlement moeten samen akkoord geraken. Formeel is het uiteindelijk het Europees Parlement dat het laatste woord heeft. Gewoonlijk wordt de procedure voor de goedkeuring pas in december afgerond.

Een van de meest opvallende evoluties in de begroting is de toename van de administratieve kosten. Met 5,447 miljard euro (+5,2 procent) wordt het effect van de uitbreiding van de Unie stilaan zichtbaar. Alles samen moet de specifieke voorbereiding van de uitbreiding volgend jaar 55,3 miljoen euro kosten of 39,5 miljoen meer dan dit jaar.

De Europese Commissie gaat er van uit dat de uitbreiding tegen 2008 4.800 extra banen noodzakelijk maakt. Daartegenover staat dat er door de herschikkingen in de administratie die nu volop aan de gang zijn, 900 voltijdse banen verdwijnen zodat er netto 3.900 nieuwe banen nodig zijn. Dat is een toename van 13 procent, maar volgens Commissaris Neil Kinnock van Ambtenarenzaken is dat zeker niet overdreven nu de Unie uitbreidt met 70 miljoen nieuwe inwoners die 9 bijkomende talen spreken.

Van de 3.900 extra banen zijn er dan ook 1.582 voor de tolkendienst of zowat 40 procent. Het gaat wel om een programmatie die tot 2008 loopt.

De eerste golf van 10 nieuwe lidstaten zou volgens de huidige planning in de loop van 2004 volledig rond zijn en wel voor de volgende Europese verkiezingen die dan in de juni plaatsvinden.

Met groeiende spanning wordt daarbij uitgekeken naar de totale financiële effecten. De Duitse bijdrage aan de Unie (22,6 miljard euro) bedraagt nu zowat een kwart van het totale budget terwijl Berlijn nauwelijks de helft terugkrijgt.

Volgend jaar moet het debat over de financiering van de Europese Unie na 2006 -- het laatste jaar van het huidige financiële kader -- losbreken. De roep om de lidstaten zelf meer en meer ,,Europees beleid'' te laten betalen, wordt almaar luider. De waarschuwingen om dat niet te doen, omdat daar ook een her-nationalisering van het beleid zal uit voortvloeien, ook.

Algemeen wordt aangenomen dat de financieringskwestie ook een van de belangrijkste redenen is waarom Duitsland en Finland akkoord zijn gegaan om de volgorde van het EU-voorzitterschap om te ruilen.

Normaal moet Duitsland EU-voorzitter zijn in de tweede helft van 2006 en Finland de eerste helft van 2007. De twee landen zijn akkoord om dat om te keren. Ook al wordt ontkend dat de ware bedoeling van die wissel zou zijn dat Duitsland de handen vrij houdt om hard over de financiering te onderhandelen als het zelf geen EU-voorzitter is, het effect zal er hoe dan ook zijn. Vooral in Franse en Spaanse kringen wordt dat zo gezien.

In 1999, in Berlijn, moest de kersverse kanselier en toenmalig EU-voorzitter Gerhard Schröder, zich in de eindfase van de onderhandelingen over het lopende financieringsakkoord 2000-2006, al eens veel soepeler opstellen dan hij had gewild.