BRUSSEL -- Niet 5 juni, maar 15 mei is de eerstvolgende kritische toetssteen voor het geplaagde taaltechnologiebedrijf Lernout & Hauspie. Op die dag gaat de Amerikaanse financiële groep Cerberus na of L&H nog voldoet aan de voorwaarden van de noodfinanciering. Na de rampberichten van afgelopen vrijdag lijkt een nieuwe negatieve spiraal in de maak.

Toen L&H twee maanden geleden in de Verenigde Staten zogenaamde DIP-financiering kreeg om verder te kunnen werken onder chapter 11, moest het bedrijf strikte voorwaarden respecteren. Cerberus zou regelmatig tussentijds nagaan of L&H op koers bleef. Elke ontsporing kon aanleiding geven tot het opzeggen van de brugfinanciering.

Volgens betrokkenen houdt Cerberus op 15 mei de cijfers over het eerste kwartaal van L&H kritisch onder de loep. De eerste twee maanden van het jaar vielen nog redelijk mee. De omzet (46 miljoen dollar) en de brutomarge (25 miljoen dollar) lagen respectievelijk 12,8 procent en 18 procent hoger dan wat beloofd was aan Cerberus.

Dat neemt niet weg dat er nog een bedrijfsverlies was van 11 miljoen dollar en een nettoverlies van 65 miljoen dollar (3 miljard frank), ook al minder slecht dan opgenomen in het Cerberus-plan.

De EBITDAR, waarmee bedoeld wordt de bruto-exploitatiecashflow voor herstructureringskosten, was 9 miljoen dollar negatief, of circa 4,5 miljoen dollar per maand. In maart was het cijfer gezakt tot 3,8 miljoen dollar.

De vraag is of de EBITDAR wel de meest relevante graadmeter is voor L&H. Het bedrijf geeft 180 miljoen frank per maand uit aan consultants en advocaten om het schip drijvend te houden. Daarbovenop blijkt volgens de recentste berichten van insiders dat de verkoop van licenties recentelijk sterk is afgenomen.

Dat laatste kan vervelend worden als Cerberus op 15 mei het afgesproken convenant toetst aan de recentste cijfers. Waarnemers vragen zich ook af wat de impact zal zijn van de aankondiging van Philippe Bodson vrijdag dat het herstelplan op de helling staat. De oorzaak daarvan zijn de problemen die L&H ondervindt om de activa van het bedrijf te verkopen.

L&H is vandaag vooral een verkoper van licenties, zeg maar technologie in haar ruwe vorm. De groep zegt dat ze twee jaar nodig heeft om taalapplicaties, producten met hoge toegevoegde waarde, te kunnen aanbieden. Daarom was het idee van het herstelplan de verschillende bouwstenen samen te houden, en met de verkoop van vertaalbureau Mendez en enkele andere activa, de brug te leggen tot dat concept verzilverd zou kunnen worden.

De bouwstenen kunnen niet langer bij elkaar gehouden worden, zei Bodson. Er is geen enkel bindend bod op Mendez. Eén partij heeft volgens betrokkenen een strikt voorwaardelijk bod uitgebracht. De nettowaarde ervan is onduidelijk.

Volgens Bodson zullen om het even welke activa verkocht moeten worden, eventueel via fusieoperaties, om een faillissement te vermijden. De crisismanager lanceerde ook een tweede denkspoor: activa onderbrengen in een nieuwe structuur en de grootste schuldeisers (de banken) daarmee terugbetalen.

De vraag is of dat somber nieuws niet opnieuw een personeelsexodus op gang zal brengen en klanten nog verder naast de zijlijn zal dringen. Zonder gekwalificeerd personeel is de technologie van L&H zo goed als waardeloos. De banken zijn alleszins niet van plan om zomaar activa van L&H als betaling te aanvaarden.

,,Is er wel een leefbare kern bij L&H'', vraagt Johan Verbist, partner bij De Bandt Van Hecke Lagae en advocaat voor de banken, zich af. Zes maanden na het losbarsten van de crisis is er nog altijd geen antwoord. Het bedrijf blijft ook zonder het betalen van rentelasten zwaar verlieslatend. Het ,,rijp'' maken van de technologie van L&H vergt jaarlijks enkele miljarden aan investeringen. De banken zien dat niet meteen als hun roeping.

Verbist stoort zich ook aan de dagvaarding van Artesia Bank door L&H-advocaat Luc Despin. Artesia, dat een pand op het handelsfonds heeft van L&H, wordt er voor de rechter gedaagd met Dresdner Bank en Deutsche Bank als getuigen. ,,Men gebruikt het geld van de banken om de banken te pesten. Tegelijkertijd rekent men op de goodwill van de banken'', zei Verbist.

In de komende weken moet eindelijk duidelijk worden wat er nog te redden valt bij L&H. Dat zal bijzonder weinig zijn. Toen de crisis losbarstte, was het van essentieel belang om kordate actie te nemen. Het tegenovergestelde is gebeurd. John Duerden, die eind augustus Gaston Bastiaens opvolgde, heeft nooit greep gekregen op de crisis.

Pas half januari werd hij te licht bevonden en vervangen. Bodson verloor daarop weken aan de juridische valkuilen in het dossier. Iedereen was de afgelopen maanden bezig met het indekken van de eigen verantwoordelijkheid. ,,Was de 100 miljoen dollar er in Korea geweest, had ik het bedrijf wellicht kunnen redden'', liet Bodson zich recent tegen een waarnemer ontvallen.

Precies die onzekerheid over de slaagkansen van de ommekeer, maakte dat de tandem Mark Eyskens-Etienne Davignon er niet in slaagde externe bestuurders warm te maken voor een mandaat bij L&H. De zogenaamde tabula rasa van Bodson verliest erdoor een stukje van haar glans. Drie oud-bestuurders (Erwin Vandendriessche, Marc De Pauw en Dirk Cauwelier) gaan door, terwijl Bodson zelf bestuurder wordt en Davignon zijn resultaatloze zoektocht afrondt door zelf bestuurder te worden bij L&H.