BRUSSEL -- Interbrew heeft geen contact gehad met de tabaksgigant Philipp Morris over diens dochter Miller, de tweede grootste brouwerij in de Verenigde Staten. Een bod op Miller zal er sowieso niet komen, omdat Miller een te groot risico inhoudt. Dat zei gedelegeerd bestuurder Hugo Powell dinsdag, in de marge van de algemene aandeelhoudersvergadering van Interbrew. Concurrent South African Breweries voert momenteel (moeizame) gesprekken met Miller over een overname die de krachtsverhoudingen in de biersector zou kunnen herteken.

Over de gevolgen voor Interbrew van een dergelijke megafusie hield Powell zich op de vlakte. ,,We lezen de kranten. We horen er verder niets van.'' ,,Als de fusie er echt komt en als we weten hoe de deal in elkaar zit, dan pas kunnen we beginnen met onze analyse'', voegde Interbrews voorzitter, Pierre-Jean Everaert, er aan toe.

Interbrew, zei Hugo Powell, voelt zich in de Verenigde Staten prima in zijn rol als specialist van speciaalbieren en als importeur van dure premiummerken als Beck's en Stella. ,,De concurrentie van Anheuser Bush (de producent van Budweiser, red) is er bijzonder fel voor de andere klassieke brouwers.''

Ook over de mogelijke verkoop van de Duitse brouwer Karlsberg (niet te verwarren met het Deense Carlsberg), bleven de lippen woensdag stijf op elkaar geklemd. ,,Er is vandaag geen contact geweest.'' De Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung had vorige week Interbrew als favoriet voor Karlsberg aangewezen. Hugo Powell zei wel dat hij in Duitsland een actieve rol wil blijven spelen als ,,consolidator van de sector''. Met Beck & Co en Diebels heeft Interbrew zich het afgelopen jaar een belangrijke stek in de grootste Europese biermarkt gekocht.

Op de behoorlijk bezadigde algemene vergadering -- er werd nauwelijks één vraag gesteld -- bevestigde Powell zijn eerder geformuleerde doelstelling van een jaarlijkse winstgroei per aandeel (voor goodwill en afschrijvingen) van minimaal tien procent tot en met 2004.