TOULOUSE/BLAGNAC -- De Vlaamse regering, die voor het eerst een onafhankelijk en offensief luchtvaartbeleid uittekent, vraagt de federale regering in een brief meer aandacht voor Vlaamse bedrijven wanneer onderhandeld wordt over economische compensaties voor landen die bestellingen plaatsen bij vliegtuigbouwer Airbus. De Vlaamse luchtvaartindustrie zegt dat voor hen amper iets van de Belgische koek overblijft omdat Waalse romp- en motorenbouwers hen steevast voor zijn.

,,We moeten niet naïef zijn of katholieker dan de paus'', zegt minister-president Patrick Dewael, die dinsdag in het gezelschap van de crème van de Vlaamse luchtvaartindustrie een bezoek bracht aan de Airbus-hoofdzetel in Toulouse. ,,Of je nu voor of tegen economische compensaties bent, in dit dossier is het blijkbaar nodig.''

Dewael gelooft niet dat economische compensaties niet spelen bij de toewijzing van Airbus-contracten zoals de federale regering stelt. ,,Ik ben niet overtuigd dat de vrije markt hier speelt'', zegt Dewael.

In een brief aan premier Guy Verhofstadt en zijn ministers van Landsverdediging, André Flahaut, en Economie, Charles Piqué, klagen Dewael en zijn regeringscollega's Dirk Van Mechelen (Financiën en Begroting) en Jaak Gabriëls (Buitenlandse Handel en Economie) de situatie aan.

De ministers hebben het in de brief, die De Standaard kon inkijken, over de ,,verwezenlijking van het rechtmatig aandeel van Vlaanderen'' in de werkverdeling van het A400M-programma.

Het systeem van bestellingen, constructie, compensatie en betaling dat komt kijken bij de bouw van een vliegtuig bij Airbus, zoals de nieuwe superjumbo A380 of het nieuwe militaire transportvliegtuig A400M, verloopt via een kluwen van tussenpersonen, organisaties en structuren op allerlei niveaus, deels in open concurrentie, deels met aandacht voor de belangen van de aandeelhouders of afnemers. Zo tekenen Franse bedrijven steevast voor de cockpit, Duitse voor de romp en Spaanse voor de vleugel.

België, dat zeven (plus een voor Luxemburg) nieuwe militaire transporttoestellen bestelt, heeft bijvoorbeeld recht op 4,08 procent van de totale productie (8 op 196 toestellen besteld). België kan dus orders verdelen ter waarde van ruim 1,4 miljard euro.

Een vliegtuigbouwer kijkt echter eerst naar de structuur van het vliegtuig (de romp en vleugels) en naar de motoren, pas naderhand vallen beslissingen over de uitrusting. Wallonië staat traditioneel sterk in motorenonderdelen en rompen. Het Waalse Sonaca, dat vorige vrijdag in een gelijkaardige missie onder leiding van de Waalse minster van economie Serge Kubla naar Airbus trok, rijfde bijvoorbeeld een bestelling ter waarde van van ongeveer 850 miljoen euro binnen van de 1,37 miljard euro die klaarliggen voor de A380-productie bij Belairbus, de Belgische onderhandelingspartner voor Airbus.

Volgens de brief hebben in het militaire programma de in hoofdzaak Brusselse en Waalse cel- en motorenbouwers ,,vandaag respectievelijk al ongeveer 5 en 4 procent aan directe en indirecte deelname in het A400M programma bekomen (iets meer dus dan waar België in theorie recht op heeft). Hiervan komt slechts 33 procent van de celbouw naar Vlaanderen en niets van de motorenbouw.''

Het ,,rechtmatig aandeel van Vlaanderen'' in de werkverdeling van het A400M-programma is bijgevolg enkel nog mogelijk via het uitrustingsgedeelte. Daarin staat Vlaanderen ook sterk. Maar wanneer de Vlaamse bedrijven vandaag aankloppen bij Airbus, blijkt het Belgisch aandeel al ingevuld. Er blijven enkel kruimels over.

Vlaanderen aanvaardt dat niet langer. Een groter deel van de compensaties moet naar Vlaanderen komen. Het Vlaams Gewest moet beter aan zijn trekken komen wanneer het erop aankomt federale budgetten te verdelen, heet het.

Volgens Dewael is dit relatief eenvoudig te regelen. Om als federale staat op te treden, bijvoorbeeld in het dossier van de A380, is een samenwerkingsakkoord nodig tussen de gewesten die sinds 1988 bevoegd zijn. Er was bepaald dat een opvolgingscommissie moest toezien op de besteding van de middelen, de toewijzing over de bedrijven en terugbetalingsregels, over de gewesten heen. Vlaanderen wou principieel aanvaarden dat Wallonië meer bestellingen kreeg dan Vlaanderen in de klassieke 60/40 verhouding omdat Wallonië meer luchtvaartindustrie heeft, maar het mocht niet de spuigaten uitlopen.

Bovendien waren in ruil voorwaarden verbonden aan de opvolgingscommissie, zoals een vetorecht voor Vlaanderen. ,,Dat was allemaal principieel aanvaard, maar de commissie is nooit opgericht'', zegt Van Mechelen.

Dewael en Van Mechelen willen nu in de eerste plaats de kwestie van die opvolgingscommissie regelen. ,,Een structurele oplossing en een akkoord moeten nog voor de zomer'', zegt Dewael. De deadline voor de uitrusting van de A380 is eind dit jaar. Vandaag staan de Vlaamse bedrijven grotendeels buitenspel omdat de Belgische kassa onvoldoende ruimte laat voor Vlaamse technologie die sterk staat in de derde fase.

Achter de structurele eis, schuilt heel wat communautaire heibel. Dat weet ook premier Verhofstadt. Die weigert steevast te spreken over compensaties omdat dit volgens hem een zuiver economisch verhaal is. De Waalse overheid belooft helemaal overstag te gaan. De Vlaamse regering mag dan argumenteren dat hun standpunt niet ten koste gaat van Wallonië omdat het hen om de uitrustingsfase te doen is waarin Waalse bedrijven niet sterk staan, maar die Waalse bedrijven, vaak in overheidshanden, zullen natuurlijk moeten inbinden op hun (eerder) aandeel, als Vlaanderen voortaan meer rechtstreekse bestellingen krijgt van Airbus.